Dierenartsen willen meer samenwerking in strijd tegen antibioticaresistentie

Deze week organiseert Nederland een ministeriële conferentie over  resistentie tegen antibiotica. Centraal staat de noodzaak van een aanpak volgens de One Health-gedachte en daarom zijn alle EU-/ EEA-ministers van zowel Volksgezondheid als Landbouw uitgenodigd. Nederlandse dierenartsen zijn van mening dat hun inspanningen van de afgelopen jaren, als voorbeeld kunnen dienen.

Dirk Willink, voorzitter van de KNMvD, de koepel van dierenartsen: “Nederlandse dierenartsen zorgen niet alleen voor gezonde dieren. Zij staan voor de gezondheid van mens én dier: diergezondheid, volksgezondheid, voedselveiligheid en dierwelzijn.  In goede samenwerking met de landbouwsector zijn er grote stappen gezet om verspreiding van resistente bacteriën tegen te gaan.Maar antibioticaresistentie is een grensoverschrijdend, wereldwijd probleem. In de context van open grenzen voor mensen, dieren en voedingsmiddelen is het effect van maatregelen in Nederland beperkt. Antibioticaresistentie stopt niet bij de grens. Daarom is het belangrijk dat ook andere landen de “Dutch Model” doelstellingen omarmen”.

Het antibioticagebruik bij dieren in Nederland is ten opzichte van 2009 met bijna 60% gedaald. Bovendien worden er nog nauwelijks kritische middelen voor mensen gebruikt. De totale reductie vertraagt nu, maar in plaats van een eenzijdige focus op reductie, pleiten de dierenartsen voor meer aandacht voor infectiepreventie en monitoring van resistentie. Dus niet minder omdat het moet, maar zorgen dat er minder nodig is!

Willink: “Ik ben geschrokken van de cijfers die genoemd worden in het ESVAC rapport van de EMA, want kijken we naar Europa, dan is het totale gebruik van veterinaire antibiotica de afgelopen jaren met nog geen tien procent gedaald.  In Italië en Spanje wordt vier keer meer veterinaire antibiotica gebruikt dan in Nederland, zonder te letten op middelen die voor mensen van levensbelang kunnen zijn. Dit geldt zowel in de veehouderij als bij gezelschapsdieren.  De ministeriële EU-conferentie over antibioticaresistentie op 10 februari 2016 in Amsterdam is dé plek om Europa nu eensgezind dit probleem serieus te laten aanpakken.

Wat is dat “Dutch Model”?
In 2008 sloten vertegenwoordigers uit de veehouderijsectoren  en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), beroepsvereniging voor dierenartsen, een convenant. Daarin spraken zij af anders om te gaan met antibiotica: minder waar het kan, beter waar het moet. De Nederlandse aanpak, een mix van zelfregulering en wetgeving, bevat een vijftal elementen.

Ten eerste mag alleen een dierenarts antibiotica voorschrijven en toedienen aan zieke dieren. Dat mag uitsluitend nadat hij een bedrijf heeft geïnspecteerd en beoordeeld. Alleen onder strikte voorwaarden mag een veehouder zelf antibiotica toedienen. Ten tweede registreren pluimveehouders, melkveehouders, kalverhouders en varkenshouders het gebruik van antibiotica op hun bedrijf. De Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) legt de gegevens vast. Ten derde is per bedrijf één dierenarts verantwoordelijk voor het antibioticagebruik op het bedrijf. Dit is vastgelegd in een verplichte 1-op-1-overeenkomst tussen dierenarts en veehouder. Doordat het antibioticagebruik op een bedrijf bekend is, kunnen de veehouder en zijn dierenarts  hier op worden aangesproken. Ten vierde wordt de professionaliteit van dierenartsen geborgd door kwaliteitsregisters, richtlijnen voor veterinair handelen en formularia. Daardoor werken dierenartsen gestructureerd en volgens de door de beroepsgroep zelf geformuleerde afspraken. Bijvoorbeeld de afspraak dat antibiotica die voor mensen een laatste redmiddel zijn, niet- of alleen onder stikte voorwaarden ingezet mogen worden bij dieren. Tot slot intensiveert de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) het toezicht, opdat de enkeling die niet terughoudend omgaat met antibiotica hierop kan worden aangesproken en eventueel beboet.Willink: “De KNMvD zet zich ook in om samenwerking tussen vertegenwoordigers van de humane gezondheidszorg en de gezondheidszorg voor dieren te bevorderen. Huisartsen kunnen profiteren van de ervaringen die dierenartsen hebben in het inzichtelijk maken van de antibioticatoepassing  op dierenartsniveau en bedrijfsniveau. Eerder zagen wij  een vermanende vinger vanuit de humane geneeskunde richting diergeneeskunde, wij bieden een uitgestoken hand.”

Bron: KNMvD