Chemotherapie met vinorelbine lijkt erg effectief bij subgroep darmkankerpatiënten

0
1653

Chemotherapie met het middel vinorelbine (Handelsnaam Navelbine) werkt erg goed bij BRAF-achtige darmkanker, maar niet bij andere soorten darmkanker. Dat blijkt uit onderzoek van de groep van prof. dr. René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek. Hun bevindingen verschenen op 7 april in het toonaangevende vakblad Cell.

Het werk van Bernards valt binnen de ‘personalized medicine’, dat de laatste jaren sterke opmars maakt binnen het kankeronderzoek. Simpel samengevat betekent personalized medicine dat wordt gekeken welke eigenschappen een specifieke tumor heeft, bijvoorbeeld welke afwijkingen er in het DNA zitten. Waarna, mits die beschikbaar is, een gerichte behandeling wordt gegeven in plaats van een heel brede.

Chemotherapie is zo’n klassieke, brede behandeling. Chemotherapeutische middelen richten zich in principe op alle snel delende cellen. Toch reageren tumoren vaak verschillend op verschillende soorten chemotherapie. Bernards: “We zijn op dit moment nog heel slecht in het voorspellen welke chemotherapie het beste werkt voor welke patiënt. Het verschilt per behandeling, maar als we naar gemiddelden kijken reageert maar 25 procent van de patiënten op chemotherapie.”

Er zijn dus duidelijkere aanwijzingen nodig welke behandeling voor individuele patiënten met hun specifieke tumor het beste is. En daar komt de personalized medicine kijken. Bernards en zijn team ontdekten in hun laboratorium dat darmkankertumoren met een mutatie in het gen BRAF zeer gevoelig zijn voor het chemotherapeutische middel vinorelbine. Bovendien ontdekten zij dat darmtumoren die geen mutatie hebben in het BRAF-gen, maar zich wel op dezelfde manier gedragen, ook heel gevoelig zijn voor dit middel. Terwijl het op andere typen darmtumoren geen enkel effect heeft.

“Op dit moment wordt vinorelbine niet gegeven bij darmkanker,”, vertelt Bernards. “Er zijn in het verleden wel onderzoeken geweest naar de effectiviteit van dit middel bij darmkanker, maar daar kwam nooit echt iets uit.” Deze nieuwe vondst verklaart hoe dit kan: slechts twintig procent van de darmtumoren heeft een mutatie in BRAF of gedraagt zich BRAF-achtig. Dus als je alle darmkankerpatiënten bij elkaar neemt, heeft tachtig procent geen baat bij Vinorelbine en lijkt het niet effectief. Binnen een in 1994 uitgevoerd onderzoek met het middel was er opvallend genoeg één patiënt met darmkanker die extreem goed erop reageerde. Bernards: “Er bleek nog materiaal van deze patiënt aanwezig te zijn, en jawel: we zagen nu dat het ging om iemand die op basis van onze test gevoelig zou moeten zijn voor Vinorelbine.”

“Dit onderzoek laat goed zien hoe belangrijk het is om te kijken naar eigenschappen van individuele tumoren, en daarmee wat de kracht is van personalized medicine”, aldus Bernards. Hij benadrukt dat het bovendien laat zien dat je niet alleen moet kijken naar mutaties in het DNA. In dit geval blijken er dus ook tumoren te zijn die geen fout in het BRAF gen hebben, maar die zich wel precies zo gedragen als BRAF-defecte tumoren en ook precies dezelfde hoge gevoeligheid voor vinorelbine hebben. Dat kan worden ontdekt door niet te kijken naar mutaties in genen, maar naar de genexpressie. Genen kunnen namelijk ook als ze verder geen fouten bevatten toch ‘uit’ staat, of minder hard werken dan normaal; dit is te zien in het zogenoemde genexpressie-patroon.

De vondst van Bernards was gedaan met behulp van celkweken in een laboratorium en daarna bevestigd met behulp van een muismodel. Binnenkort start in het Antoni van Leeuwenhoek een klinische trial met vinorelbine bij een selecte groep darmkankerpatiënten.

Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt dankzij de Koningin Wilhelmina Onderzoeksprijs van KWF Kankerbestrijding en subsidie van de Europese Unie.

Bron: Antoni van Leeuwenhoek