Is Nederlandse spoedzorg voorbereid op ‘Brussel’ en ‘Nice’?

In het verleden waren er problemen rond de bij grote calamiteiten zoals de vuurwerkramp in Enschede. Hoe staat Nederland er nu voor? Op het Nationale Spoedzorgcongres op 7 oktober in Utrecht vindt er een publieke discussie plaats over de acute zorg.

Overdaad

Bij calamiteiten in het verleden bood Nederland te veel gezondheidszorg aan. Zo kwamen er in Enschede bij de vuurwerkramp te veel ambulances aanrijden uit het hele land. Ze stonden elkaar in de weg. In andere steden dan Enschede overleden burgers: er waren geen ambulances meer beschikbaar.

Logistieke problemen spoedzorg

Een ander voorbeeld: Bij het neerstorten van het Turkse vliegtuig nabij Schiphol staakten tal van Noord-Hollandse ziekenhuizen spontaan hun reguliere operatieprogramma. Dat was niet nodig. De meeste ziekenhuizen hervatten hun gewone taken weer zonder in actie te zijn gekomen.

Bij alle calamiteiten verliep achter de schermen de bestuurlijke samenwerking niet optimaal. Dat komt onder meer omdat traumazorg regio’s, veiligheidsregio’s en acute zorgregio’s niet samenvallen. Ook komen wel eens logistieke problemen voor bij grote calamiteiten: weet familie van slachtoffers binnen enkele uren of hun geliefde nog leeft en in welk ziekenhuis hij/zij is opgenomen?

Nationale Spoedzorgcongres

Dit zijn punten uit het verleden. Ik neem aan dat de acute zorg heeft geleerd en inmiddels terdege is voorbereid op calamiteiten als terreuraanslagen, ontploffingen, overstromingen, epidemieën en neerstortende vliegtuigen. Maar is dat zo? Is de Nederlandse gezondheidszorg voldoende voorbereid op terreuraanslagen zoals in Brussel en Nice? Over deze laatste vraag gaat een openbare discussie op de middag van 7 oktober tijdens het 17e Nationale Spoedzorg Congres.

Discussie

In de ochtend hebben dan al een Belgische en een Engelse expert verteld welke lessen hun landen trokken uit recente calamiteiten. Na de lunch discussieert ongeveer de helft van de deelnemers over bovengenoemde vraag. Dat gebeurt in drie rondes: 1. Wat staat er in Nederlandse draaiboeken over medische opvang bij calamiteiten, indien meldingen binnenkomen over twee gelijktijdige terreuraanslagen op verschillende locaties? 2. Zijn de lessen die België en Engeland trokken uit hun ervaringen met calamiteiten relevant voor de Nederlandse gezondheidszorg? 3. Is aanvullende besluitvorming wel of niet nodig om de inzet bij calamiteiten verder te verbeteren?

Eerstverantwoordelijken

De discussie vindt plaats onder leiding van ondergetekende. De formule wordt zoals bij de Wereld Draait Door: serieus en af en toe luchtig. Op dit moment ben ik in overleg met eerstverantwoordelijken voor de medische hulp bij calamiteiten die speciaal komen on hun kennis en inzicht te delen met de congresdeelnemers.

Informatie

De discussie over de acute zorg bij calamiteiten in Nederland vindt plaats tijdens een van de twee parallelle middagsessies. De andere sessie gaat over innovaties in de kleinschalige spoedzorg, zoals voor individuele patiënten met een beroerte of  met een hartaanval. Wil je deelnemen aan het Nationale Spoedzorgcongres en de genoemde calamiteitendiscussie? Bekijk dan hier het hele programma en meld je aan.

Guus Schrijvers

Vorig artikelGGzE: M´n Mattie wordt Back-Up
Volgend artikelWie lopen risico bij aanhoudend warm weer?
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.