Meldkamer ambulancezorg toe aan vernieuwing

17 januari viel in Amsterdam de stroom uit. Velen belden met hun mobiel naar 112. Al die mobiele telefoontjes kwamen binnen bij de landelijke meldkamer voor politie, ambulance en brandweer in Driebergen. Deze meldkamer raakte overbelast en werd onbereikbaar. Een oude Amsterdamse vrouw overleed, omdat waarschijnlijk hierdoor een ambulance uitbleef. Familie wendde zich ten einde raad tot een huisarts, maar toen was het al te laat. Wat kunnen we doen om dit een volgende keer te voorkomen?

Uit de stroomuitval en dit overlijden zijn drie lessen te trekken:
  1. Een overloop naar een andere centrale moet mogelijk worden.
    In de regio Londen wonen ongeveer 10 miljoen inwoners. Het gebied kent twee meldkamers: een op de zuidoever en een op de noordoever van de Thames. Als een van beide centrales uitvalt, neemt de andere automatisch de meldingen over. Dit heet de overloopfunctie. Uitvallen kan gebeuren vanwege een terroristische aanslag, verschrikkelijke weersomstandigheden waardoor zendmasten omvallen en door stroomuitval zoals in Amsterdam. Overwogen is – zo leerde ik tijdens een studiebezoek- om geheel Londen te voorzien van één meldkamer. Dat is niet gebeurd vanwege de nu bestaande overloop mogelijkheid.De Driebergse meldkamer heeft geen overloopmogelijkheid. Die is technisch eenvoudig te organiseren. Er bestaan namelijk tal van regionale meldkamers die het werk van Driebergen zouden kunnen overnemen bij een calamiteit als een stroomuitval. Van belang is, dat er tenminste een maal per jaar hiermee wordt geoefend via een calamiteitenoefening. Bij de terroristische aanslag in Brussel was er wel een overloopfunctie. Die kwam toen goed van pas. Laten we in Nederland proberen zo snel mogelijk deze overloop te realiseren.
  2. Vaste en mobiele telefoontjes moeten binnen één meldkamer binnenkomen.
    Stel dat er een ongeluk met weinig gewonden plaatsvindt ergens op een druk kruispunt. Vele automobilisten, voetgangers en fietsers zijn getuige. Een groot aantal gaat 112 bellen. De meldkamerprofessional –zo iemand heet centralist- moet dan inschatten of er sprake is van een licht ongeval met veel omstanders of van een ernstig ongeval met veel slachtoffers. Om die inschatting te kunnen maken is van belang dat de telefoontjes van vaste toestellen in dezelfde meldkamer binnenkomen als de mobiele telefoontjes. Dat is nu niet het geval. In Driebergen komen de mobiele telefoontjes binnen en in bijvoorbeeld Drachten de belletjes van vaste toestellen uit Drachten en omgeving.Dit model is verouderd. Dat is technisch eenvoudig te verhelpen door zendmastherkenning. Een mobiel telefoontje uit Drachten wordt dan via de zendmast herkend en wordt onmiddellijk verbonden naar de meldkamer aldaar.
  3. Er moet een crisisplan komen voor elke patiënt met een hoog calamiteitenrisico.
    Tegenwoordig verblijven veel patiënt met een hoog overlijdensrisico thuis. Er bestaan drie risico’s: 1. Patiënten zelf worden plotseling onwel of krijgen bijvoorbeeld een paniekaanval en acuut ingrijpen is noodzakelijk. 2. Het apparaat waarmee patiënten bijvoorbeeld worden beademd, valt uit door stroomstoring of een mankement en 3. De mantelzorger die de ernstige zieke patiënt begeleidt, valt uit en is bijvoorbeeld niet in staat een haperende infuuspomp te resetten.
    Sinds jaar en dag bepleiten de patiëntenbeweging en experts op spoedzorgcongressen voor een crisisplan per individuele patiënt met een verhoogd overlijdensrisico vanwege de aandoening, de ondersteunende apparatuur en de belasting van de mantelzorger. Was er een crisisplan voor die overleden Amsterdamse vrouw en haar familie? Had dat haar kans op overlijden verkleind?
Wat vind jij?

Graag ontvang ik reacties op mijn drie voorstellen. Deze heb ik ook al ingebracht op 17 januari via het NOS journaal en op Radio 1. Tot nu toe was er weinig response. Zijn dit ivoren toren voorstellen? Of moeten we snel maatregelen nemen om meer slachtoffers te voorkomen?

Guus Schrijvers

Vorig artikelHulpmiddelen voor Stichting IKONE
Volgend artikelFase 3 studieresultaten van parathormoon gepresenteerd
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.