De 112-app komt eraan

Het nieuwe melden: de 112-app komt eraan

Stel je voor. Op het schoolplein staan (groot)ouders te wachten op het naar buiten komen van de kinderen. Een van de oma’s wordt onwel en zakt in elkaar. Omstanders schieten er op af. Anderen grijpen naar hun mobiele telefoon. Zij klikken op het scherm de 112-app aan die allerlei acties in gang zet.

De 112-app doet drie dingen:

  1. Hij activeert Google Maps en geeft de GPS-coördinaten door naar de dichtstbijzijnde meldkamer ambulancezorg. Die weet onmiddellijk de locatie van waar de meldingen vandaan komen.
  2. Hij activeert de camera op de mobiel. Die begint direct te filmen en de video wordt meteen doorgestuurd naar de gealarmeerde meldkamer. Deze is toegerust met software voor patroonherkenning. Die herkent dat de verschillende meldingen van dezelfde locatie komen en één en hetzelfde incident betreffen. Uit de video leidt de software af dat het één persoon betreft die op straat ligt. De meldkamer instrueert een ambulancebemanning om naar de locatie te snellen en hulp te verlenen. De meldkamer software stuurt een ontvangstbevestiging en meldt via de app: “ambulance in aantocht”.
  3. De verpleegkundige in de ambulance gaat via de app video bellen met de melders. Hij/zij stelt vragen en geeft instructies. Als de ambulance is gearriveerd, gaat het gesprek over in face-to-face contact en nemen de ambulancemedewerkers het over.
Het nieuwe melden

Dit voorbeeld verzon ondergetekende na het luisteren naar een voordracht van TNO onderzoeker Arnout de Vries. Hij is auteur van het rapport Wie belt er nog? Het nieuwe melden: een toekomstverkenning. De Vries hield zijn verhaal bij het afscheid van Ronald de Vos, medisch manager van de Ambulancezorg Groningen op 27 februari.

Soorten meldingen

De Vries onderscheidde vier nieuwe soorten meldingen. De eerste staat hierboven beschreven: meldingen via een 112-app. De tweede betreft meldingen naar buurt en familie. Voorbeeld: Bewoner A heeft een hartstilstand. Wie is nabij en kan reanimeren? De derde zijn meldingen van apparaten in een woning. Voorbeeld: De bewoner heeft alarm geslagen via een apparaatje dat om zijn hals hangt. De vierde soort is telemonitoring. Van een ernstige zieke worden vanaf huis continu vitale lichaamswaarden gemeld zoals ademhaling en hartslag. Het apparaat slaat automatisch alarm als deze waarden een bepaalde norm niet halen.

Voorwaarden

Deels bestaan deze vier nieuwe soorten meldingen reeds. Dankzij de digitale vooruitgang van vooral de mobiele telefoon kan dit een vlucht gaan nemen. Of die uitbreiding er inderdaad komt, hangt af van 1. De betrouwbaarheid van hardware, verbindingen en software 2. Het goed beveiligen van de verbindingen: geen Facebook- of Youtube verbindingen waarbij alle video’s van de 112-App worden bewaard 3. De organisatie en toerusting van de meldkamers ambulancezorg. Die moet met nieuwe beslisbomen en software gaan werken. Het telefonisch uitvragen wordt minder belangrijk.

Calamiteiten

Bepaalde groepen Nederlanders pleiten al jaren voor een 112-app. Dat zijn de mensen die doof zijn en/of niet goed kunnen spreken. Maar ook de mensen die verantwoordelijk zijn voor de hulpverlening bij calamiteiten. Want bij calamiteiten komen er te veel meldingen binnen om telefonisch uit te vragen, zo bleek bijvoorbeeld bij de terreuraanslagen in Brussel en de stroomuitval in Amsterdam.

Anticiperen

TNO werkt aan een 112-app. Die komt eraan. Nu maar hopen dat de meldkamers ambulancezorg op tijd zijn toegerust om de video’s en de GPS-signalen van melders te ontvangen en te interpreteren. Ik merk op dat reeds in 2006 een visiedocument over de meldkamers verscheen, dat goed anticipeert op het nieuwe melden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was er toen lovend over. Wat ik niet weet, is wat BZK en meldkamers hiermee hebben gedaan sinds 2006. Beste lezer, weet jij dat toevallig?

Nationale Spoedzorg Congres

Ondergetekende was op 27 februari spreker na Arnout de Vries. Ik had het over Innovatie, Cappuccinomodel en acute zorg. Mijn PowerPoint-presentatie tref je hier aan.

Op vrijdag 6 oktober 2017 vindt het 18e Nationale Spoedzorg Congres plaats. In een van de workshops komt het nieuwe melden aan de orde. Reserveer je deze datum alvast?

Guus Schrijvers

Vorig artikelNIP: “In een gezonde samenleving is de psycholoog toegankelijk én onafhankelijk.”
Volgend artikelVraag of bestaande pgb-regelgeving eenvoudiger en beter komt nauwelijks aan orde
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.