Steeds meer chronische patie?nten krijgen de goede zorg

0
844
Risicofactoren verder onder controle, nu ombuigen naar persoonsgerichte zorg op maat

Ketenzorgorganisaties leveren steeds betere zorg voor mensen met een chronische aandoening. Steeds meer patie?nten ontvangen zorg conform de NHG-Standaard. Met ondersteuning via programmatische zorg lukt het vaker om te stoppen met roken en lijken de uitkomstindicatoren voor LDL-cholesterol zich te stabiliseren. Inmiddels heeft 95% van de ketenzorgorganisaties met een zorgprogramma voor diabetes de gehele populatie in hun regio scherp in beeld (vorig jaar 91%). Dit zijn enkele opvallende uitkomsten uit de jaarlijkse benchmark van ketenzorgorganisaties ‘Transparante Ketenzorg 2016’.

Dit jaar leverden 114 ketenzorgorganisaties (zorggroepen en gezondheidscentra) hun gegevens aan. In vergelijking met vorig jaar betekent dit een stijging van bijna 9%. Daarmee participeren bijna alle ketenzorgorganisaties in Nederland en vertegenwoordigt de benchmark circa 87% van de Nederlandse bevolking. De benchmark stelt ketenzorgorganisaties in staat de eigen prestaties te spiegelen en onderling te vergelijken op basis van gestandaardiseerde gegevens. Dit vormt voor iedere ketenzorgorganisatie een essentieel onderdeel van het eigen kwaliteitsbeleid. Het analyseren van de verschillen vormt een aanzet voor het benoemen van verbeterpunten bij zorgprocessen of op het gebied van datamanagement zelf.

Minder rokers

Opvallend in de benchmark is het percentage rokers dat op nieuw licht is afgenomen. Bij mensen die deelnemen aan het zorgprogramma Verhoogd Vasculair Risicomanagement (VVR) ligt het percentage met 15% significant lager dan in de Nederlandse bevolking. Het lagere percentage rokers in vergelijking met de Nederlandse bevolking geldt voor vrijwel alle zorgprogramma’s, logischerwijs met uitzondering van het zorgprogramma voor COPD.

Positieve trends zetten door

Ook op andere uitkomstmaten zien we positieve resultaten. De uitkomstindicator voor LDL- cholesterol lijkt zich bij diabetes en cardiovasculair risicomanagement te stabiliseren. Uit de cijfers van zorggroepen die al langer zorgprogramma’s voor vasculair risicomanagement aanbieden zien we al een aantal jaren positieve trends voor uitkomstindicatoren, zoals meer patie?nten op streefwaarden voor systolische bloeddruk. Waarschijnlijk heeft dit ermee te maken dat steeds meer mensen met een chronische aandoening zorg volgens de zorgstandaarden ontvangen. De processen in het zorgprogramma lijken op orde en hebben een ‘plafond-effect’ bereikt. Bij diabetes hebben meer ketenzorgorganisaties (95%) de totale populatie van diabetespatie?nten in beeld dan in de benchmark van vorig jaar (91%). Deze toename van dit percentage wordt toegeschreven aan de introductie van het toetsingsinstrument van InEen op de datakwaliteit. Met de ontwikkeling en inzet van dit toetsingsinstrument is het afgelopen jaar hard gewerkt aan de kwaliteit van de data. De betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van de data zijn daardoor toegenomen.

Programma’s voor astma en hart- en vaatziekten in ontwikkeling

Bij het relatieve nieuwe zorgprogramma voor astma zien we bijna een verdubbeling van het aantal patie?nten in ketenzorg. Het zorgprogramma voor astma en de bijbehorende indicatoren zijn nog duidelijk in ontwikkeling. Bij het zorgprogramma voor mensen met een manifeste hart- en vaatdoening (HVZ) duiden best practices erop dat meer substitutie vanuit de tweede lijn tot de mogelijkheden behoort.

Aandacht voor persoonsgerichte zorg

Volgens de aanbevelingen uit het rapport is er nog verbetering mogelijk op het gebied van persoonsgerichte zorg. In het kader van persoonsgerichte zorg vraagt de afweging tussen het ‘halen van de streefwaarden’ versus ‘relevante verlaging van deze waarden’ onder andere bij systolische bloedruk en LDL-cholesterol voortdurend aandacht. Daarbij vormt het toenemend aantal mensen met multimorbiditeit, vooral binnen de doelgroep ouderen, een uitdaging. Juist deze doelgroep vraagt om een persoonsgerichte benadering, waarbij een betekenisvolle invulling van het leven voorop staat. Dit stelt zorgverleners voor andere vraagstukken rond gezondheid en zorg, vraagstukken die betrekking hebben op dagelijkse activiteiten, sociaal- maatschappelijke participatie, zelfstandig wonen of zingeving. Programmatische ketenzorg is zich, zeker voor deze groepen, duidelijk aan het door ontwikkelen tot proactieve, resultaatgerichte zorg met een persoonsgericht karakter. InEen en haar leden zijn hier al mee aan de slag, zoals recent ook is vastgelegd in de visienotitie ‘Visie op lokale en regionale huisartsen en eerstelijnsorganisaties’.

Bron: InEen

advertentieEinde Bericht ___________________________________________
DELEN
Vorig artikelMichael Porter: cultuurverandering essentieel voor versnellen VBHC implementatie
Volgend artikelKinderartsen: slaapprobleem kind kan gezin ontwrichten
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.