Onderzoek valpreventie: minder valpartijen en letsel, lagere kosten

Onderzoekers uit Massachusetts hebben wetenschappelijk bewezen dat een breed valpreventieprogramma leidt tot minder valpartijen, letsel en lagere zorgkosten.”

Een onderzoeksteam uit Massachusetts heeft wetenschappelijk bewijs geleverd dat een breed opgezet valpreventieprogramma leidt tot minder valpartijen, minder letsel daarbij en lagere zorgkosten. Dat wordt beschreven in een artikel in het hoog aangeschreven vakblad Health Affairs dat ik van de week las.

Interventies

Het onderzochte programma heet LIFT Welness Program, waarbij LIFT staat voor Living Independently and Falls-free Together. Het bevat de volgende vier interventies: 1. Een anamnese gericht op aandoeningen zoals duizeligheid en evenwichtsstoornissen en ook op medicatiegebruik, Een verpleegkundige neemt de anamnese bij de patiënt thuis af, waarbij zij ook de woning beoordeelt op valrisico’s. 2. Een individueel actieplan met aanbevelingen en educatie 3. Een telefonisch aanmoedigingsgesprek twee weken na de start van het actieplan. Dat gesprek kan leiden tot aanpassing van de aanbevelingen. 4. Een per kwartaal verschijnende nieuwsbrief gedurende een jaar. Hierin staan vele suggesties van valpreventie die deelnemers aan het programma met elkaar delen.

Randomized Clinical Trial

Het programma startte in 2008. Het onderzoeksteam evalueerde het met data verzameld over de periode vanaf de start tot en met 2012. Zij deden dat met behulp van een Randomized Clinical Trial onder deelnemers met een leeftijd van 75 jaar of ouder en met een zorgverzekering waarin ook langdurige zorg is opgenomen.

Resultaten

In het eerste jaar van het programma lag het aantal valpartijen in de experimentele groep 11 procent lager dan in de controlegroep. Niet elke val leidt tot letsel. De onderzoekers bekeken daarom apart het aantal gevallen patiënten met letsel. Dat lag in het eerste jaar 18 procent lager in de experimentele groep. Drie jaar na de vier interventies had de experimentele groep 33 procent lagere kosten voor langdurige zorg dan een administratieve, vergelijkbare controlegroep. De Return on Investment bedroeg 1,68. Deze betekent dat iedere dollar geïnvesteerd in het LIFT-programma een besparing opleverde van 1,68 dollar. De onderzoekers concluderen dat LIFT niet alleen valpartijen voorkomt, maar ook de letselomvang daarbij en de kosten van de zorg verlaagt. Zij bevelen het programma aan zorgverzekeraars, beleidsmakers en professionals aan.

Nederland

Een programma zoals LIFT bestaat -bij mijn weten- niet in Nederland. Er bestaan wel valpoliklinieken. Hierbij vindt de anamnese plaats in het ziekenhuis en niet thuis. Ook geven professionals aanbevelingen. Van educatie, in gesprekken en thuis, is zelden sprake. Nieuwsbrieven en aanmoedigende telefoontjes kwam ik tot nu toe niet tegen. Toch zijn dit niet de grootste obstakels voor de introductie van het LIFT-programma in Nederland. Waar het om gaat is dat huisarts, huisartsenposten, ambulance verpleegkundige en SEH-professionals patiënten actief verwijzen en aanmoedigen om aan het LIFT programma deel te nemen. Veelal zijn dat patiënten die al een keer zijn gevallen, maar met een goede afloop, dus zonder noemenswaardig letsel opgelopen te hebben. Deze mensen hebben een grotere kans op weer een val.

Nationale Spoedzorgcongres

Op 6 oktober organiseren mijn collega’s en ik een congres over recente ontwikkelingen in de spoedzorg. Plenaire inleiders zoals Anoeska Mosterdijk, directeur van Ineen, die de belangen behartigt van de huisartsenposten, gaat in op vele recente ontwikkelingen in de HAP’s , waaronder de vraag of preventie behoort tot hun takenpakket. Arold Reusken, hoofd bureau bij het Landelijk Netwerk voor Acute Zorg en Frank de Groot, manager TraumaNet AMC doen iets vergelijkbaars voor hun organisaties.

SEH

Menno Gaakeer en Pol Stuart, SEH-artsen KNMG en actief binnen de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulpartsen (NVSHA) geven een workshop over recente ontwikkelingen op de SEH’s. Ook zij besteden aandacht aan preventie als een van de aspecten van spoedzorg. Karin Kleinwolt en Birgitte Blatter, leidinggevend onderzoekers bij Veiligheid.nl gaan in een workshop in op de relatie tussen alcoholreductie-programma’s en spoedzorggebruik. Veel van hun aanbevelingen zijn van belang voor andere preventieprogramma’s zoals het hier besproken LIFT-programma.

Wil jij preventie van letsels en verstandige reductie van zorgkosten bevorderen? Wil jij naar het congres komen? Klik dan hier en schrijf je in.

Guus Schrijvers

Vorig artikelGezamenlijke zorg en ondersteuning aan jeugdige onvoldoende passend
Volgend artikelSt. Anna Ziekenhuis neemt nieuwe MRI-scanner in gebruik
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.