Verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg en psychiatrie aan de slag met kwaliteit

Elderly man on wheelchair with a nurse

Aanbieders van langdurige zorg aan ouderen, gehandicapten en ernstige psychiatrische patiënten gaan zich de komende jaren richten op kwaliteitsverbetering. Er valt veel te leren. Van elkaar, maar ook op het congres over de langdurige (24 uurs) zorg op 15 maart 2018 in Utrecht.

Verpleeghuiszorg

Begin dit jaar verscheen het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Dit document van het Zorginstituut bevat tien uitgangspunten. Ik noem ze kort: cliënt is vertrekpunt, nadruk op leren, minder gedetailleerde uitkomsten, meer vertrouwen, minder bureaucratie, persoonsgerichte zorg, persoonlijke arrangementen en ondersteuning van kwaliteit van leven. De nadruk ligt op het creëren van lerende organisaties.

Gehandicaptenzorg

In mei 2017 publiceerde het Zorginstituut het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg 2017-2022. Dit kader beoogt persoonsgerichte zorg die bijdraagt aan de kwaliteit van leven van cliënten. Het bestaat uit vier bouwstenen. In de eerste drie wordt de kwaliteit bekeken vanuit drie perspectieven: dat van de individuele cliënt over zijn zorg, dat van meerdere cliënten over hun ervaringen en dat van teams over hun functioneren. Daarmee maakt de instelling een kwaliteitsdocument dat drie vragen beantwoordt: Wat gaat goed? Wat kan beter? En hoe gaan we dat verbeteren?

Leren en verbeteren

De bestuurder bespreekt dat kwaliteitsrapport met de interne- en externe stakeholders. Vervolgens vraagt de bestuurder minimaal twee externe onafhankelijke deskundigen om een visitatie over het rapport. Met als doel -net als bij het kader verpleeghuiszorg-: leren en verbeteren. Het tweede kader is praktischer dan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Maar dat kader is explicieter in te hanteren normen en waarden. Leidinggevenden uit de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg kunnen veel van elkaar leren.

Psychiatrische zorg

Deze maand verscheen de generieke module Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA’s). Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz heeft deze opgesteld. Deze module beschrijft hoe de zorg voor mensen met EPA eruit zou moeten zien. In Nederland leven naar schatting 281.000 mensen met ernstige psychische aandoeningen. Daarvan is ongeveer 75% in zorg (inclusief verslavings- en forensische zorg). Van de resterende 25% zwerven velen op straat. Van de genoemde 75% is de meerderheid in zorg bij gespecialiseerde intramurale instellingen voor geestelijke gezondheidszorg.

Handvatten

Ook hier is sprake van langdurige zorg, net als bij verpleeghuiszorg en gehandicaptenzorg. Ook in dit document zijn de kernwoorden: aansluiten op individuele hulpbehoeften; het realiseren van persoonlijke doelen en integraal aanbod. De module geeft handvatten aan alle betrokkenen die een rol spelen in het kader van de zorg voor mensen met ernstige psychische aandoeningen: de patiënt zelf, diens naasten, zorgprofessionals en managers.

Hartverwarmend

Het is hartverwarmend dat de aanbieders van langdurige zorg aan ouderen, gehandicapten en ernstige psychiatrische patiënten zich de komende jaren richten op kwaliteitsverbetering. Dat gebeurt na jaren van bestuurlijke drukte rond nieuwe wetgeving, marktwerking en decentralisatie.

Leren van elkaar

De drie groepen aanbieders kunnen van elkaar leren. Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg introduceert nieuwe waarden en benadrukt de lerende organisatie. Het kader voor de gehandicaptenzorg geeft concrete tips daarvoor maar is minder diepgaand. De genoemde generieke module bevat aanbevelingen per actor in de zorg, wat de andere twee documenten niet doen.

Congres

De overeenkomsten en verschillen tussen de drie sectoren inspireerden ondergetekende en zijn collega’s om een congres daarover te organiseren op 15 maart 2018. Dat vindt plaats in Utrecht. Prof Henk Nies (Zorginstituut Nederland en Vilans) gaat op 15 maart vooral in op de kwaliteit van de ouderenzorg, Martin Boekholdt doet datzelfde voor de gehandicaptenzorg. Hij is voorzitter van de werkgroep die het kader voorbereidde. En psychiater Mike Veereschild en collega’s van GGNet geven aan hoe zij de kwaliteit van de langdurige zorg aan patiënten met EPA’s verbeteren met de zogeheten Ditsmi-aanpak. Naast deze voordrachten zijn er tal van workshops en flitspresentaties.

Meer informatie

Leidinggevenden in de langdurige zorg die eens willen kijken hoe hun collega’s in aanpalende sectoren bezig zijn met kwaliteit verhoging, zijn van harte welkom op 15 maart. Klik hier voor meer informatie over het congres dat niet alleen gaat over de kwaliteit, maar ook over de bekostiging van de langdurige (24 uurs) zorg.

Vorig artikelOok de trap op als je slecht ter been bent
Volgend artikelNieuwe directeur MEE NL bekend
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.