Financiering van oncologische netwerkzorg

0
539

Rapport geeft analyse en oplossingsrichtingen
Ziekenhuizen en andere zorgverleners werken steeds vaker samen in regionale oncologienetwerken. Het oncologienetwerk biedt patiënten met kanker integrale, persoonsgerichte oncologische zorg. Zulke netwerken lopen echter vaak tegen belemmeringen aan op het vlak van financiering en regelgeving. Het pas verschenen rapport Ontwikkeling van oncologienetwerken in Nederland. Aanbevelingen voor organisatie en financiering schetst de ontwikkeling van oncologienetwerken in Nederland en analyseert de belemmerende en bevorderende factoren.

Om te beginnen met het goede nieuws: de Nederlandse Zorgautoriteit kondigde kortgeleden een aanpassing van de regels rond samenwerking bij medisch-specialistische zorg aan. Het wordt artsen veel makkelijker gemaakt om een patiënt zorg te geven in een andere zorginstelling binnen een netwerk, bijvoorbeeld als daar bepaalde faciliteiten beschikbaar zijn die nodig zijn voor de behandeling. De patiënt houdt op beide locaties gewoon dezelfde arts en ingewikkelde financiële verrekeningen zijn niet meer nodig. Hiermee komt het bieden van de juiste zorg op de juiste plek een stap dichterbij. De opstellers van het zojuist verschenen rapport vinden dit een goede stap voorwaarts. Zij zijn ervan overtuigd dat de gesprekken en de rondetafelconferenties over financiering van netwerken die zij binnen hun project organiseerden een flinke zet in de goede richting hebben gegeven. Hun onderzoek maakt deel uit van het Citrienprogramma Naar regionale Oncologienetwerken.

Ontwikkeling van netwerken

Er bestaan oncologienetwerken in alle regio’s in Nederland en hun aantal en omvang is groeiende. Ziekenhuizen hebben verschillende redenen om oncologische zorg in een netwerk te organiseren. Dat kan zijn om gezamenlijk te voldoen aan (volume-)normen en daarmee de zorg in de regio te kunnen behouden. Soms zoeken de tweede, derde en vierde lijn verbinding om samen de kwaliteit van de zorg hoog te houden en de juiste zorg op de juiste plek te bieden. De netwerken verschillen in aard en omvang. Het aantal deelnemende ziekenhuizen verschilt en er kan wel of niet een UMC betrokken zijn.
Overeenkomsten zijn er ook. De meeste netwerken doorlopen een soortgelijke ontwikkeling. De onderzoekers zien overal dat het essentieel is dat de betrokken medisch specialisten elkaar op inhoud vinden; die verbinding dient als basis om door te groeien naar een formeel oncologienetwerk. In dit ontwikkelingsproces lopen netwerken tegen dezelfde belemmerende factoren aan, waaronder mogelijk productieverlies.

Obstakels in de financiering

De netwerken ervaren flinke obstakels op het gebied van financiering. Het rapport onderscheidt vier verschillende aspecten aan dit onderwerp:

  •  bekostiging van de patiëntenzorg: registratie en declaratie van het primaire proces;
  •  financiering van de algemene kosten en de organisatiestructuur van een oncologienetwerk;
  •  bekostiging van het multidisciplinair overleg (MDO) en de expertopinie;
  •  invloed van prikkels in het Nederlandse zorgstelsel.Op alle vier de fronten is sprake van belemmeringen die de gewenste ontwikkelrichting van de oncologische zorg in Nederland in de weg staan. Bij de bekostiging van het primaire proces

spelen NZa-regelgeving en beperkte mogelijkheden tot administratieve uitwisseling tussen ziekenhuizen een rol. Daarnaast zoeken veel oncologienetwerken antwoord op de vraag hoe en door wie de algemene kosten van een netwerk gefinancierd kunnen worden. Mogelijke oplossingsrichtingen variëren van het optuigen een ondersteuningsorganisatie met financiering per individueel netwerk, via een bundeling van ondersteuningsactiviteiten in een regionaal bureau dat meerdere netwerken bedient tot een landelijk gefinancierde ondersteuningsstructuur die alle netwerken gaat faciliteren.

Kwaliteit van oncologische zorg

Medisch-inhoudelijk zijn het MDO en de expertopinie voor oncologienetwerken van groot belang. Hier wordt de kwaliteitsslag gemaakt voor de oncologische patiënt. Dit kost steeds meer tijd, die echter tot nog toe niet als zodanig wordt vergoed.

Prikkels in het Nederlandse zorgstelsel stimuleren vaak productie binnen individuele ‘schotten’ en belemmeren zodoende de inrichting van oncologische netwerken. Dit betekent volgens de opstellers van het rapport niet dat er majeure stelselwijzigingen noodzakelijk zijn. Zij bevelen aan om gezamenlijk te verkennen hoe productieprikkels kunnen worden beperkt en hoe kwaliteitsprikkels juist meer naar voren kunnen komen in de contracteringsafspraken tussen ziekenhuizen (of wellicht oncologienetwerken) en verzekeraars. De onderzoekers tekenen hierbij aan dat het opnemen van kwaliteitsprikkels in de contractering veronderstelt dat kwaliteit meetbaar is. Daarom is het noodzakelijk om processen, uitkomsten en ervaringen van regionale oncologienetwerken te meten. Deze ontwikkeling komt ook tegemoet aan de wens om te komen tot Waardegedreven zorg.

Dit onderzoek maakt deel uit van het Citrienprogramma Naar regionale oncologienetwerken. Het project is uitgevoerd door onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG, projectleiding), het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), de Rijksuniversiteit Groningen en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Het programma Naar regionale oncologienetwerken stimuleert en ondersteunt samenwerking van zorgverleners bij de zorg voor patiënten met kanker, onder het motto ‘Trefzekere zorg voor iedere patiënt met kanker’. Meer informatie: oncologienetwerken.nl.

Het programma Naar regionale oncologienetwerken wordt gefinancierd door het Citrienfonds. Het Citrienfonds van de NFU en ZonMw helpt duurzame en breed inzetbare oplossingen in de gezondheidszorg ontwikkelen. Meer informatie: citrienfonds.nl.

Bron: Regionale oncologienetwerken