Uitspraak in arbitragezaak CZ houdt ongelijkwaardig speelveld in stand

Nog steeds geen duidelijkheid over gelijkwaardig alternatief voor KiBG

Teleurgesteld

Het Nederlands arbitrage instituut (NAI) heeft de LVVP niet in het gelijk gesteld in haar zaak tegen zorgverzekeraar CZ. De LVVP is zeer teleurgesteld over de uitspraak. Niet alleen omdat we veel tijd en moeite in deze zaak gestoken hebben, maar vooral omdat we nu nog stééds niet weten wat een geschikt alternatief is voor het keurmerk van stichting kwaliteit in basis-ggz (KiBG). Met deze uitspraak is er van een evenwicht in het stelsel en een gelijkwaardig speelveld nog steeds geen sprake.

Afwijzing

Uit de uitspraak blijkt dat de zorgverzekeraar de standaard zet: vrijgevestigden mogen blij zijn dat een door de zorgverzekeraar te beoordelen gelijkwaardig alternatief ook gehonoreerd wordt. Het is aan de contractant om er zelf achter te komen wat dat gelijkwaardige alternatief dan is. Degenen die dat hebben geprobeerd, hebben allemaal een afwijzing gekregen.

Deze stellingname van het NAI bevreemdt ons in hoge mate. Niet voor niets heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een transparantieregeling zorginkoopproces Zorgverzekeringswet (Zvw) opgesteld. Daarin staat onder andere beschreven dat de zorgverzekeraar transparant moet zijn over zijn kwaliteitsbeleid. Wij vinden het dan ook een legitiem verzoek om antwoord te krijgen op de vraag waaraan een alternatief voor het KiBG-keurmerk moet voldoen. Tot op de dag van vandaag heeft CZ hier nog niet op geantwoord, anders dan naar het KiBG-handboek te verwijzen waaruit blijkt dat je bij het KiBG moet zijn aangesloten om aan alle eisen te kunnen voldoen.

Handboek en keurmerk KiBG

Handboek en keurmerk KiBG is niet de algemeen aanvaarde standaard

In de uitspraak wordt meerdere keren verwezen naar het Handboek keurmerk basis-ggz, een product door en voor het KiBG. In het handboek staat overigens duidelijk vermeld dat KiBG niet alleen een stichting is van een aantal grote ggz-instellingen met grote belangen in de generalistische basis-ggz (gb-ggz), maar ook van zorgverzekeraars CZ, Menzis, VGZ en Zilveren Kruis. Vrijgevestigden zijn hier nooit bij betrokken geweest. Desalniettemin wordt het Handboek keurmerk basis-ggz door het NAI als een algemeen aanvaarde standaard neergezet voor de generalistische basis-ggz, terwijl dit natuurlijk helemaal niet zo is. Los hiervan brengt het keurmerk een stevige administratieve last met zich mee, terwijl er aan alle kanten gestreefd wordt naar reductie van de administratieve lastendruk. Bovendien moeten leden ook nog voor het keurmerk betalen, zodat ze de tariefsopslag die ze met het keurmerk krijgen deels weer kwijt zijn. Maar wat ons het meest frappeert, is dat het NAI meegaat in de kafkaëske cirkelredenering van CZ dat je om gebruik te kunnen maken van een alternatief anders dan het KiBG-keurmerk, je terugverwezen wordt naar het handboek van KiBG. En als je dat doet, zie je dat je alleen maar aan die eisen kunt voldoen, als je gebruik maakt van het KiBG- keurmerk.

Contractvrij werken

Contractvrij werken enige manier om invloed uit te oefenen

In de uitspraak wordt het leden aangerekend dat ze als makke lammeren contracten hebben getekend, zonder enig voorbehoud te maken. In het contracteerproces is het echter technisch niet mogelijk om een voorbehoud te maken, nog los van de vraag of dat zin gehad zou hebben. Van een eerlijk speelveld in de zorg is dus in het geheel geen sprake.

Daarbij stelt het NAI dat de LVVP überhaupt geen kans van slagen had in haar vorderingen, daar de LVVP niet de bevoegdheid heeft om ‘in te grijpen’ in individuele overeenkomsten gesloten tussen CZ en haar leden. Uiteraard kan de LVVP niet ingrijpen in individuele contracten. Maar een dergelijke stellingname van het NAI maakt het de LVVP feitelijk onmogelijk om namens haar leden op te treden en is bovendien volslagen contrair met het convenant onafhankelijke geschillenbeslechting dat partijen onder regie van VWS hebben gesloten. Idee was destijds juist dat branchepartijen met dit convenant gemakkelijker zouden kunnen optreden namens hun leden.

Er was en is van een gelijkwaardig speelveld geen sprake en met deze uitspraak wordt dat in stand gehouden en gelegitimeerd. We concluderen dat contractvrij werken de enige manier lijkt waarop leden in dit zorgstelsel nog enige invloed kunnen uitoefenen. We blijven daarom zéér kritisch staan ten opzichte van het inperken van contractvrij werken onder deze omstandigheden.

Onevenwichtigheid bevestigd

Met deze uitspraak lijkt de zorgverzekeraar helaas nog steviger in het zadel te zijn geholpen ten koste van de positie van de zorgaanbieder en is er van een evenwicht in het stelsel en een gelijkwaardig speelveld nog steeds geen sprake. Maar ook het feit dat de LVVP volgens het NAI maar beperkt namens de leden mag optreden -feitelijk alleen voor hen die geen contract met de verzekeraar hebben gesloten- is schadelijk voor de positie van de vrijgevestigde psycholoog en psychotherapeut. Kleine zorgaanbieders zijn niet in de positie om te onderhandelen met de zorgverzekeraar en de LVVP mag het niet. Het NAI verzwakt in feite de positie van een brancheorganisatie in de contractuele fase, terwijl dit nu juist ten grondslag ligt aan de oprichting van het NAI.

Taak voor de NZa en het ministerie van VWS

Nu duidelijk is geworden dat de LVVP ook met de gang naar het NAI geen duidelijkheid krijgt over de inkoopvoorwaarden van CZ, is de NZa als toezichthouder aan zet.

Verder wekt deze uitspraak de indruk dat contractvrij werken de enige manier lijkt om invloed uit te kunnen oefenen. In het hoofdlijnenakkoord hebben we afgesproken dat contracteren gestimuleerd dient te worden. Deze uitspraak heeft een averechts effect. Wij roepen de politiek en het ministerie van VWS op meer waarborgen te creëren voor een eerlijk contracteerproces en gelijk speelveld.

Bron: LVVP