Preventie

Voorpaginanieuws

Hart APK

Cardioloog Leo Hofstra van het academisch ziekenhuis Maastricht wil zoveel mogelijk medewerkers van bedrijven en inwoners van onder meer de gemeente Maastricht de kans geven de conditie van hun hart te laten testen. Hofstra wil dat iedereen gescreend wordt op factoren als bloeddruk, buikomvang, lengte en gewicht. Ook krijgt iedereen die zich aanmeldt een lijst […]

Lees Meer

Morgengezondweerop.nl start gezondheidsonderzoek havenbedrijfsleven

De Rotterdamse haven maakt kennis met Morgengezondweerop.nl, een innovatief medisch bedrijf dat logistiek en gezondheidsonderzoek handig combineert. Vanaf volgende week rijden vier speciaal als medische onderzoeksruimte ingerichte bussen langs bedrijven in de haven om werknemers een gezondheidscheck aan te bieden. De ondernemer achter Morgengezondweerop.nl, drs. Patrick de Regt, heeft met het aanbieden van de checks […]

Lees Meer

Lepra middel Rifampicin werkt ook preventief

Het geneesmiddel rifampicin – dat sinds de jaren tachtig deel uitmaakt van de behandeling van lepra –  blijkt ook effectief als preventief middel tegen de ziekte. Het verstrekken van een eenmalige dosis rifampicin aan personen in de sociale omgeving van leprapatiënten kan besmetting voorkomen. Onderzoekers van het Erasmus MC en het Koninklijk Instituut voor de […]

Lees Meer

Klink: Beloon gezondere leefstijl

De Zorgverzekeringswet biedt aan zorgverzekeraars de mogelijkheid om aan chronische zieken die gezond leven korting te geven op eigen bijdragen. Guus Schrijvers voelt daarvoor. Aan het woord is VWS Minister Ab Klink in een gesprek met Guus Schrijvers op dinsdag 19 februari. Hij had hem uitgenodigd voor een gesprek ter kennismaking. Guus Schrijvers vertelde hem […]

Lees Meer

Presentatie Borstkanker en Preventie

Naast screening ook andere vormen van preventie

Preventie van borstkanker bestaat vooral uit bevolkingsonderzoeken naar borstkanker. Daarnaast vindt genetisch onderzoek plaats bij vrouwen met mogelijk verhoogde kans op een erfelijke vorm van borstkanker. Vrouwen bij wie dit het geval blijkt te zijn, kunnen overwegen een intensief controleschema en/of een borstamputatie te ondergaan. Voorlichting en zelfonderzoek van de borsten door vrouwen zijn andere vormen van preventie, die in Nederland eveneens plaatsvinden. Er bestaat echter geen aanwijzing dat borstzelfonderzoek bijdraagt aan geringere sterfte aan borstkanker.

Screening draagt bij aan vroegtijdige opsporing borstkanker

Borstkankerscreening is erop gericht vrouwen van 50 tot en met 75 jaar met behulp van borstfoto’s (mammografie) te screenen op de aanwezigheid van (vroege stadia van) borstkanker. Door vroegtijdige opsporing kunnen patiënten eerder worden behandeld, waardoor de kansen op genezing, vermindering van klachten en overleving toenemen. In 1990 is het landelijk bevolkingsonderzoek naar borstkanker gestart voor vrouwen van 50 tot en met 70 jaar. In 1998 is dit uitgebreid naar vrouwen tot en met 75 jaar.

Vier op de vijf vrouwen neemt deel aan bevolkingsonderzoek

In 2006 heeft 82% van de vrouwen die hiervoor werden uitgenodigd, deelgenomen aan de screening. Deze opkomstcijfers van het Nederlandse bevolkingsonderzoek zijn toe te schrijven aan een centrale aanpak met aandacht voor voorlichting, een correcte benadering en een geschikte onderzoeksomgeving.

Uniforme uitvoering screeningsprogramma

Het RIVM coördineert het landelijke screeningsprogramma. De uitvoering en de regionale coördinatie is in handen van negen regionale stichtingen. De uitvoering van het landelijke programma borstkankerscreening verloopt op gestandaardiseerde wijze. Iedere twee jaar ontvangen alle vrouwen van 50 tot en met 75 jaar een uitnodiging. Het verloop van het onderzoek is vastgelegd volgens vaststaande procedures.

Borstkankersterfte met een kwart verlaagd sinds start bevolkingsonderzoek

Bij 5 op de 1.000 vrouwen die aan de screening deelnemen, wordt borstkanker vastgesteld. Sinds 1997 is een daling van de borstkankersterfte bij vrouwen van 55-74 jaar te zien, die significant afwijkt van de sterfte die zonder bevolkingsonderzoek zou worden verwacht. Zo was de borstkankersterfte in 2006 23,5% lager dan gemiddeld in 1986-1988 (voordat het landelijke bevolkingsonderzoek werd gestart). Voor Nederland wordt geschat dat de bijdrage van screening aan de vermindering van de waargenomen borstkankersterfte drie tot vier maal groter is dan die van betere behandeling.

Vroegtijdige opsporing kent ook ongunstige neveneffecten

Screening kent ook een aantal ongunstige effecten. Zo wordt de diagnose borstkanker door screening weliswaar vervroegd, maar daar staat niet altijd levensverlenging tegenover. Dit betekent dat de betrokken vrouw dan langer met de ziekte, en alles wat ermee gepaard gaat zoals extra controles, moet leven. Bij een aantal vrouwen zou borstkanker zonder screening nooit gediagnosticeerd zijn gedurende hun leven (overdiagnose) en worden ze onnodig behandeld voor de ziekte. Vrouwen die, achteraf gezien, ten onrechte van borstkanker verdacht worden (fout-positieven) krijgen te maken met onnodig medisch onderzoek met alle psychische en lichamelijke gevolgen vandien. Ook kan een tumor bij screening onopgemerkt blijven (fout-negatieven).

Internationale vergelijking moeilijk te maken

Omdat de uitvoering van de borstkankerscreening in veel landen anders georganiseerd is dan in Nederland, is het moeilijk de effecten te vergelijken. Wel is bekend dat in landen (zoals Nederland en de Scandinavische landen) waar een uniform dekkend programma bestaat, de deelname van vrouwen hoger is dan in landen waar dit anders georganiseerd is. Ook valt op dat in Nederland minder vrouwen voor nadere diagnostiek worden doorverwezen dan in vergelijkbare landen, terwijl het aantal opgespoorde borstkankers even groot is.

Kosten van borstkankerscreening toegenomen

De totale kosten van het programma borstkankerscreening zijn toegenomen van 5,7 miljoen euro in 1990 tot 48,7 miljoen euro in 2006. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de uitbreiding van de doelgroep van 50-70 jarigen tot 50-75-jarigen. De kosten per onderzoek bedragen 55 euro. Het programma wordt gefinancierd door het ministerie van VWS.

Lees Meer