Vaginale probiotica zinvol, maar niet alle preparaten werken

0
25116

Waterstofperoxide producerende Lactobacillus acidophilus (NAS) superieur
probioticaVrijwel elke vrouw heeft wel eens vaginale klachten zoals jeuk, een schraal gevoel, branderigheid, irritatie en een overmatige (onwelriekende) afscheiding. De klachten kunnen vanzelf overgaan, aanhouden of regelmatig terugkomen.Dagelijks een schaaltje yoghurt met lactobacillen kan vrouwen met terugkerende vaginale klachten in sommige gevallen van hun klachten afhelpen, zo blijkt uit recent literatuuronderzoek waarvan de resultaten vermeld staan in het tijdschrift Huisarts en Wetenschap. Maar in het verleden zijn er meer onderzoeken gedaan met wisselende resulaten

De klacht staat bekend als bacteriele vaginose: de microflora van de vagina, waarin wel tachtig soorten lactobacillen huizen, is uit balans. Dat kan gebeuren na een antibioticakuur of na seksuele activiteit. De colibacterie uit de darm krijgt daardoor soms een kans zich in de vagina te nestelen. Het natuurlijk evenwicht kan dan verstoord raken. Het gevolg is een onaangenaam ruikende afscheiding.In zeven onderzoeken werd gekeken naar het effect van lactobacillen uit probiotische yoghurt met Lactobacillus acidophilus. Twee studies lieten een positief effect zien. In het eerste onderzoek brachten de vrouwen dagelijks 10 milliliter probiotische yoghurt via een tampon in de vagina. Na vier weken was 88 procent van de vrouwen van de klachten af, tegen 15 procent zonder behandeling.

De meest voorkomende oorzaken van dergelijke klachten zijn bacteriele vaginosis (overgroei met gram-negatieve anaerobe bacterien ) en vulvovaginale candidiasis (overgroei met de candidaschimmel, meestal Candida albicans). In beide situaties kunnen vaginaal ingebrachte probiotica de genezing ondersteunen en herinfectie helpen voorkomen. Het is daarbij wel heel belangrijk dat een effectieve bacteriestam wordt ingezet.

Het gezonde vaginale ecosysteem vormt een natuurlijke barrière tegen potentieel ziekmakende (pathogene) microben; microben die verantwoordelijk zijn voor urineweginfecties, bacteriele vaginosis, vulvovaginale candidiasis en seksueel overdraagbare aandoeningen.[13] Uit onderzoek is bekend dat de gezonde vaginale (symbiotische) flora van vrouwen in de vruchtbre leeftijd voornamelijk bestaat uit lactobacillen (Lactobacillus acidophilus, L. fermentum, L. plantarum, L. brevis, L. jensenii, L. casei, L. salivarius e.a).[1,2]

Lactobacillen beschermen
Lactobacillen hebben verschillende gunstige eigenschappen. Allereerst weren ze pathogene micro-organismen simpelweg door de weg te versperren (competitieve remming). Lactobacillen koloniseren de vagina, hechten zich aan receptoren op het vagina-epitheel, klonteren samen (aggregatie) en binden zich aan pathogene microben (co-aggregatie).[2,3] Hierdoor krijgen ziekteverwekkers geen kans om zich in de vagina te nestelen, zich te vermeerderen en klachten te veroorzaken. Lactobacillen produceren melkzuur, wat zorgt voor een gunstige zuurgraad (pH 3,8-4,2) in de vagina en maken – afhankelijk van de bacteriestam – antimicrobiele stoffen zoals waterstofperoxide en bacteriocines.[2,4,5,6] Bovendien ondersteunen lactobacillen de afweerfunctie van de slijmvliezen. De samenstelling van de vaginale flora fluctueert tijdens de menstruele cyclus. De week voor de menstruatie en tijdens de menstruatie neemt het aantal lactobacillen af, waarbij het aantal anaerobe bacterien (die gedijen in een zuurstofarme omgeving) gelijk blijft of toeneemt.

Daling aantal lactobacillen
Verlaging van het aantal lactobacillen in de vagina verhoogt de kans op bacteriele vaginosis (een afwijkende vaginale flora die niet persé tot klachten leidt) en (uro)genitale infecties (waarbij wel klachten optreden door overgroei met ziekteverwekkers zoals E.coli e.a).[2] Het aantal lactobacillen in de vagina daalt onder meer bij frequent (onbeschermd) seksueel contact, stress en gebruik van zaaddodende middelen, vaginale douches, de pil en antibiotica.[7,8] Uit een studie blijkt dat door deze factoren slechts 22% van de seksueel actieve vrouwen een normale, Lactobacillus-dominante flora behoudt.[8]

Bacteriele vaginosis
Bacteriele vaginosis kenmerkt zich door overgroei met anaerobe (gram-negatieve) bacterien (zoals Gardnerella, Mobiluncus, Bacteroïdes, Mycoplasma hominis, Streptococcus viridans, Prevotella bivia, Atopobium vaginae) met gelijktijdige daling van het aantal lactobacillen waardoor de pH in de vagina stijgt boven 4,5.[9] Het is de meest voorkomende oorzaak van vaginale afscheiding en is gelukkig goed te verhelpen door verlaging van de zuurgraad en het aanvullen van de lactobacillen populatie.

Lactobacillen die waterstofperoxide produceren
Het herstel van de gezonde vaginale flora door vaginale applicatie met lactobacillen is een logische en veilige strategie om de weerstand in het vaginale gebied te verhogen en een bestaande infectie goed te boven te komen. Probiotica met lactobacillen beschermen vrouwen tegen urogenitale infecties en helpen bij het normaliseren van de urogenitale flora.[15,16] De keuze van de bacteriestam is daarbij heel belangrijk. De meest stabiele en krachtige vaginale flora wordt gevormd door lactobacillen die waterstofperoxide (H2O2) produceren.[1]

De kans dat een vrouw bacteriele vaginosis krijgt is 50% lager wanneer de vagina wordt bevolkt met H2O2-producerende lactobacillen vergeleken met lactobacillen die geen waterstofperoxide maken.[17] Een vaginale flora die overwegend uit lactobacillen bestaat die geen waterstofperoxide produceren is kwetsbaarder. Onderzoek toont ook aan dat H2O2-producerende lactobacillen het beste in staat zijn de vagina te (her)koloniseren bij vaginale dysbiose.[7]

Normale zuurgraad
In tegenstelling tot bacteriele vaginosis blijft de zuurgraad in de vagina bij vulvovaginale candidiasis normaal en zijn er meestal wel voldoende lactobacillen aanwezig. Het is dus de vraag of vaginale probiotica nuttig zijn ter preventie (en behandeling) van candidiasis. Uit onderzoek van Hillier blijkt dat vrouwen vaker overgroei met Candida albicans hebben wanneer de lactobacillen in de vagina geen waterstofperoxide produceren.[24] Het is bekend dat de schimmel slecht tegen hoge concentraties waterstofperoxide kan. Sommige lactobacillus-stammen gaan bovendien aanhechting van Candida aan het vaginaslijmvlies tegen.[25] Het is dus mogelijk dat de in de vagina aanwezige lactobacillen niet die eigenschappen bezitten die nodig zijn om de candidaschimmel afdoende te weren.

Niet alle lactobacillen helpen
Een onlangs gepubliceerde studie meldt dat vaginaal ingebrachte Lactobacillus rhamnosus niet helpt om vulvovaginale candidiasis na antibioticumgebruik te voorkomen.[26] Het is niet duidelijk of de onderzoekers L. rhamnosus GG (LGG) hebben gebruikt, die zich slecht hecht aan vaginaal epitheel, of L. rhamnosus GR-1 die de vagina wel kan koloniseren.[27,28] Bovendien is deze lactobacil niet geselecteerd op basis van het vermogen waterstofperoxide te produceren (het onderzoek maakt hier geen melding van). De negatieve resultaten van dit onderzoek sluiten niet uit dat andere Lactobacillusstammen vulvovaginale candidiasis wèl kunnen voorkomen.

Yoghurt
In vroegere jaren werd wel geadviseerd biogarde yoghurt met een tampon in te brengen. Afgezien van het geklieder is de werkzaamheid van yoghurt ongewis. De meeste commerciele yoghurts bevatten onbekende stammen L. bulgaricus en Streptococcus thermophilus. De hoeveelheid bacterien is niet gespecificeerd (een minimum van 100.000.000 bacterien zijn nodig) en het is niet zeker dat de bacterien nog leven zodat ze zich nog kunnen vermenigvuldigen.

L. acidophilus (NAS) wel effectief
Volgens een Amerikaanse studie hebben vrouwen die een specifieke Lactobacillus-acidophilusstam (type NAS) gebruiken significant minder kans opnieuw vulvovaginale candidiasis te krijgen.[3] Uit een eerdere studie was al gebleken dat het vaginale probioticum de groei van de candidaschimmel remt.[29] De sterke NAS-stam produceert veel waterstofperoxide (H2O2), dat groei van de schimmel remt en de balans van vaginale en intestinale flora verbetert. De acidophilusstam hecht zich bovendien uitstekend aan het vaginale epitheel.

In een dubbelblinde, placebogecontroleerde studie werd de kans op een nieuwe episode van vulvovaginale candidiasis bij drie groepen gezonde studentes (19-40 jaar) vergeleken. De 27 deelnemende vrouwen hadden allemaal kort daarvoor vaginitis gehad met een totaal van vier of meer vulvovaginale candida-infecties in het afgelopen jaar. De vrouwen waren minimaal een maand klachtenvrij. De eerste groep gebruikte drie keer per week een vaginaal probioticum met Lactobacillus acidophilus (NAS, waterstofperoxide-producerend) en daarnaast een orale placebo. De tweede onderzoeksgroep gebruikte hetzelfde vaginale probioticum maar nam daarnaast ook een oraal probioticum in met Lactobacillus acidophilus (NAS), Bifidobacterium bifidus (Malyoth) en Lactoba-cillus bulgaricus (LB-51).[3] De derde groep kreeg een vaginale en orale placebo. De vrouwen mochten geen yoghurt met L. acidophilus eten. Gemiddeld 3,3 maanden namen de vrouwen deel aan de studie.

Vergeleken met placebo traden in de behandelgroepen significant minder candida-infecties op. Gemiddeld hadden vrouwen in de placebogroep 1,55 keer een herinfectie, in groep 1 en 2 respectievelijk 0,27 en 0,60 keer. Het maakte niet uit of de vrouwen alleen het vaginale probioticum gebruikten of er ook een oraal probioticum bij namen. Deze studie toont aan dat door vaginale applicatie van de speciale Lactobacillus-acidophilusstam (NAS, H2O2-producerend) al dan niet in combinatie met een oraal probioticum, de kans op vulvovaginale candidiasis vermindert bij vrouwen die hiervoor gevoelig zijn.

Referenties

1. Antonio MA, Hawes SE, Hillier SL. The identification of vaginal Lactobacillus species and the demographic and microbiologic characteristics of women colonized by these species. J Infect Dis. 1999;180(6):1950-6. 2. Boris S, Suarez JE, Vazquez F et al. Adherence of human vaginal lactobacilli to vaginal epithelial cells and interaction with uropathogens. Infect Immun. 1998;66(5):1985-9. 3. Metts J, Famula TR, Trenev N et al. Lactobacillus acidophilus strain NAS (H2O2 positive) in reduction of recurrent Candidal vulvovaginitis. Journal of Applied Research 2003;3(4):340-8. 4. Boskey ER, Telsch KM, Whaley KJ et al. Acid production by vaginal flora in vitro is consistent with the rate and extent of vaginal acidification. Infect Immun. 1999;67(10):5170-5. 5. Boskey ER, Cone RA, Whaley KJ et al. Origins of vaginal acidity: high D/L lactate ratio is consistent with bacteria being the primary source. Hum Reprod. 2001;16(9):1809-13. 6. Hillier SL, Krohn MA, Rabe LK et al. The normal vaginal flora, H2O2-producing lactobacilli, and bacterial vaginosis in pregnant women. Clin Infect Dis. 1993;16(S4):S273-81. 7. Vallor AC, Antonio MA, Hawes SE et al. Factors associated with acquisition of, or persistent colonization by, vaginal lactobacilli: role of hydrogen peroxide production. J Infect Dis. 2001;184(11):1431-6. 8. Schwebke JR, Richey CM, Weiss2 HL. Correlation of behaviors with microbiological changes in vaginal flora. J Infect Dis. 1999;180(5):1632-6. 9. Holst E, Goffeng AR, Andersch B. Bacterial vaginosis and vaginal microorganisms in idiopathic premature labor and association with pregnancy outcome. J Clin Microbiol. 1994;32(1):176-86. 10. Martin HL, Richardson BA, Nyange PM et al. Vaginal lactobacilli, microbial flora, and risk of human immunodeficiency virus type 1 and sexually transmitted disease acquisition. J Infect Dis. 1999;180(6):1863-8. 11. Kilic AO, Pavlova SI, Alpay S et al. Comparative study of vaginal Lactobacillus phages isolated from women in the United States and Turkey: prevalence, morphology, host range, and DNA homology. Clin Diagn Lab Immunol. 2001;8(1):31-9. 12. Martin HL, Richardson BA, Nyange PM et al. Vaginal lactobacilli, microbial flora, and risk of human immunodeficiency virus type 1 and sexually transmitted disease acquisition. J Infect Dis. 1999;180(6):1863-8. 13. Sakai M, Ishiyama A, Tabata M et al. Relationship between cervical mucus interleukin-8 concentrations and vaginal bacteria in pregnancy. Am J Reprod Immunol. 2004;52(2):106-12. 14. Salim R, Ben-Shlomo I, Colodner R et al. Bacterial colonization of the uterine cervix and success rate in assisted reproduction: results of a prospective survey. Hum Reprod. 2002;17(2):337-40. 15. Reid G. Probiotic agents to protect the urogenital tract against infections. Am J Clin Nutr 2001;73(2S):437S-443S. 16. Reid G. Probiotics for urogenital health. Nutr Clin Care 2002;5(1):3-8. 17. Hawes SE, Hillier SL, Benedetti J et al. Hydrogen peroxide-producing lactobacilli and acquisition of vaginal infections. J Infect Dis 1996;174:1058-1063. 18. Hilton E, Isenberg HD, Alperstein P et al. Ingestion of yogurt containing Lactobacillus acidophilus as prophylaxis for candidal vaginitis. Ann Intern Med 1992;116(5):53-57. 19. Saling E, Schreiber M, al-Taie T. A simple, efficient and inexpensive program for preventing prematurity. J Perinat Med. 2001;29(3):199-211. 20. Hoyme UB, Saling E. Efficient prematurity prevention is possible by pH-self measurement and immediate therapy of threatening ascending infection. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2004;115(2):148-53. 21. Nyirjesy P. Chronic vulvovaginal candidiasis. Am Fam Phys 2001;63(4):697-702. 22. Sobel JD. Recurrent vulvovaginal candidiasis. A prospective study of the efficacy of maintenance of ketoconazole therapy. N Engl J Med 1986;315(23):1455-1458. 23. Franklin IM, Elias E, Hirsch C. Fluconazole-induced jaundice. Lancet 1990;336(8714):565. 24. Hillier SL, Krohn MA, Klebanoff SJ et al. The relationship of hydrogen peroxide-producing lactobacilli to bacterial vaginosis and genital microflora in pregnant women. Obstet Gynecol 1992;79:369-373. 25. Osset J, Garcia E, Bartolome RM et al. Role of Lactobacillus as protector against vaginal candidiasis. Med Clin (Barc). 2001;117(8):285-8. 26. Waknine Y. Oral and vaginal lactobacillus ineffective in preventing postantibiotic vulvovaginal candidiasis. BMJ, published online Aug 27 2004; www.medscape.com. 27. Hilton E, Rindos P, Isenberg HD. Lactobacillus GG vaginal suppoitories and vaginitis. J Clin Microbiol 1995;33(5):1433. 28. Gardiner GE, Heinemann C, Bruce AW et al. Persistence of Lactobacillus fermentum RC-14 and Lactobacillus rhamnosus GR-1 but not L. rhamnosus GG in the human vagina as demonstrated by randomly amplified polymorphic DNA. Clin Diagn Lab Immunol. 2002;9(1):92-6. 29. Williams, A.B., Chang, Y., Tashima, K., Burgess, J., Danvers, K., Evaluation of two self-care treatments for prevention of vaginal candidiasis in women with Human Immunodeficiency Virus infection, J. Assoc Nurses AIDS Care 2001;12(4):51-7.

Bron: Vitals