Geen centra maar pyramides voor jeugd en gezin zijn

pyramideVan de jeugd heeft 85% geen of hooguit kort durende, minder ernstige gezondheidsproblemen die door één zorgverlener zijn te verhelpen. Zij vormen de basis van de zorgpiramide (zie eerder geplaatst bericht op 4 december door de Almeerse Jeugdwethouder Johanna Haanstra). Zij deed dat aan het begin van het nationale congres over Openbare Geestelijke Gezondheidszorg te Lelystad.

Bij circa tien procent spelen problemen op twee levensgebieden: bijvoorbeeld zorg en onderwijs. Of gezinsproblemen en onderwijs. In dit deel van de piramide is geen behoefte aan overleg, maar aan afstemming. Men moet weten dat er op een ander domein ook een probleem speelt. In deze tweede fase speelt de verwijsindex en onderlinge bereikbaarheid een grote rol.

Bij circa 3,5% van de kinderen zijn meer dan vier hulpverleners betrokken. Dan is er behoefte aan multidiciplinaire overleg, een zorgplan en de aanwijzing van een eerstverantwoordelijk hulpverlener ofwel case manager. Dan wordt een gemeenschappelijk dossier pas van belang. Dat heet in Almere het Elektronisch Signaleringsysteem Alle Risicogroepen (ESAR).

In de vierde laag van de piramide is er sprake van een crisissituatie. Er dreigt een huisuitzetting. Het kind heeft zich crimineel gedragen. Het is mishandeld. Dan treedt de brandfunctionaris op met doorzettingsmacht. Andere hulpverleners doen in die situatie wat hij/zij opdraagt. Bij een klein percentage  van de kinderen volgt een plaatsing in een pleeggezin of andere uithuisplaatsing. In deze piramide begint de integratie pas in fase twee. De integratie krijgt in fase 3, 4 en 5 steeds een andere invulling.

Centraal in dit model staan twee vragen: Zit elk kind in de juiste fase? Hier gaat het om steeds weer vroegtijdig monitoren en voorkomen dat een kind in de volgende fase belandt. De tweede vraag betreft het bewaken van de overgangen tussen de fases en het snel inschakelen van hulpverleners in volgende fases. Als bijvoorbeeld een kind is mishandeld en een crisis aanwezig, kan het niet zes weken duren voordat een instantie als Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) ingrijpt.

Dit model van de piramide voor jeugd en gezin is aantrekkelijker dan een hierarchisch structuurmodel voor Centra voor Jeugd en Gezin. Want het ordent interventies naar doelgroep, legt de nadruk op beslisbomen en monitor-instrumenten en maakt overlegvormen afhankelijk van de ernst van het probleem. Tot zover dit bericht.

Prof.dr. Guus Schrijvers merkt op dat de zorgpiramide zich ook uitstekende leent voor de organisatie van chronische zorg. Er ligt een overeenkomst met de Kaiser Permanente Triangle en het filtermodel voor de geestelijke gezondheidszorg. Wilt u alle Power Point plaatjes zien die wethouder Johanna Haanstra gebruikte tijdens de genoemde voordracht? Klik dan hier.