Ziektebeeldinformatie helpt patiënten

Informatie over ziektebeelden met mogelijkheden tot behandeling daarvan, is van belang voor patienten en daarom waardevol. Ontmoedigen of verbieden ervan is het kind met het badwater weggooien. De informatie dient wel feitelijk, wetenschappelijk onderbouwd, toetsbaar en niet promotioneel te zijn. Meer duidelijkheid over de grens tussen voorlichting en reclame is daarbij gewenst. Daarover wordt momenteel overlegd tussen de organisaties van artsen, apothekers, farmaceutische bedrijven en het ministerie van VWS, op initiatief van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame en het toezichtorgaan op geneesmiddelenreclame gericht op het publiek KOAG/KAG.

Dat zegt Nefarma, branchevereniging voor de innovatieve farmaceutische industrie, in een reactie op een onderzoek van Gezonde Scepsis dat vandaag is verschenen en werd gedaan in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het onderzoek beschrijft activiteiten van bedrijven om een nieuw geneesmiddel onder de aandacht te brengen. Vanwege het verbod op publieksreclame zijn er maar beperkte mogelijkheden om dit te doen. Bedrijven worden ervan verdacht ziektes en aandoeningen te ‘promoten’. Het rapport gaat specifiek in op informatiecampagnes over aandoeningen als overactieve blaas, restless legs en maagzuur.

Medisch specialisten die dagelijks patienten behandelen, geven aan dat het wel degelijk om serieuze aandoeningen gaat, aldus Nefarma. Ze wijzen erop dat aandoeningen niet levensbedreigend hoeven te zijn om de kwaliteit van leven ernstig te verslechteren, bijvoorbeeld doordat mensen in een isolement raken. Het is van belang dat patienten samen met hun dokter de afweging maken of het gebruik van geneesmiddelen kan helpen en wenselijk is.
Nefarma is het dan ook niet eens met opvattingen van critici dat ziektebeeldinformatie (door hen aangeduid als ‘symptoomreclame’) tot onnodig en overmatig huisartsenbezoek leidt.
Als voorlichtingscampagnes patienten erop attenderen dat er nu misschien een behandeling mogelijk is voor een aandoening waarover zij eerder te horen kregen dat er niets aan te doen is, is een doktersbezoek juist zinvol.