Gemeenten bereiken mantelzorgers niet met ondersteuning

Veel gemeenten hebben aardig wat ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar voor mantelzorgers, zoals informatie, advies en begeleiding, emotionele steun en educatie. Het probleem is dat mantelzorgers hier volgens de gemeenteambtenaren niet van op de hoogte zijn en er daarom weinig gebruik van maken. Dit is een van de resultaten uit het onderzoek naar de implementatie van de basisfuncties vrijwilligerswerk en mantelzorg dat MOVISIE samen met 14 provinciale Centra voor Maatschappelijke Ontwikkeling (CMO’s) uitvoerde onder 383 gemeenten in Nederland.

Met de nulmeting ‘Goed voor Elkaar’ is een figuurlijke foto gemaakt hoe het er voorstaat met de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers door gemeenten. Door het invullen van vragenlijsten hebben gemeenten hun eigen gemeentebeleid beoordeeld aan de hand van de basisfuncties mantelzorg en vrijwilligerswerk op prestatieveld 4 van de Wmo. Ongeveer de helft van de gemeenten vindt dat ze de mantelzorg basisfuncties Visie en beleid, Informatie en Advies en begeleiding al goed voor elkaar hebben. Een ander groot deel is hiermee op de goede weg. De ambtenaren geven echter tegelijkertijd aan dat ze vinden dat het gebruik van dit ondersteuningsaanbod beter kan. Dit komt volgens hen omdat het lastig is om de mantelzorgers te bereiken.

Aanbod schiet te kort
Er zijn twee basisfuncties mantelzorg waarbij het omgekeerde geldt: het aanbod moet eerst beter om vervolgens mantelzorgers te kunnen wijzen op die mogelijkheden en het gebruik ervan te kunnen stimuleren. Dit zijn de basisfuncties Financiele tegemoetkoming en Materiele hulp, voor 38% van de gemeenten is dit nog ontgonnen terrein. Met deze praktische ondersteuning zoals een parkeerpas en extra ondersteuning van de thuiszorg zijn mantelzorgers enorm geholpen en kan overbelasting worden voorkomen.

Genoeg werk te doen
Uit het rapport ‘Goed voor elkaar met de basisfuncties’ blijk dat veel gemeenten op de goede weg zijn met de ondersteuning op het gebied van mantelzorg en vrijwilligerswerk. Dat neemt niet weg dat vanuit het perspectief van de mantelzorger en de vrijwilliger beslist verbetering mogelijk is. Het belang van de nulmeting is ook dat op een later moment kan worden bezien hoe de basisfuncties zich op lokaal niveau hebben ontwikkeld. Want al hebben veel gemeenten een goede start gemaakt met de basisfuncties, ze kunnen nu aan de hand van de nulmeting zien wat er nog gedaan moet worden om echt tevreden te zijn.