eHealth: tijd voor doen, KNMG : de dokters bijeen

0
318

Deze week congresseert de KNMG over eHealth, alle dokters bijeen! Dat is een kans. In vele gremia, communities, organisaties wordt gesproken over eHealth. Statements als “bedrijven kennen social media niet” circuleren op Twitter. Er is echter nog een groot onderscheid tussen realiseerbare goede ideeen, en de realiteit. Innovaties in Nederland komen in evolutie, niet in revolutie. Twitter wordt zo gebruikt door 5% van de bevolking. Facebook is meer de kroeg van de vrijdagborrel. De ideeen zijn de horizon. Het doen vindt plaats in de realiteit : voeten op de grond (of in de modder).

Dus : think big, but start small. Geloof in de horizon, maar begin waar het moet. De huisarts blijft het beginpunt van alles.

The state of the Union
Er is de ontwikkeling van eHealth, waaronder begrepen “Telecare”, en meer invloed en betrokkenheid, en “bereikbaarheid”, van de patient via ook “virtuele” kanalen als sociale media, maar ook gewoon telefonie.

Ik maak een onderscheid tussen:

  • Ideeenvorming in allerlei vormen, te onderscheiden in trends en hypes
  • Projecten (vaak gesubsidieerd), waaronder ook clinical trials
  • Business development : het doen, opgenomen in de exploitatie.

Het grootste deel van het containerbegrip “eHealth” zit nog in de enthousiaste ideeen fase, een ander deel in Projecten/trials (beperkt door subsidie en een eindmoment), en een kleiner deel in echte exploitaties in de Zorg opgenomen.

De feiten

  • sociale media, en breder eHealth oplossingen, staan pas aan het begin van hun invloed, zowel in cijfers, als in feitelijke toepassingen
  • er zijn veel kleine goede eHealth projecten/trials rond bv. (thuis) Cardiologie, Camera-inzet (Friesland), die nog subsidiegebonden zijn en geen exploitatiemodel hebben
  • er zijn enkele concrete voorbeelden van in exploitatie genomen “eHealth” : het twitterspreekuur, en de Digitale Poli van het Radboud. Voorop loopt de GGZ met veel online diensten en emailconsulten.
  • “call of contact centers” als eHealth toegang zijn er niet tot nauwelijks. Webintegratie tussen contact centers en klant is er maar in 3% van de zakelijke markt. De toegangs/ bereikbaarheidspositie van de Zorg voor de patient en v.v. is all over matig geregeld. En dit moet in het algemeen de startpositie zijn, ook omdat het “eerste klantcontact” het belangrijkst is.

De aandacht

Als je kijkt naar de aandacht, congres-agenda’s en communities zijn daar een afspiegeling van, gaat veel aandacht naar de mogelijkheden van “eHealth” uit, en die zijn schier oneindig. Van het betrokken maken van de patient via sociale media, tot op afstand opereren, en alles wat er tussen zit.
En ideeenvorming, met een te maken scheiding tussen trends en hypes, staat aan het begin van alles en is dus heel belangrijk. Er beginnen zich trends te ontwikkelen (sociale media, digitale poli’s, meer betrokkenheid van de patient met benutting eHealth, telecare met thuismogelijkheden voor de patient). Ook hypes : “Domotica” is er één van, zowel in onvoldoende besef van het “hoe” (kosten, bekostiging, techniek), als in de maakbaarheid : te grootse ideeen over substitutie van personeel [UK: 6-8%, Kings Fund].

Er is nog nauwelijks aandacht, of congressen/communities, voor het strikt gericht zijn van ideeen gekoppeld aan “business-development”: een concreet werkbare eHealth toepassing, die in de exploitatie van een zorginstelling of professional(s) wordt opgenomen.

De zorgsectoren

Een grof onderscheid kan er gemaakt worden tussen:

  • de professionele nulde/eerste lijn (GGD, Huisartsen en Verloskunde), primair met professionals werkend.
  • De instellingsgerichte eerstelijn (Thuiszorg, GGZ).
  • En tot slot, zowel instelling als professionals, de tweede lijn(Ziekenhuizen/specialisten en intramurale AWBZ).

Het meest “contact” rijk zijn hier de GGD’s, Huisartsen, deels GGZ en Thuiszorg, en de Ziekenhuizen/specialisten.

Beginnende exploitabele toepassingen zouden zich stapsgewijs door die keten moeten ontwikkelen, waarbij ik GGD en Huisarts als effectief startmoment zie, en Ziekenhuizen/specialismen doende dienen te zijn, door op deelgebieden toepassingen te ontwikkelen en uit te voeren.

Think big start small

Het denken in de keten (GGD : preventie), Huisarts (behandeling en verwijzing), Ziekenhuis (behandeling) is van belang.
Het denken in totaal geïntegreerde oplossingen in de keten is mooi, zelfs nodig, maar met alle belangen en verschillende organisatievormen, niet effectief implementeerbaar op dit moment.
Het “start small” zit in eerste instantie in deeloplossingen binnen elk van de sectoren, later volgt dan stapsgewijze integratie.
Kijkend naar de markt zijn de prioriteiten dan niet zo moeilijk te benoemen. Dat zijn immers de knelpunten, die er in de onderdelen van de keten nu zijn.

  • GGD en Huisarts : voor GGD en Huisartsen is het simpelweg het eerst oplossen van de contact interactie op basis van eHealth met de klant : van het bellen (alleen) nu naar contactcenters (of –tjes) met eHealth en interactieve (twee-weg) toegang: telefonie, web, email, sociale media . Kenbaar is dat die situatie nu nog zelden zo bestaat.
  • Ziekenhuizen kunnen primair “bedachte”, soms toegepaste (Digitale Poli), eHealth op deelonderdelen, bij voorkeur nog per specialisme, vormgeven. Dit ook omdat per specialisme de mogelijkheden verschillen.
  • Daarnaast en secundair, geldt voor de contact-interactie bij ziekenhuizen in algemene zin, hetzelfde als voor de GGD en Huisartsen is gezegd : eHealth (twee-weg) toegang op basis van contact centers. Ik noem dit hier als “2e” punt bij Ziekenhuizen, omdat dit op zichzelf al een grootse ontwikkeling is, die veel tijd vergt (denk aan een “centrale afspraakregeling”, en integratieproblematiek tussen alle onderdelen van het ziekenhuis).

In schema:

Belemmeringen eHealth en innovatie

Alleen kort benoem ik de belemmeringen met betrekking tot eHealth en de bijbehorende innovatie. Kort, ook omdat het meteen de uitdagingen zijn waarmee van idee tot exploitatie kan worden gekomen.

  • De financieringssystematiek in de zorg belemmert innovatie (geen tarief, dubbele kosten)
  • VWS is geen innovatief “bedrijf”, meer een subsidie-machine, op projecten en niet op exploitatie gericht. Ook de NZa is hier een belemmering in
  • De sector wordt meer beheerst door managers (kosten drukken, lijnbeleid) dan door ondernemers (vergroten omzet, innovatie)
  • Veel andere lopende veranderingen in de Zorg (ook bezuinigingen) leggen druk op de tijd van mensen, waardoor de tijd voor innovaties belemmerd wordt. Met name bij Huisartsen is de tijdsdruk een belangrijke probleemfactor
  • Er wordt soms (vaak?) te groot gedacht. Het aantal partijen/belangen belemmert dan de oplossing. Deelprojecten, exploitatiegericht, hebben meer kansen.

Do’s and don’ts

Tot slot. De do’s and don’ts volgen uit het voorgaande. Samenvattend kortheidshalve :

  • Start met kleinere, maakbare deel eHealth toepassingen, schuif integratie naar de toekomst
  • eHealth toepassingen moeten op exploitatie gericht zijn. Een test/pilotfase kan ook in zo’n opzet meegenomen worden voor betere meetresultaten
  • Creativiteit is gevraagd, eis, om de belemmeringen te “ontwijken”
  • Begin met de primaire klantcontacten.

eHealth wordt (en is) belangrijk voor de toekomst van de zorg. Maar de “opbrengsten” voor patienten en organisaties komen niet per olietanker, maar in roeibootjes.

© ZorgImpact,
Hildebrand van Weerd, 6-2-2011.