Sprookje of toekomstperspectief?

0
246

Iedere bewoner heeft een polshorloge met een chip waarin zijn fysiologisch profiel is opgeslagen. Het horloge bevat ook een temperatuursensor waarmee de actuele huidtemperatuur wordt gemeten, als indicator voor zijn comfortbeleving. Fundamenteel onderzoek en veldstudies hebben de relatie tussen de fysiologie van het menselijk lichaam en de comfortbeleving aangetoond en toepasbaar gemaakt.  Bij het betreden van een vertrek wordt via een scanner de chip en de sensor afgelezen. De gescande informatie wordt omgezet in sturingssignalen waarmee de systemen van de moderne woning, c.q. de vertrekken worden aangestuurd.. Lichtniveau en temperatuur worden automatisch afgestemd op de individuele comfortwensen. De ventilatie past zich aan aan de geregistreerde luchtkwaliteit. Het comfortniveau is maatwerk geworden en het energiegebruik is daarmee geoptimaliseerd. Niet te veel en niet te weinig. Afgestemd op de persoon in het betreffende vertrek, inspelend op de toenemende individualisering van het wonen. Kleedt het individu zich wat warmer of spant hij zich in, dan zal de huidtemperatuur oplopen en automatisch de verwarming terugregelen.

Het energiegebruik voor de verschillende functies worden gemonitord en via een display weergegeven, niet alleen in energie-eenheden, maar ook in euro’s. Bovendien wordt de bewoner geadviseerd om bepaalde activiteiten later op de dag uit te voeren. Daarmee de duurzaam opgewekte energie beter benuttend en ook meer gebruikmakend van daluren en lagere tarieven. Besparend gedrag wordt zichtbaar gemaakt in jaarlijkse energiebesparingscijfers die in hoge mate betrouwbaar zijn. Dit zal stimuleren om het gedrag verder aan te passen. Handmatig corrigeren blijft mogelijk en wordt via het feedbacksysteem gestimuleerd.

Onderzoek naar informatietechnologie voor energiezuinig wonen

MAASTRICHT, 24 februari 2011 – Begin 2011 is een EOS-studie (EOS staat voor Energie Onderzoek Subsidie) van start gegaan met als titel “Individu gerichte informatietechnologie voor energiezuinig wonen” (INTEWON). Het betreft een vier-jarige multidisciplinaire studie, gericht op het verkrijgen van meer inzicht in de factoren die bepalend zijn voor het werkelijke energiegebruik van een huishouden. Het Maastricht UMC+ is een van de deelnemers aan het onderzoek en tevens penvoerder.

Het voorspellen van de werkelijke energiebesparingen in zowel nieuwbouw als bestaande woningen wordt steeds belangrijker. Hypotheekverstrekkers willen de hypotheekgrens gaan baseren op ‘woonlasten’, waarbij de energiekosten, naast rente en aflossing, nadrukkelijk worden meegewogen. Huurders willen wel instemmen met energiebesparingsplannen, maar verlangen daarvoor een garantie op de te behalen besparingen. Daarvoor alleen het gebouwgebonden energiegebruik in ogenschouw nemen, en dan ook nog eens gerelateerd aan de (niet bestaande) gemiddelde bewoner en de gemiddelde behoefte aan comfort, is niet meer toereikend. Het werkelijke energiegebruik wordt immers behalve door het klimaat (buiten), de gebouwschil en de gebouwinstallatie, ook beïnvloed door de bewoning, het gedrag van de bewoners, het beheer van en onderhoud aan de woning en het gerealiseerde binnenklimaat/ het thermisch comfort/ de lichtsensatie.

Het bijzondere van dit onderzoek is dat het zich richt op die individuele bewoner binnen die technisch hoogwaardige omgeving. Daarbij worden vragen gesteld als: hoe stem je de installatie af op die gebruiker? En: hoe kun je die gebruiker zo informeren dat hij zo weinig mogelijk energie gebruikt? En: hoe hou je optimaal rekening met de fysiologie en de gezondheid van de gebruiker? Het doel van het onderzoek is inzicht bieden in de interactie tussen de individuele comfortbeleving (thermisch maar ook de invloed van licht), het gedrag dat dit oproept en de technieken die individueel energiezuinig gedrag mogelijk maken. Het wordt dus een studie, waarin technisch, fysiologisch en sociaal-wetenschappelijk onderzoek samen optrekken.

Uit de resultaten van het onderzoek kunnen innovatieve monitorings- en regeltechnieken ontwikkeld worden. Dit kan leiden tot energiebesparingen en reele voorspellingen van het energiegebruik, rekening houdend met het comfort van de bewoners.

Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door een subsidie van Agentschap NL. Aan dit onderzoek werken behalve het Maastricht UMC+ mee: de Rijksuniversiteit Groningen, de TU Eindhoven, Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs en de Haas & Partners (coördinatie). Een klankbordgroep, waarin diverse partijen uit de bouw- en huisvestingssector zijn vertegenwoordigd, begeleidt het onderzoek.

Het project dient als voorbeeld op een nieuwe website van Agentschap NL, te weten: http://regelingen.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeelden-gammaonderzoek