Premenstruele verschijnselen zijn in hersenen zichtbaar

0
493

Kort voor hun menstruatie kunnen vrouwen somber, sneller geïrriteerd en stressgevoeliger zijn dan anders. Tegelijkertijd kunnen ze meer zin hebben in eten, seks, shoppen en zelfs schoonmaken. Allemaal een kwestie van hormonen. Lindsey Ossewaarde ontdekte dat die hormoonschommelingen in de menstruatiecyclus ook te zien zijn in de hersenen, vooral in de gebieden die te maken hebben met het reguleren van emoties en met het uitkijken naar beloningen. Ossewaarde promoveert op 14 april aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Het opvallendste van het onderzoek van Lindsey Ossewaarde is misschien wel: dat het niet eerder gedaan is. De afgelopen jaren is veel fMRI-onderzoek gedaan en is van allerlei verschijnselen geconstateerd dat ze en waar ze zichtbaar zijn in de hersenen. Maar studies naar hormoonschommelingen in de menstruatiecyclus zijn op de vingers van een hand te tellen. Naar het waarom is het gissen, maar ‘zulke studies zijn erg tijdrovend. Je moet je aanpassen aan de momenten waarop je proefpersonen ongesteld worden. Dat is nogal een gedoe. Ik heb zelf ook een aantal keer in het weekend staan scannen’.

Premenstruele stressgevoeligheid
Kort samengevat komt Ossewaardes aanpak hier op neer: ze liet vrouwen (die geen hormonale anticonceptie gebruikten) in verschillende stadia van hun menstruatiecyclus naar enge filmpjes kijken en mat daarvoor en daarna op verschillende manieren hoe zij reageerden op emotionele prikkels. Een deel van de metingen werd gedaan terwijl de vrouwen in een fMRI-scanner lagen, waar hun hersenactiviteit werd vastgelegd.

Zo ontdekte ze dat premenstruele gevoeligheid voor stress in de hersenen zichtbaar is, ‘dus objectief aan te tonen’. Vlak voor de menstruatie is die gevoeligheid het grootst: dat blijkt onder meer uit de hartslag en uit veranderingen in hersenactiviteit in de amygdala en de mediale prefrontale cortex. Ook keek ze naar het allopregnanolonniveau: allopregnanolon is een neurosteroïde, afgeleid van progesteron, dat de laatste jaren steeds meer bekendheid krijgt als een stressindicator.

De wisselingen in allopregnanolonniveau gedurende de cyclus kunnen per vrouw sterk verschillen. ‘Ik heb aanwijzingen dat de vrouwen die de grootste schommelingen laten zien in allopregnanolonspiegels, ook het meest premenstrueel stressgevoelig zijn, wat je ook weerspiegeld ziet in hersenactiviteit.’

Amygdala is plastisch
Ossewaarde stelde ook vast dat de activiteit in de amygdala, een hersengebied dat belangrijk is voor het reguleren van emoties, gedurende de cyclus sowieso verandert – ook zonder extra stress. ‘Het grijze stof-volume neemt kort voor de menstruatie toe en erna af. Dat wil zeggen dat de amygdala plasticiteit kan vertonen. Daar waren al wel aanwijzingen voordat dat überhaupt zou kunnen, , maar nieuw is dat het ook kan plaatsvinden onder invloed van hormonen.’

Zin in van alles
Het is niet alleen gestress en gesomber wat de premenstruele klok slaat, vrouwen kunnen kort voor hun menstruatie ook zin in van alles en nog wat krijgen: eten, seks, shoppen en zelfs poetsen. ‘Dergelijk gedrag heeft te maken met motivatie en beloning; in de vakliteratuur vallen dan de termen wanting en liking. Bij liking gaat het om het snel consumeren van een beloning, bij wanting om het anticiperen daarop. Trek hebben maar uitstellen – wat, ex-rokers zal het bekend voorkomen, kan leiden tot craving ofwel hunkeren. Dat klinkt negatief, maar het wekt wel motivatie op en geeft energie. Wat ik voor het eerst heb aangetoond, is dat je bij vrouwen kort voor de menstruatie in het wanting-gebied in de hersenen, het ventraal striatum, meer activiteit ziet dan daarna.

Hersenonderzoek: man-vrouwverschil van belang
Ossewaardes onderzoek toont onomstotelijk aan dat de hersenactiviteit van vrouwen gedurende hun cyclus verschilt – en dat is van belang voor hersenonderzoek in het algemeen: resultaten uit metingen die uitsluitend gedaan zijn bij mannelijke proefpersonen (wat nu vaak gebeurt, juist om ruis door eventuele hormoonschommelingen te vermijden) gaan niet per se voor vrouwen op. En metingen bij vrouwen moeten dus altijd rekening houden met een mogelijk effect van hormoonschommelingen.

Lindsey Ossewaarde (Goes, 1981) studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht (master Klinische psychologie, 2003) en neurosciences aan de Vrije Universiteit Amsterdam (master 2006). In 2006 startte ze met haar promotieonderzoek bij het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging van de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds 2010 werkt ze als psycholoog bij GGNet in Zutphen. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).