Chemo maakt kankercellen gevoelig voor het afweersysteem

Lang werd gedacht dat chemotherapie en immuuntherapie elkaar niet goed verdragen. Chemo tast immers de witte bloedcellen aan en die zijn nou juist nodig voor de immuuntherapie. Maar in The Journal of Clinical Investigation toont dr. Joost Lesterhuis van het UMC St Radboud aan, dat platinumchemotherapie bepaalde afweercellen juist stimuleert en tumoren gevoeliger maakt voor vernietiging door het immuunsysteem.

Bij de behandeling van kanker was het lange tijd een dogma: chemotherapie ondermijnt de mogelijkheden om ook immuuntherapie toe te passen. Want chemotherapie tast de witte bloedcellen aan en die vormen nou juist de basis voor de immuuntherapie. Joost Lesterhuis, medisch oncoloog in het UMC St Radboud: “Bij chemotherapie daalt inderdaad het aantal granulocyten; de witte bloedcellen die ongewenste bacterien opruimen. Maar het aantal lymfocyten – een andere groep witte bloedcellen – daalt niet. Juist deze lymfocyten zijn betrokken bij een aanval op kankercellen.”

Aanvoerders van de afweer
Om het systeem beter te begrijpen onderzocht Lesterhuis de werking van de platinum bevattende chemotherapie, een vorm van chemotherapie die in een groot deel van patienten met kanker wordt toegepast. Vooral het effect op de dendritische cel is belangrijk. Lesterhuis: “Dendritische cellen zijn namelijk de aanvoerders van het afweersysteem. Zij bepalen of de lymfocyten de kankercellen gaan aanvallen of niet.”

Lesterhuis deed een interessante ontdekking: “De platinumchemotherapie haalt aan het oppervlak van de dendritische cellen het eiwit PD-L2 weg. Verdwijnt dat eiwit, dan geven dendritische cellen veel makkelijker opdracht aan de lymfocyten om de kankercellen aan te vallen. De chemo stimuleert in dit geval dus de afweerreactie tegen kankercellen.”

Gesloopte verdediging
Er is meer. Het eiwit PD-L2 zit óók op het oppervlak van sommige tumoren. Lesterhuis: “Met dit eiwit beschermen deze tumoren zich tegen aanvallen van het afweersysteem. Maar ook bij de kankercellen ‘schraapt’ de platinumchemotherapie veel van de PD-L2 eiwitten van het oppervlak. Daardoor vallen er gaten in de verdediging en worden de kankercellen weer kwetsbaar(der) voor een aanval van de lymfocyten. Kortom, deze vorm van chemotherapie stimuleert de afweer en verzwakt de tumor.”

De chemotherapie haalt het PD-L2 eiwit overigens niet direct van het celoppervlak af. Lesterhuis: “Dat verloopt via tussenkomst van een ander eiwit, dat STAT6 wordt genoemd, en dat door platinum blijkt te worden geïnactiveerd. In theorie zijn tumoren met STAT6 – juist vanwege dit eiwit – beter beschermd tegen het afweersysteem. Maar aan de andere kant worden ze mogelijk juist kwetsbaarder wanneer die verdediging door de platinumchemotherapie deels wordt gesloopt.”

Langer ziektevrij
Om te zien of dat idee klopt, onderzocht Lesterhuis de behandelresultaten van twee groepen patienten met keelkanker, die daarvoor in het verleden waren behandeld. De ene groep was destijds uitsluitend bestraald, de andere groep had naast bestraling ook platinum-chemotherapie gekregen. Lesterhuis: “De patienten met STAT6 in hun kankercellen leefden langer ziektevrij als ze met platinumchemotherapie waren behandeld, terwijl dat niet het geval was als de patienten alleen met bestraling waren behandeld. Kennelijk pakt de therapie het STAT6-eiwit aan, waardoor vooral de tumoren met een slechte prognose beter vernietigd worden. We zijn benieuwd of vervolgonderzoek in grotere patientengroepen vergelijkbare resultaten laat zien.”

Met immuuntherapie?
Lesterhuis onderzoekt of de effectiviteit van platinum bevattende chemotherapie nog is te verbeteren in combinatie met immuuntherapie. Dat doet hij op dit moment aan de University of Western Australia in Perth, Australie, een vooraanstaand instituut op het gebied van onderzoek naar de immunologische effecten van chemotherapie.