Te vroeg geboren kinderen hebben vaak ontwikkelingsproblemen

Gezinssituatie beïnvloedt gevolgen ernstige vroeggeboorte
Ruim een op de drie van de zeer vroeg geboren kinderen heeft serieuze ontwikkelingsproblemen tegenover slechts een op de veertien van de op tijd geborenen. Het gaat dan bijvoorbeeld om spasticiteit, een verstandelijke beperking, traag in het verwerken van informatie of belemmerende gedragsproblemen zoals hyperactiviteit. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Eva Potharst die de gevolgen van ernstige vroeggeboorte voor het kind en de ouders in kaart bracht. Zij promoveert dinsdag 2 oktober aan de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het onderzoek was een samenwerking tussen de VU en het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Ouders ervaren te vroeg geboren kind als kwetsbaar
In Nederland wordt ongeveer 1% van alle kinderen geboren bij een zwangerschapsduur van minder dan 30 weken of met een geboortegewicht van minder dan een kilo. Potharst onderzocht ruim honderd van deze kinderen toen ze vijf jaar oud waren. Zij werden direct na hun geboorte verpleegd op de intensive care neonatologie van het AMC. Daarnaast onderzocht Potharst een groep op tijd geboren leeftijdsgenoten om de te vroeg geboren kinderen mee te vergelijken. Ze ontdekte dat ouders van te vroeg geboren kinderen hun kind als kwetsbaar blijven ervaren en moeders hun te vroeg geboren kinderen minder ondersteunen in hun zelfstandigheid dan moeders van op tijd geboren kinderen. “Moeders van de meeste op tijd geboren kinderen hielpen hun kind bijvoorbeeld zelf keuzes te maken, terwijl sommige moeders van te vroeg geboren kinderen hun kinderen onderbraken als ze iets wilden zeggen,” zegt Potharst.

Thuissituatie speelt een rol
Motorische en neurologische problemen komen bij te vroeg geboren kinderen significant vaker voor dan bij op tijd geboren kinderen, onafhankelijk van het opleidingsniveau van de ouders. Maar een lage intelligentie of gedragsproblemen komen substantieel vaker voor bij een combinatie van vroeggeboorte en een laag opleidingsniveau van de ouders. Gedragsproblemen komen minder vaak voor als ouders weinig stress hebben en als de moeder het kind niet als erg kwetsbaar beschouwt, bijvoorbeeld door niet ’s nachts even te kijken om er zeker van te zijn dat het goed met het kind gaat.

ToP-programma ondersteunt ouders
Een stimulerende, stressarme gezinssituatie kan een beschermende werking hebben voor te vroeg geboren kinderen. “Vooral bij een gezinssituatie met laag opgeleide ouders en veel stress in het dagelijks leven zou het goed zijn te vroeg geboren kinderen preventief te ondersteunen in de ontwikkeling en de moeder-kind interactie,” zegt Potharst. “Op dit moment gebeurt dat bijvoorbeeld in het ToP-programma, dat ouders ondersteunt als hun te vroeg geboren kind uit het ziekenhuis naar huis mag. Daarin leren ouders goed naar hun kind te kijken en aan te sluiten bij hun gedrag, zodat het kind zonder stress nieuwe dingen kan ontdekken. Dat versterkt ook de ouder-kind relatie. Om eventuele ontwikkelingsproblemen op tijd te onderkennen en daarna de juiste hulp te kunnen bieden, is het nodig zeer vroeg geboren kinderen zeker tot hun vijfde jaar in hun groei en ontwikkeling te volgen.”

Recente artikelen