Wetenschappelijke mores en codes leidend voor onderzoek

0
289

Huub Savelkoul, top onderzoeker bij de WUR, is genomineerd voor de zogenaamde ‘Meester Kackadorisprijs’ 2012. In zijn verweer tegen nominatie door Vereniging tegen de kwakzalverij gaat hij op inhoudelijke gronden in op het reguliere onderzoekswerk wat hij in Wageningen doet. Savelkoul neemt vaak het voortouw om ‘bakerpraatjes’ te onderzoeken en zet hij een onderzoeksteam op en gaat het echt onderzoeken of het beweerde juist of onjuist is. En daarmee bewijst hij juist een voorvechter van de evidence based wetenschap te zijn.  Nooit zomaar iets aannemen of verwerpen zonder dat er gedegen – onafhankelijk onderzoek naar is gedaan.
De Vereniging tegen de kwakzalverij (VtdK) heeft mij ‘genomineerd’ voor de zogenaamde ‘Meester Kackadorisprijs’ 2012 op basis van een juryrapport. In dit rapport staat een aantal beweringen waarin ik mij volstrekt niet herken. Hoe ongefundeerd de VtdK ook mag zijn in haar bevindingen en uitlatingen, haar impact op zowel de pers als de publieke beeldvorming – en zelfs op de politiek – is onevenredig en onverdiend groot. Even kwalijk is de schade die ze moedwillig aanbrengt aan de reputatie en integriteit van ‘genomineerden’. Kennelijk plaatst de vereniging zichzelf op een voetstuk en meent ze in staat te zijn alle onderzoek in Nederland zowel qua onderwerp als uitvoering de maat te moeten en te kunnen nemen.

Gedurende mijn hele wetenschappelijke carrière voel ik mij verwant met de doelstellingen van evidence-based medicine, maar realiseer me ook de problemen rondom de afbakening van dit begrip. Epidemiologen hebben “evidence-based medicine” gedefinieerd als de hoogste bewijsgraad van effectiviteit van behandeling in de geneeskunde. Daartoe moet een aantal gerandomiseerde klinische onderzoeken (Randomized Clinical Trial, RCT) worden uitgevoerd op verschillende patientenpopulaties. Vervolgens moeten diverse meta-analyses alle gegevens van deze RCT met elkaar vergelijken. Als er dan een consistent beeld naar voren komt, is deze behandeling wat betreft effectiviteit evidence-based. Dat is volgens de standaard van het Nederlandse Huisartsen Genootschap echter maar bij 25% van het medisch handelen (inclusief medicijngebruik) het geval. Om de 75% van niet ‘evidence-based’ medische handelingen als kwakzalverij te bestempelen is onjuist. In het AMC waar evidence-based medicine sinds het ontstaan ervan breeduit wordt toegepast en een voorbeeldfunctie heeft voor heel Nederland, is gevonden dat voor ongeveer 80% van alle medische beslissingen evidence in de vakliteratuur te vinden is, ook al is dit niet ondersteund met RCT. Ook hier geldt dat evidence-based geen religie is, maar een hulpmiddel om te komen tot een afgewogen oordeel van de arts bij de behandeling van de patient.

De VtdK karakteriseert alle complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAM) als kwakzalverij. In mijn visie bestaat er slechts goede en slechte geneeskunde. Goede geneeskunde streeft o.a. naar rigoureuze testen van therapieen en middelen, verwerpt het opzettelijk gebruik van het placebo effect, en is zich bewust van de realiteit van psychische factoren die betrokken zijn in het ontwikkelen van fysieke ziektesymptomen. Slechte geneeskunde verwaarloost de wetenschappelijke onderzoeksmethode, is gebaseerd op anekdotisch en traditioneel bewijs, en negeert psychosomatische aandoeningen.

Binnen de wetenschap mogen taboes niet bestaan. Het is uiteraard wel van belang dat gewerkt wordt volgens goed beschreven methoden, zoals vastgelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VSNU die in 2012 is herzien. Kennis moet worden gedeeld (‘outreach’) en dat wordt breed gezien als een maatschappelijke verplichting voor de wetenschap. Lezingen , discussie en debat over het onderzoek hoort ook bij wetenschap en daarom ga ik deze niet uit de weg.
Nieuwsgierigheid in onderzoek kan en mag ook worden ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen, vragen en onrust. Het groots opgezette onderzoekprogramma van Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen (ZonMW) naar de eventuele gevaren van blootstelling aan elektromagnetische velden is bedoeld om bij te dragen aan het wegnemen van maatschappelijke onrust. Ons onderzoek (sinds 2007) naar mogelijke immunologische effecten van blootstelling aan elektromagnetische velden wordt in zijn geheel gefinancierd ZonMW. Een blik op de website van dit programma leert dat in de 49 gefinancierde projecten in dit programma vrijwel alle universiteiten in Nederland meedoen. Een kleine rondgang over het internet kan iedereen aan deze achtergrondinformatie helpen en duidelijk maken dat het hier om serieus en goed gemodelleerd onderzoek gaat.

Het proefschrift over kweepeerextract en hooikoorts, dat in het juryrapport wordt genoemd, klinkt misschien ‘alternatief’, maar is een gewoon wetenschappelijk onderzoek, gevalideerd door diverse METC (Medisch Ethische Toetsingscommissie) goedkeuringen. Inmiddels weten we dat dit extract een mengsel bevat van flavonoïden, die als antioxidanten in dit extract in 10 keer hogere doses voorkomen dan meestal in andere fruitextracten. Daarmee gaat het in dit onderzoek verder over – biologische geproduceerde – antioxidanten en anti-inflammatoire effecten en niet meer over kweepeer als eenheid.
In mijn onderzoek probeer ik te begrijpen hoe immunomodulatie door voeding en leefstijl en leefomgeving werkt en hoe we deze kennis kunnen inzetten ter verbetering van de immuunstatus en daarmee de gezondheid van mens en dier. Ik laat me daarbij niet weerhouden door taboes van de Vdtk, maar ik zal me in alle gevallen houden aan de wetenschappelijke mores en codes. Ik roep de vereniging op om hun sektarisch jasje af te werpen en krachtig en dynamisch dergelijk werk te stimuleren en om met mij te streven naar een broodnodige meer evidence-based medische wetenschap.

Huub Savelkoul, Wageningen UR, Leerstoelgroep Celbiologie en immunologie