Kwaliteitsborging abortushulpverlening in nieuwe fase

Veertig jaar na de oprichting van de eerste klinieken wordt de kwaliteit van de abortushulpverlening in Nederland geborgd en transparant gemaakt en wordt daarmee op een hoger niveau gebracht. Dit wordt gepresenteerd op een symposium dat de beroepsvereniging van abortusartsen NGvA op 14 december a.s. organiseert.

De afgelopen vijf jaar heeft het NGvA met financiele steun van het Ministerie van VWS gewerkt aan een kwaliteitssysteem dat drie onderdelen bevat, te weten richtlijnen, visitatie en indicatoren.

Het eerste onderdeel bestaat uit vijf richtlijnen die betrekking hebben op de  onderdelen van het behandelproces.

Een van de richtlijnen gaat over de begeleiding van vrouwen die onbedoeld zwanger zijn en zelf voor de keuze staan om de zwangerschap wel of niet af te breken. De richtlijn geeft onder andere antwoord op de vraag hoe vrouwen het beste kunnen worden ondersteund bij het maken van hun keuze en hoe de kans op spijt na hun keuze  klein mogelijk kan worden. De ervaring is dat veruit de meeste vrouwen die zich melden bij de huisarts, een kliniek of een ziekenhuis, hun besluit tot afbreking van de zwangerschap al  hebben genomen. Een zorgvuldige toetsing van dit besluit door de arts blijft echter belangrijk.

Andere richtlijnen gaan over de behandelmethoden,  nazorg na abortus, methoden van pijnbestrijding en de toepassing van hygienemaatregelen,

Het tweede onderdeel van het kwaliteitssysteem bestaat uit een periodieke visitatie van alle abortusklinieken in Nederland door een commissie van het NGvA.

Het derde onderdeel is een jaarlijkse meting van de kwaliteit van de hulpverlening aan de hand van een aantal indicatoren. Gemeten worden onder andere de wachttijd voordat een afspraak kan worden gemaakt, de medicatieveiligheid en de complicaties die zich hebben voorgedaan tijdens en na de behandeling.

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitssysteem werkte het NGvA nauw samen met de directies van de klinieken, met maatschappelijke organisaties, met beroepsverenigingen van gynaecologen en anesthesiologen en met de landelijke Werkgroep Infectiepreventie. Hiermee is een breed draagvlak ontstaan om verder te werken aan een zorgvuldige en kwalitatief goede hulpverlening.

In het begin van de jaren zeventig werkten abortusklinieken in een juridische schemerzone waarin de hulpverlening alleen werd gedoogd. Medio jaren tachtig werd het recht om te kiezen voor een abortus wettelijk vastgelegd. Sindsdien gaan maatschappelijke en politieke discussies vooral over de morele dilemma’s rond abortus en minder over de kwaliteit. Met het nieuwe kwaliteitssysteem wil het NGvA bevorderen dat klinieken de kwaliteit van de hulpverlening verbeteren en deze verbeteringen zichtbaar maken. Hiervoor is behalve draagvlak ook financiele steun nodig: geld om het kwaliteitssysteem  te onderhouden en om klinieken in staat te stellen de noodzakelijk geachte kwaliteit in de praktijk te kunnen realiseren. Over de financiering van de continuïteit van het kwaliteitssysteem wordt gesproken met het ministerie van VWS.

bron: NGvA

______