Na borstkanker: meer aandacht nodig voor seksualiteit

sekseEen chronische ziekte of een lichamelijke beperking kan seksuele problemen veroorzaken. Het accepteren van de beperking of aandoening en het hervatten van het seksuele leven is een moeilijk en tijdrovend proces. De reguliere gezondheidszorg voorziet niet adequaat in de behoefte aan seksuele hulp, en hulpverleners lijken niet goed genoeg om te kunnen gaan met seksuele problemen. Dat blijkt uit onderzoek van UMCG-promovendus Harald Kedde.

Beleving van seksualiteit
Uit dit promotieonderzoek naar jonge vrouwen met borstkanker blijkt dat deze vrouwen na verloop van tijd weer seksueel actief worden. Aanvankelijk is dit vooral om de partner een plezier te doen. De vrouwen kunnen er zelf maar beperkt van genieten. Vooral het herstel van de subjectieve en individuele beleving van seksualiteit duurt lang. Dit hangt samen met verschillende factoren, zoals: het wel of niet kunnen of durven praten over seksualiteit, de kwaliteit van de relatie en de fysieke belemmeringen ten gevolge van de behandeling.

Aandacht voor seksualiteit
Kedde stelt dat er niet alleen tijdens de behandeling, maar ook nadien bij de nazorg, op meer gestructureerde wijze aandacht moet komen voor seksualiteit. In het geval van jonge vrouwen met borstkanker lijkt die rol het best te kunnen worden gelegd bij nurse practitioners en gespecialiseerde verpleegkundigen in oncologie.

Promovendus
Harald Kedde (Hardenberg, 1973) studeerde Algemene Sociale Wetenschappen te Utrecht. Hij verrichtte zijn onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool SHARE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door Rutgers WPF, AGIS zorgverzekeringen, de Borstkanker Vereniging Nederland en de Stichting Amazones. Kedde promoveert woensdag 23 januari a.s. bij de Universiteit Groningen. Hij blijft ook na zijn promotie werkzaam als onderzoeker bij  Rutgers WPF. De titel van zijn proefschrift luidt: “Sexual health of people with disability and chronic illness”.

bron: Rutgers WPF