Zorg voor depressieve patiënt kan tot vijf keer effectiever

0
226

Door te werken volgens het nieuwe ‘collaborative care model’ kan de huisartsenzorg voor mensen die lijden aan een depressie aanzienlijk worden verbeterd. ‘Zorg volgens het nieuwe model is tot vijf keer effectiever dan de gebruikelijke zorg in de huisartspraktijk’, concludeert Klaas Huijbregts. Hij promoveert op 8 april bij VUmc op zijn onderzoek naar nieuwe samenwerkingsvormen in de zorg.

In het nieuwe samenwerkingsmodel werken huisartsen intensief samen met een psychiater en andere hulpverleners in de eerste lijn, volgens een in de VS ontwikkelde methode. Dit collaborative care model blijkt in het promotieonderzoek van Huijbregts veel effectiever dan de gebruikelijke huisartsenzorg. Depressie-verdriet-200x200Die uitkomst is van groot belang omdat depressie over niet al te lange tijd, na hart- en vaatziekten, de aandoening met de hoogste maatschappelijke kosten zal zijn en bovendien met name door de huisarts behandeld wordt.

De huisarts houdt binnen het collaborative care model de regie, maar wordt daarbij geholpen door een zogeheten caremanager. Deze caremanager, bijvoorbeeld een verpleegkundige, maatschappelijk werker of psycholoog, houdt de voortgang van de behandeling in de gaten en biedt kortdurende gesprekstherapie aan.

Een ander belangrijk onderdeel van het model is dat de psychiater gemakkelijk bereikbaar is voor overleg. Zo kunnen veel patiënten in de eerste lijn effectief behandeld worden en zou de druk op de gespecialiseerde en duurdere tweedelijns GGZ mogelijk kunnen afnemen.

Als aandachtspunt voor vervolgonderzoek noemt Huijbregts de belangrijke rol die lichamelijke klachten spelen. Voor veel patiënten is een depressie niet alleen een  psychische, maar juist ook een lichamelijke ervaring. Zij hebben, naast somberheid, ook veel last van bijvoorbeeld vermoeidheid, pijn, of darmklachten. Deze groep profiteert zowel minder van collaborative care als van de gebruikelijke zorg. In het proefschrift wordt een aantal mogelijkheden besproken om de zorg voor deze patiënten te verbeteren en zo de kloof tussen lichaam en geest te overbruggen.

  • promotoren: prof.dr. C.M. van der Feltz-Cornelis, prof.dr. A.T.F. Beekman
  • copromotoren: dr. H.W.J. van Marwijk, dr. H.J. Adèr
  • Datum8 april 2013Tijd15:45 tot 16:45LocatieAula, Vrije Universiteit

Bron: VUmc

Vorig artikelIVF-pionier Robert Edwards overleden
Volgend artikelKamerdebat over schadevergoeding Q-koorts
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.