Medicijnen vaak niet getest op ouderen

0
265

Medicijnonderzoeken leveren niet altijd de juiste kennis op die nodig is bij de behandeling van oudere patiënten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van arts/klinisch farmacoloog Erna Beers van het UMC Utrecht. Beers pleit voor onderzoek bij ouderen die representatief zijn voor de echte patiënt. “Dit is een probleem.”

In haar promotieonderzoek analyseerde Beers onder meer 114 klinische onderzoeken voor de registratie van 12 geneesmiddelen. Zeven van de 12 geneesmiddelen waren bedoeld voor ziekten die specifiek voorkomen op oudere leeftijd. In die onderzoeken was iets meer dan de helft 65 jaar of ouder en bijna een kwart was minimaal 75 jaar. Dat strookt met de internationale richtlijnen en met de aantallen patiënten aan wie artsen deze medicijnen voorschrijven.

ouderenzorg vrijwilligers-1Ondervertegenwoordigd
Maar bij de andere vijf geneesmiddelen waren ouderen ondervertegenwoordigd. De geneesmiddelen waren bedoeld voor ziekten die bij oudere en jongere volwassenen voorkomen. In de onderzoeken van die vijf geneesmiddelen was het percentage ouderen maar 9%. Slechts 1% van de deelnemers was minimaal 75 jaar. In onderzoeken naar geneesmiddelen voor de behandeling van type 2 diabetes was bijvoorbeeld 20 procent van de deelnemers ouder dan 65 jaar en 2 procent was 75+. Beers: “En dat terwijl in ontwikkelde landen de meerderheid van de diabetespatiënten ouder is dan 65 jaar en 15 procent ouder is dan 80 jaar.”
In eenderde van de onderzoeken werden ouderen uitgesloten van deelname op basis van hun leeftijd. Dat kwam aanzienlijk vaker voor in onderzoeken van geneesmiddelen die bedoeld zijn voor jongere en oudere patiënten (45%), ten opzichte van onderzoeken van geneesmiddelen voor ziekten die voornamelijk op oudere leeftijd voorkomen (18%). In driekwart van de onderzoeken werden mensen uitgesloten van deelname als ze gelijktijdig andere ziekten hadden of andere medicatie gebruikten. Beers: “Op zich kunnen daar goede redenen voor zijn, maar feit blijft dat veel oudere patiënten juist bijkomende ziekten hebben en meerdere medicijnen gebruiken.”

“Probleem”
Beers: “Het lage percentage ouderen in onderzoeken van geneesmiddelen voor ziekten die voorkomen bij jongere én oudere volwassenen is een probleem. Daardoor is de beschikbare kennis over de effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen niet direct toepasbaar op oudere patiënten, terwijl zij wel de grootste gebruikersgroep zijn.”
Beers doet twee aanbevelingen. Zij pleit voor een nog betere vertegenwoordiging van ouderen in geneesmiddelonderzoeken voordat een geneesmiddel wordt toegelaten tot de markt. “Alle betrokken partijen moeten dit doel nastreven. Niet alleen de registratie-autoriteiten en de farmaceutische industrie, maar ook artsen, onderzoekers, ethische toetsingscommissies en de oudere patiënten zelf.”
Daarnaast zijn na toelating tot de markt onderzoeken nodig waarin ‘echte’ patiënten worden gevolgd die de geneesmiddelen gebruiken, zodat zo snel mogelijk aanvullende kennis beschikbaar komt.

Beers voerde haar onderzoek uit aan het Expertisecentrum Farmacotherapie bij Ouderen, geïntegreerd in de afdeling Geriatrie van het UMC Utrecht, in samenwerking met de afdeling Klinische Farmacie van hetzelfde ziekenhuis en het Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences van de Universiteit Utrecht. Beers promoveert op 14 april aan het UMC Utrecht.

Bron: UMC Utrecht