Ziekenhuisbacterie maakt immuunremmers

0
739

Kennis over de ziekmakende eigenschappen van de ziekenhuis-bacterie kan ook van pas komen bij andere ziekten, zo blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht.

De ziekenhuisbacterie MRSA maakt stoffen om het immuunsysteem te omzeilen. Microbiologische onderzoekers van het UMC Utrecht hebben nu een heel nieuw soort van deze immuunremmers ontdekt. Het gaat om stofjes die een agressief enzym, elastase, in witte bloedcellen blokkeren. Witte bloedcellen ruimen normaalgesproken ziekmakende bacteriën op.

bacterieDe resultaten helpen te begrijpen waarom de ziekenhuisbacterie zo moeilijk te bestrijden is, maar komen ook van pas bij andere ziekten. Wetenschappelijke resultaten kunnen dus onverwachte opbrengsten hebben, stellen hoofdonderzoekers Daphne Stapels en dr. Suzan Rooijakkers van het UMC Utrecht.

Gezond weefsel beschadigen
Het gaat dan om ziekten waarbij de besturing van witte bloedcellen verkeerd gaat. Witte bloedcellen reageren als eerste immuuncellen op een bacteriële infectie. Ze gebruiken dan onder andere het agressieve elastase-enzym om de bacteriën aan te vallen en op te ruimen. In verschillende chronische ontstekingsziekten zoals taaislijmziekte, COPD en reuma laten witte bloedcellen te snel het agressieve enzym los waardoor het gezond weefsel beschadigt.

“Als mogelijke behandeling van deze ziekten noemen wetenschappers al lang het blokkeren van elastases”, vertelt Rooijakkers. “Maar een startpunt daarvoor ontbrak, dat hebben wij nu geleverd met het beschrijven van deze nieuwe elastase-remmers.”

Deze resultaten vormen dus een principieel startpunt voor de ontwikkeling van zo’n medicijn, maar dat medicijn is er natuurlijk nog lang niet. De ontwikkeling daarvan kan zomaar tien tot vijftien jaar duren.

Samen met collega’s van de afdeling Medische Microbiologie van het UMC Utrecht beschrijven Stapels en Rooijakkers hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS van deze week. Ze werkten samen met onderzoekers uit Duitsland en van Kansas State University.

Bron: UMC Utrecht