Nieuwe medicijnen ontdekken door naar DNA te kijken

0
377

Vijf genvariaties werpen licht op behandeling botkanker
Het bezit van vijf genvariaties kan voorspellen hoe een patiënt met een bottumor zal reageren op een behandeling met chemotherapie. Dat concludeert kinderoncoloog Melanie Hagleitner op basis van haar promotieonderzoek aan het Radboudumc. Deze ontdekking maakt de ontwikkeling van een genetische test mogelijk die te gebruiken is voor een persoonsgerichte behandeling voor deze zeldzame vorm van botkanker. Op 17 maart promoveert Melanie Hagleitner in Nijmegen.

Osteocarcoom is een ernstige vorm van botkanker die vooral kinderen en jongvolwassenen treft. Jaarlijks komen er ongeveer 40 nieuwe ziektegevallen bij in Nederland.

slider-groundbreakingresearch-953x611Zonder behandeling overlijdt de patiënt. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is de standaardbehandeling een combinatie van operaties en zware chemotherapie met de middelen cisplatine en doxorubicine. Deze behandeling slaat aan bij 60 tot 65 procent van de patiënten. De overige patiënten zijn om nog onbekende redenen ongevoelig voor de chemotherapie. “De enige manier om de overlevingskansen te vergroten, is door de ontwikkeling van nieuwe medicijnen,” zegt Melanie Hagleitner. Om er achter te komen welke medicijnen dat moeten zijn, gingen Hagleitner en haar collega’s op zoek naar de genen die verantwoordelijk zijn voor de ongevoeligheid voor de chemotherapie.

Genvariaties voorspellen succes chemo
In het DNA van 177 patiënten met osteocarcoom analyseerde Hagleitner 384 verschillende genvariaties, waarvan ze uit de literatuur wist dat ze een relatie hebben met de afbraak van de gebruikte chemotherapie. Uit de analyse bleek dat vijf van deze genvariaties in hoge mate samenhangen met de reactie op een behandeling van de ziekte, en dus de overlevingskans. Patiënten die geen van de genvariaties hadden, overleefden allemaal. Bij patiënten die vijf of meer van de genvariaties hadden, was deze overlevingskans gedaald tot slechts 41,8 procent. Melanie Hagleitner: “Als we deze resultaten kunnen bevestigen bij een grotere groep patiënten, zitten we op de goede weg. Dan kunnen we een genetische test maken die kan voorspellen hoe iemand zal reageren op een chemotherapie. Dat geeft patiënten duidelijkheid. Maar het voorkomt ook dat we patiënten moeten blootstellen aan een zeer zware behandeling die achteraf gezien niet hielp.”

Zware dosering
Voor de behandeling van osteosarcoom worden de maximale doseringen van cisplatine en doxorubicine gebruikt. Voor die patiënten die niet reageren op deze middelen, zijn geen alternatieven beschikbaar. Om de overlevingskansen van osteosarcoom te vergroten, zijn dus nieuwe medicijnen nodig. “Ook hier kan de genetica ons helpen,” zegt Hagleitner, “als we kunnen ontdekken op welke manier die genvariaties zorgen voor ongevoeligheid voor een behandeling, kunnen we middelen vinden om dat probleem op te lossen.”

Internationale voortzetting
Met de resultaten van het onderzoek van Hagleitner gaat een Nederlands consortium verder. Door een samenwerking tussen onderzoekers van het Radboudumc, UMCG, LUMC en AMC kunnen alle osteosarcoompatiënten in Nederland betrokken worden bij het onderzoek. Uitbreiding van deze samenwerking naar het internationale EURAMOS project, geeft de onderzoekers de mogelijkheid om met meer dan 2000 patiënten wereldwijd het onderzoek voort te zetten.  Naast het bevestigen van eerdere resultaten, is het dan ook mogelijk om met grootschalige genetische analyses te kijken of er nog andere genvariaties zijn die de reactie op een behandeling kunnen verklaren.

Bron: Radboudumc