RIVM: radiologisch onderzoek bij kinderen

0
536

Inventarisatie van de Nederlandse praktijk met de focus op dosis-reducerende maatregelen
In opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft het RIVM onderzoek gedaan naar stralingsbescherming in de kinderradiologie. Volgens recente wetenschappelijke inzichten zijn de risico’s van ioniserende straling voor kinderen namelijk groter dan eerder werd gedacht. Het RIVM heeft op 2 juni 2015 het onderzoeksrapport gepubliceerd waarin onder andere wordt geconcludeerd dat er steeds meer kinderen een CT-scan ondergaan.

kind radiologieHoewel CT onderzoeken belangrijk zijn voor het stellen van een diagnose is het van belang dat een CT onderzoek alleen plaats vindt op basis van een goede reden (indicatie) en dat er zo weinig mogelijk straling gebruikt wordt. Ziekenhuizen zijn verplicht er voor te zorgen dat aan deze eisen wordt voldaan.

De inspectie geeft sinds 2012 veel aandacht aan dit onderwerp in de overleggen met relevante wetenschappelijke verenigingen. Op dat moment ontbraken er specifieke veldnormen. Ondertussen signaleert de inspectie naast verbeterde bewustzijn voor deze problematiek, dat de indicatiestelling beter wordt gecoördineerd en dat complexe zorg voor kinderen meer geconcentreerd wordt. Vanaf oktober 2014 is in het landelijke centrum voor kinderoncologie (PMC) de eerste tranche van de concentratiebeweging gerealiseerd.

De inspectie continueert de aandacht voor dit onderwerp in haar toezicht. Dit specifieke onderwerp zal in de loop van 2015 ook als indicator worden uitgevraagd bij de ziekenhuizen als onderdeel van de basisset indicatoren ziekenhuizen. De resultaten van de indicatoren worden door de IGZ gebruikt in het toezicht op de ziekenhuizen.

Ten eerste valt op hoe verschillend ziekenhuizen te werk gaan. Zo worden in kinderziekenhuizen speciale kinderprotocollen voor radiologische verrichtingen gebruikt, in algemene ziekenhuizen gebeurt dat niet altijd. Ook zijn er grote verschillen in het gebruik van tegen straling beschermende maatregelen.

Daarnaast is het aantal verrichtingen waarbij relatief hoge doses straling worden gebruikt de afgelopen jaren sterk gestegen. Voorbeelden zijn CT-scans en zogenoemde doorlichtonderzoeken, waarbij de patiënt real time wordt bekeken tijdens een ingreep. Vooral de toename met grofweg 80% van het aantal CTscans ten opzichte van 2005 is opmerkelijk. Overigens doet deze stijging zich ook onder volwassenen voor.

Ten slotte worden in ongeveer de helft van de ziekenhuizen de gebruikte doses niet vergeleken met de zogeheten Diagnostische Referentieniveaus (DRN’s) voor kinderen. Dit komt waarschijnlijk door het geringe aantal kinderen dat wordt onderzocht; voor deze toets is een minimaal aantal van twintig kinderen nodig. In de ziekenhuizen waar die vergelijking wel wordt gemaakt, worden deze waarden in gemiddeld een op de vijf gevallen overschreden. DRN’s zijn bedoeld als indicatie voor een aanvaardbare dosis waarmee een goed radiologisch beeld kan worden verkregen bij radiologische handelingen. Bij zware patiënten en complexe procedures kunnen DRN’s overschreden worden. Afdelingen radiologie zijn niet verplicht zich aan de waarden te houden.

De redenen van het toegenomen aantal verrichtingen bij kinderen zijn niet bekend. Het is van belang dit nader uit te zoeken. Ook het geringe aantal vergelijkingen met de DRN’s en de regelmatige overschrijding ervan verdienen aandacht. Verder wordt aanbevolen om de kennis bij de kinderziekenhuizen breder uit te dragen naar de algemene ziekenhuizen, opdat alle ziekenhuizen bij kinderen gebruik maken van state-of-the-art-kinderradiologie.

Voor deze studie is literatuuronderzoek gedaan naar de state of the art in kinderradiologie. Daarnaast is een digitale enquête gehouden onder alle zeven kinderziekenhuizen in Nederland en bij 22 algemene ziekenhuizen.

Bron: IGZ