Bij onbegrepen onvruchtbaarheid moet er meer aandacht zijn voor de manier waarop paren gemeenschap hebben. Als een vrouw niet zwanger wordt, is er tot nu toe vaak alleen aandacht voor de frequentie van geslachtsverkeer en de fase van de vrouwelijke cyclus waarin dit gebeurt. De sleutel voor het oplossen van een deel van onbegrepen onvruchtbaarheid kan liggen in het bestuderen van het seksueel gedrag van de paren. Nils Lambalk vraagt op 15 september in zijn oratie als hoogleraar voortplantingsgeneeskunde VUmc aandacht voor deze onbegrepen onvruchtbaarheid.

Als zwangerschap niet – of niet snel genoeg – optreedt, wordt gekeken naar een aantal duidelijke oorzaken van onvruchtbaarheid zoals het niet hebben van een eisprong, de afwezigheid van zaadcellen of afgesloten eileiders. Bij ruim een derde van de paren blijft de reden van de onvruchtbaarheid echter verborgen. Als de kans op spontane zwangerschap goed is, is een periode afwachten momenteel de standaardbehandeling. Er is tot dusver echter weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen seksueel gedrag en de kans op zwangerschap.

Uniek onderzoek naar seksueel gedrag en onvruchtbaarheid
In zijn oratie kondigt Lambalk onderzoek aan naar seksueel gedrag. Lambalk: “Het vermoeden bestaat al lang dat seksueel gedrag een rol speelt bij onbegrepen onvruchtbaarheid. Binnenkort starten AMC en VUmc een uniek landelijk onderzoek, gesubsidieerd door ZonMw. In dit onderzoek wordt onderzocht of de kans op zwangerschap bij paren met onbegrepen onvruchtbaarheid vergroot kan worden door intensieve seksuele counseling. De deelnemers aan het onderzoek worden in twee groepen verdeeld, waarbij de ene helft counseling krijgt om de seks plezieriger en minder stressvol te laten zijn en de andere helft geen nadrukkelijke begeleiding ontvangt. Na zes maanden worden de groepen vergeleken. De verwachting bestaat dat de counseling tot meer zwangerschappen zal leiden. ”

Coïtus meer dan bijeenbrengen zaad- en eicellen
Naast dit klinische onderzoek laat fundamenteel onderzoek zien dat er voor zwangerschap meer nodig is dan het bijeenbrengen van zaadcellen en eicellen. Zo kan het mechanisch manipuleren van de inwendige geslachtsorganen de productie van de hypofysehormonen, die de eierstokken aansturen, beïnvloeden. Uit dierexperimenteel onderzoek blijkt dat het mannelijke semenplasma, de vloeistof waarin de zaadcellen zich bevinden, hormonale en immunologische factoren bevat die de innesteling en de groei van een embryo bevorderen. Ook bevat het semenplasma hormonen die de afgifte van de eerder genoemde hypofyse hormonen bevorderen. Lambalk: “Het wordt tijd dat we ons realiseren dat de coïtus niet alleen de methode is om zaadcellen op de juiste plaats te brengen maar waarschijnlijk ook een moment is waarop nog meer informatie wordt overgedragen die behulpzaam is bij het ontstaan van zwangerschap en de kwaliteit hiervan.”

BRONVUmc
Vorig artikelStart People neemt Zorgzuster over
Volgend artikelJaarlijks ontwikkelen minimaal 3.000 jongeren ernstige psychische problemen
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.