Niet alles wat kan, hoeft: terugblik congres Passende zorg

Hoe bereiken we dat mensen vaker passende zorg krijgen? Dat was de centrale vraag van het project ‘Passende zorg in de laatste levensfase’. Met het volgeboekte congres ‘Niet alles wat kan, hoeft’ sloot de KNMG dit project op 19 februari af.
Artsen, verpleegkundigen, patiënten, nabestaanden en vertegenwoordigers van belangenorganisaties spraken met elkaar over het belang van passende zorg en de mogelijkheden om dit thema handen en voeten te geven.

‘Passende zorg is de kern van de geneeskunde’ zo opende KNMG-voorzitter Van der Gaag het congres. Vrijwel alle sprekers hamerden dan ook op het belang van shared decision making. Er zou vaker een ‘bezinningsmodus’ en minder een ‘behandelmodus’ moeten zijn. Maar artsen vinden het vaak nog moeilijk hier in de praktijk mee om te gaan. Bij de interactieve theatervoorstelling bleken artsen heel verschillend te denken over hoe je een gesprek over het levenseinde het beste aanpakt.

Patiëntperspectief
Uit de verhalen van patiënten en nabestaanden bleek dat shared decision making nog zeker niet altijd gemeengoed is. Voormalig strategisch adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg Jan Vesseur merkte als patiënt hoe belangrijk het is om verschillende opties voorgelegd te krijgen om zo een afgewogen keuze te kunnen maken. Ook wil hij graag betere toegang hebben tot de eigen medische informatie. ‘Goed geïnformeerde patiënten zijn meer betrokken bij hun behandeling’. Nabestaande Geeske Hendriksen betreurde de vanzelfsprekendheid waarmee de behandeling bij haar man werd ingesteld toen die alvleesklierkanker kreeg. Graag had zij een time out gehad om rustig na te denken over de voors- en tegens van de ingrijpende behandeling.

Richtlijnen
Ook de richtlijnen kunnen een obstakel vormen voor passende zorg. Deze zijn vaak vooral gericht op ‘handelen’ en geven te weinig aandacht aan de mogelijkheden van palliatieve zorg. Internist-ouderengeneeskunde Sophia de Rooij: ‘Als ik bij een patiënt met multimorbiditeit alle richtlijnen moet volgen kan ik geen poli meer doen. Stel dus niet de richtlijn, maar de wensen van de patiënt centraal’, zo meende zij.

Verpleegkundigen spelen bij passende zorg ook een belangrijke rol. Zo stelde verpleegkundige en socioloog Hugo van der Wedden dat het goed zou zijn als verpleegkundigen meer lef tonen en het vaker aankaarten als artsen het lijden van de patiënt niet zien.

Opvattingen rond het levenseinde
Tijdens het congres werden de resultaten gepresenteerd van het onderzoek onder zorgverleners en het algemene publiek over opvattingen rond het eigen levenseinde. Belangrijkste conclusies uit dit onderzoek: patiënten hebben hoge verwachtingen van de geneeskunde en maken andere keuzes rond het levenseinde dan artsen. Ook blijkt dat artsen regelmatig behandelingen voorstellen waar zij zelf niet voor zouden kiezen. Dat hoeft op zich geenprobleem te zijn: niet iedereen heeft dezelfde opvattingen over wat goed sterven is. Voor sommige patiënten is het juist van belang om tot het einde te strijden en ‘alles uit de kast’ te halen. Ook om die reden is het van belang om met de patiënt te bespreken wat die nog van belang vindt in de laatste levensfase.

Longarts Sander de Hosson vatte het concept van passende zorg krachtig samen met een quote van dichter Kevin Hadduck: ‘There’s more to life than staying alive. Don’t rescue me too much’. Hij pleitte ook voor een grotere nadruk op de troostende rol van de arts: ‘Consoler toujours’.

Meer informatie

Bron: KNMG