PRRT-behandeling voor patiënten met NET-tumoren

0
1313

Antoni van Leeuwenhoek tweede behandelcentrum in Nederland
Het Antoni van Leeuwenhoek biedt vanaf 14 maart als tweede centrum in Nederland Peptide Receptor Radionuclide Therapie (PRRT) aan voor patiënten met neuro-endocriene tumoren (NET). Met de introductie van PRRT heeft het NET-expertisecentrum van het Antoni van Leeuwenhoek/UMC Utrecht het complete behandelpallet voor mensen met deze zeldzame kankersoort in huis.

Radio-actieve stof
PRRT is een behandeling met een radio-actieve stof. De officiële benaming van de stof die bij NET wordt toegepast is Lu177-Dotataat. De behandeling was tot voor kort nog experimenteel. PRRT wordt gegeven aan patiënten met een uitgezaaide neuro-endocriene tumor. Uit onderzoek is gebleken dat de behandeling de klachten van deze groep patiënten aanzienlijk vermindert en de tumorgroei remt. Recente onderzoeksresultaten laten ook zien dat de ziekte door PRRT voor langere tijd stabiel blijft.

NET-expertisecentrum
Het Antoni van Leeuwenhoek heeft een samenwerkingsverband met het UMC Utrecht waar het gaat om NET-tumoren. Het gezamenlijke centrum is in Europees verband geaccrediteerd als ‘expertisecentrum voor neuro-endocriene tumoren’. Eind 2015 is ook de erkenning door de Nederlandse overheid (expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen) voor dit samenwerkingsverband hieraan toegevoegd. NET ontstaan door overmatige deling van cellen in het neuro-endocriene systeem. Deze tumoren kunnen op verschillende plekken ontstaan zoals bijvoorbeeld  in de dunne darm, longen, alvleesklier of maag en zijn vaak lastig te herkennen.

NET-behandelaars Margot Tesselaar (internist-oncoloog) en Marcel Stokkel (hoofd afdeling nucleaire geneeskunde) van het Antoni van Leeuwenhoek zijn verheugd over de verruiming van hun behandelmogelijkheden: ‘De klachten van patiënten verminderen vaak sterk na PRRT. Dat betekent een enorme winst voor hun kwaliteit van leven. Dat we deze behandeling nu zelf kunnen aanbieden past bij onze functie als expertisecentrum en voorziet in een behoefte van onze patiëntengroep.’