Veel gaatjes in Turkse en Marokkaanse kindergebitten

0
902
Opleidingsniveau en inkomen verklaren deel van probleem

Het is slecht gesteld met de tanden van jonge Rotterdamse kinderen. Meer dan twintig procent van de Nederlandse kinderen heeft al op zesjarige leeftijd één of meerdere . Bij Surinaams-Hindoestaanse kinderen zien de onderzoekers twee keer vaker meer dan drie gaatjes in hun gebit dan bij Nederlandse kinderen. Voor kinderen loopt dit zelfs op tot vijf keer vaker. Het opleidingsniveau en inkomen van de ouders verklaren maar een deel van het probleem. Dat blijkt uit het grootschalige Generation R onderzoek op basis van onder andere ruim 4.000 gebitsfoto’s van zesjarige Rotterdamse kinderen.

Kinderen met een allochtone achtergrond vormen een kwetsbare bevolkingsgroep. Zij hebben over het algemeen een minder gezonde start van het leven. Om beter in te kunnen spelen op de mondzorg die deze kinderen nodig hebben en bovenal om gebitsproblemen te voorkomen, is het van belang om te weten waarom zij een hoger risico hebben op gaatjes dan hun Nederlandse leeftijdsgenootjes.

Mondgezondheid in kaart

Promovendus Justin van der Tas: “Wij hebben van zeven etnische groepen in Rotterdam in kaart gebracht hoe het gesteld is met de mondgezondheid. Daaruit blijkt dat meer dan twintig procent van de Nederlandse kinderen al op zesjarige leeftijd één of meerdere gaatjes heeft. Ten opzichte van hen kwamen één of meer gaatjes anderhalf keer vaker voor onder Surinaams-Hindoestaanse kinderen en drie keer vaker onder Turkse en Marokkaanse kinderen. Ook van de andere onderzochte kinderen van Surinaams-Creeolse en Kaapverdiaanse afkomst heeft één op de drie kinderen een slechter gebit dan de Nederlandse kinderen. Bij deze laatste kinderen zien we dat het opleidingsniveau en inkomen van de moeder wel een rol spelen.”

Etnische verschillen groot

Prof.dr. Eppo Wolvius: “De resultaten werden schrijnender naarmate de hoeveelheid gaatjes verder werd onderverdeeld. Surinaams-Hindoestaanse kinderen blijken twee keer vaker meer dan drie gaatjes te hebben dan Nederlandse kinderen. Onder Turkse en Marokkaanse kinderen zien we vijf keer vaker meer dan drie gaatjes in hun gebit. Bekend is dat opleidingsniveau van moeder en inkomen van de ouders meespelen bij de gezondheid van kinderen. Toch verklaart deze sociale ongelijkheid maar een deel en blijven de grote etnische verschillen, waarvan wij denken dat ze ook spelen in andere grote Nederlandse steden, bestaan als we deze factor meewegen. Wij vermoeden dat het voedingspatroon met vaak veel zoetigheid een rol speelt, vooral bij Turkse en Marokkaanse kinderen. Maar of dit ook echt zo is, moet blijken uit vervolgonderzoek.”

De onderzoekers baseren hun resultaten op basis van gebitsfoto’s van ruim 4.000 kinderen en vragenlijsten van hun ouders uit de Generation R Studie. Dit is een grootschalige bevolkingsstudie naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jongvolwassenheid gevolgd. De resultaten van deze studie zijn terug te vinden op de website van wetenschappelijke tijdschrift Caries Research.

Bron: Erasmus MC