“Minister houdt locaties tijgermug geheim, maar eist dat platform ze benoemt”

0
1765

In weerwil van beloftes aan de Tweede Kamer, weigert minister Bruno Bruins van Medische Zorg op te treden tegen bandenbedrijven die tijgermuggen importeren en verspreiden. Zijn argument? Stichting platform Stop invasieve exoten, die om handhaving had verzocht, zou hebben verzuimd aan te geven bij welke bedrijven die gevaarlijke exotische muggen vorig jaar gevonden zijn. Terwijl hij zelf over alle benodigde informatie beschikt, maar alle details geheim houdt om de bedrijven te beschermen. Dit is de bizarre uitkomst van een juridisch steekspel, waarbij de minister volgens het platform ook de wettelijke procedures aan zijn laars heeft gelapt. Het platform stapt nu naar de rechter om de minister tot actie te dwingen.

Eind vorig jaar diende het platform bij de minister een verzoek in om handhavend op te treden tegen alle bandenbedrijven waar in 2018 tijgermuggen zijn aangetroffen. De aanwezigheid van die exotische muggen, die onder meer zika, dengue en gele koorts kunnen verspreiden, wijst er namelijk volgens het platform op dat de regels worden overtreden.

Handhaving NVWA

Wilfred Reinhold, voorzitter van het platform: “Volgens de regels op grond van de Wet publieke gezondheid moeten de banden droog worden geïmporteerd en droog worden opgeslagen, zodat er geen regenwater in komt. Want water is essentieel voor de eitjes om uit te komen. Dus als de bedrijven aan de regels zouden voldoen, zouden ze de muggen er niet worden aangetroffen.”

Vorig jaar beloofde de minister aan de Tweede Kamer: “Tegen bedrijven die de opgelegde technisch-hygiënische voorschriften overtreden, zal de NVWA uiteraard handhavend optreden.”

Reinhold: “Het platform was dus hoopvol gestemd over de uitkomst van het handhavingsverzoek. Maar dat viel bitter tegen. In het besluit op het handhavingsverzoek reageerde de minister niet eens op het verzoek om basis van de Wet publieke gezondheid te handhaven. Het platform vroeg de minister toen om dit evident ondeugdelijke besluit in te trekken en een nieuw besluit te nemen, maar hij weigerde dat. Toen zat er niets anders op dan om een bezwaarschrift bij hem in te dienen. Het platform verzocht om een hoorzitting om de bezwaren toe te lichten, maar ook daaraan gaf de minister geen gehoor. En in zijn besluit op  het bezwaarschrift kwam de minister uiteindelijk met een heel nieuw argument. Hij verweet het platform dat in het handhavingsverzoek niet concreet was aangegeven om welke bedrijven het precies ging, en dat greep de minister nu aan als de reden om het verzoek af te wijzen. Terwijl de minister volgens de regels helemaal aan het begin van de procedure om die nadere informatie had moeten vragen. Informatie waar de minister zelf al over beschikt via het monitoringsonderzoek dat de NVWA bij de bedrijven uitvoert, en die hij ondanks verzoeken van het platform op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet bekend maakt.”

“Op grond van de historie van de vondsten zijn er voor een aantal gemeenten (zoals Montfoort, Lelystad, Noordoostpolder, Almere,Hardenberg, Assen, Etten-Leur enWeert) wel sterke vermoedens om welk bedrijf het gaat. Maar 100% zekerheid is er niet. Stel dat het platform op basis van die vermoedens had gevraagd om handhavend op te treden tegen bandenbedrijf X in Weert?  Dan zul je toch net zien dat in 2018 de tijgermuggen niet bij bedrijf X zijn aangetroffen, maar bij bedrijf Y. En dan had de minister kunnen zeggen: de tijgermug zat niet bij bedrijf X, dus daar ga ik ook niet handhavend tegen optreden. En bedrijf Y blijft dan geheel buiten schot.”

Het platform is tegen het besluit van de minister in beroep gegaan bij de rechter.

De belofte van de minister aan de Tweede Kamer over de handhaving is te vinden in de beantwoording van deze Kamervragen (met name het antwoord op vraag 5) : https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20172018-1855.html

Wilfred Reinhold