Beter voorspellen boezemfibrilleren

Vrijdag 12 juni
Promotie (UvA). 10.00 u, online
Jolien Neefs: Beter voorspellen boezemfibrilleren


Behalve een hoger Body Mass Index (BMI) is met name vetopslag in de buik een risico op het ontwikkelen van boezemfibrilleren. Neefs beschrijft een unieke biobank met daarin bloed en hartweefsel van 150 patiënten, die een hartoperatie hebben ondergaan. Met deze biobank wil Neefs beter kunnen voorspellers wanneer boezemfibrilleren kan ontstaan.


Dit stelt Neefs in haar onderzoek naar boezemfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis. Ondanks geavanceerd behandelingen blijft boezemfibrilleren een terugkerend fenomeen. Welke factoren optimaliseren de chirurgische behandeling van boezemfibrilleren? Heeft een medicijn (mineralocorticoid receptor antagonist, MRA) dat de bloeddruk verlaagt en mogelijk verbindweefseling tegengaat, een preventief effect? Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wie boezemfibrilleren gaat ontwikkelen. Wat zijn op bloed en weefselniveau risicofactoren op het ontwikkelen van boezemfibrilleren?


Andere conclusies uit haar proefschrift zijn dat het gebruik van MRA’s een duidelijke lagere kans op boezemfibrilleren gaf. Dit effect was het sterkst in patiënten met hartfalen. Het toevoegen van extra ablaties (het wegbranden) van zenuwknopen op de boezem verbeterde na twee jaar niet het succes van de chirurgische ingreep, terwijl er wel meer complicaties optraden. Het ableren van de zenuwknopen op de boezems wordt in de richtlijn nu niet meer aangeraden als routinematige behandeling.
Link naar proefschrift

Bron: Amsterdam UMC