RIVM: 431 nieuwe besmettingen in Nederland, hoogste dagcijfer sinds 7 mei

0
692

De afgelopen 24 uur is er een flink toename van het aantal coronabesmettingen. Er zijn vandaag 431 nieuwe besmettingen van het coronavirus in Nederland gemeld. Dat is het hoogste dagelijkse getal sinds 7 mei, toen 455 besmettingen werden gerapporteerd. Dat blijkt uit de open data van het RIVM. Wel is het ook dat de testcapaciteit momenteel veel hoger is dan aan het begin van de coronacrisis.

Bijna de helft van de besmettingen zijnin Zuid-Holland (202). Rotterdam is de grootste brandhaard met 95 nieuwe infecties. Maar ook in Amsterdam en Den Haag zijn er verschillende nieuwe besmettingen. In het noorden en oosten zijn er nauwelijks nieuwe besmettingen: Friesland en Drenthe beide slechts één, Groningen drie. Bijna de helft van de besmetting is aangetoond bij mensen tussen de 20 en 40 jaar oud. Er zijn drie nieuwe ziekenhuisopnames en er is vandaag weer persoon overleden aan COVID-29. Het aantal coronapatiënten op de intensive care bedraagt 22, drie meer dan gisteren.

Behandeling ernstige COVID-19

Uit onderzoek van het Zuyderland Medisch Centrum blijkt dat behandeling met methylprednisolon en tocilizumab van het ‘cytokinestorm syndroom’ bij COVID-19 leidt tot meer en sneller herstel, minder mortaliteit en lagere kans op beademing. Bevestiging van deze resultaten in gerandomiseerde klinische studies is nog nodig.

Uit een open label, gerandomiseerde klinische studie blijkt dexamethason gedurende 10 dagen de mortaliteit te verlagen bij opgenomen COVID-19-patiënten met zuurstof of met beademing in vergelijking met standaardbehandeling. Bij patiënten zonder zuurstof was er geen effect op de mortaliteit. De SWAB heeft dexamethason inmiddels al opgenomen als behandeloptie bij zeer ernstig zieke patiënten. Bij matig ernstig zieke patiënten kan het middel overwogen worden.

Een andere open label, gerandomiseerde klinische studie geeft aanwijzingen dat interferon bèta-1a gunstige effecten kan hebben bij ernstige COVID-19. De mortaliteit was na 4 weken significant lager als interferon werd gestart binnen 10 dagen na de eerste symptomen. Verder gerandomiseerd onderzoek met grotere aantallen patiënten is nodig. Er lopen momenteel nog minimaal 15 andere klinische studies naar interferon bèta-1a, waaronder studies met intranasale toediening.

Vaccins

De media wordt overspoeld met hoopvolle berichten over potentiële vaccins. Van de ruim 160 vaccins die wereldwijd in ontwikkeling zijn, worden er momenteel 24 klinisch onderzocht, waarvan 3 in fase 3-studies. Deze laatste studies – die uitgevoerd worden in landen waar het coronavirus nog volop aanwezig is – moeten meer inzicht geven in de mate en duur van bescherming tegen COVID-19. De afronding van de studies zal mede afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de pandemie en zal daarmee de beschikbaarheid van vaccins mede bepalen. Tussentijdse resultaten zijn bemoedigend. Het Europees Geneesmiddelenagentschap gaat er echter nog steeds vanuit dat het nog tot minimaal begin 2021 duurt voordat een vaccin goedgekeurd kan worden en in voldoende hoeveelheden beschikbaar is voor grootschalig gebruik. Maatregelen ter voorkóming van besmetting met het coronavirus blijven dus belangrijk.

Antilichamen

Na besmetting met het coronavirus maken patiënten binnen enkele weken antilichamen aan. Uit nog niet gepubliceerd onderzoek blijkt dat de hoeveelheid antilichamen sneller afneemt dan verwacht.

Acht dagen na start van de symptomen werden bij alle patiënten antilichamen gevonden. De meeste antilichamen werden gemiddeld op dag 23 gemeten. Op dag 65 was bij nog maar 17 procent van de patiënten sprake van grote hoeveelheden antilichamen. Het is nog onduidelijk hoe groot de gevolgen hiervan zijn voor de afweerrespons van ex-COVID-19-patiënten. Er komt namelijk steeds meer bewijs dat niet alleen antilichamen maar ook T-cellen een grote invloed hebben op hoe lang een patiënt resistent blijft tegen een nieuwe infectie met het coronavirus.

Nieuw Nederlands onderzoek

ZonMw heeft bekendgemaakt welke projecten mogen starten in het kader van hun COVID-19- programma. Binnen het thema ‘Klinische behandelstudies’ zijn drie projecten gehonoreerd. Onderzoekers van het Amsterdam UMC gaan bestuderen of oraal toegediend imatinib het longoedeem en de ziektelast bij ernstige zieke patiënten kan verlagen. Onderzoekers van het RadboudUMC gaan bekijken of intraveneus toedienen van lanadelumab extra zuurstoftoediening kan verminderen. En tot slot gaat het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland onderzoeken of valsartan de ontwikkeling van acute longschade kan tegengaan bij COVID-19-patiënten. De studies moeten uiterlijk 1 september starten.

Ook met donaties van particulieren en bedrijven wordt nieuw onderzoek gestart. De crowdfundingsactie #wakeupcorona heeft inmiddels de mijlpaal van 1 miljoen euro bereikt. Daarmee gaat het LUMC onder andere verder onderzoek doen naar virusremmers en kandidaatvaccins. Onderzoekers van het Erasmus MC kunnen met een gift van 18 succesvolle internetondernemers aan de slag met de COMET-studie. In deze studie wordt onderzocht of bepaalde geneesmiddelen een COVID-19 infectie wel of juist niet verergeren bij niet-opgenomen patiënten.

Waarschuwing NHG

Het NHG adviseert huisartsen niet in te gaan op verzoeken van patiënten om bij de behandeling van COVID-19 af te wijken van de huidige landelijke richtlijnen. Aanleiding van dit advies is een op internet circulerende brief die patiënten voor zo’n verzoek kunnen gebruiken. In de brief wordt onder andere een behandeling met hydroxychloroquine, azitromycine en zink voorgesteld. De brief is gebaseerd op selectieve en incomplete literatuur en op een onjuiste en incomplete samenvatting van het huidige NHG-advies.

Inmiddels blijkt uit een recent gepubliceerde gerandomiseerde dubbelblind placebogecontroleerde studie dat hydroxychloroquine ook in de vroege fase van COVID-19 geen relevante vermindering van de symptomen geeft bij niet-opgenomen patiënten met milde klachten.

Gevolgen medicatiegebruik

De coronapandemie heeft gevolgen gehad op het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Uit gegevens van Nivel Zorgregistraties blijkt het aantal voorschriften voor methylfenidaat tot bijna de helft gedaald te zijn tussen week 12 en week 18. In week 12 gingen scholen dicht en kregen mensen het advies om thuis te werken. Inmiddels is het aantal voorschriften voor methylfenidaat bijna weer op het niveau van 2019.

Ook was het aantal voorschriften voor pijnstillers gedaald, met name voor NSAID’s en in mindere mate voor opioïden. De pandemie leidde niet tot vaker voorschrijven van geneesmiddelen tegen angst, depressie of slapeloosheid, ondanks een korte piek in week 12. Deze piek betrof bestaande gebruikers wat duidt op een ‘hamstereffect’: gebruikers zijn de middelen voor de zekerheid in gaan slaan.

Onderzoek methylprednisolon/tocilizumab: www.ard.bmj.com/content/early/2020/07/20/annrheumdis-2020-218479 . Onderzoek dexamethason: www.nejm.org/doi/10.1056/NEJMoa2021436 SWAB: www.swab.nl/nl/covid-19 . Onderzoek interferon bèta: aac.asm.org/content/early/2020/07/08/AAC.01061-20 . ZonMw: www.zonmw.nl/nl/over-zonmw/coronavirus/onderzoek-naar-corona-en-covid- 19/voorspellende-diagnostiek-en-behandeling Onderzoek: www.acpjournals.org/doi/10.7326/M20-4207 NHG-advies: www.nhg.org/actueel/nieuws/advies-over-patientenbrief-covid-19-behandelverzoek

Bron: RIVM NHG, ACP, ZonMw en IVM

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.