Eerste stap naar Europees plan van aanpak rond ziektemodellering bij pandemieën

Hoe pakten de verschillende West-Europese landen de COVID-pandemie aan? Op welke modellen konden epidemiologen en biostatistici vertrouwen om de verspreiding van het coronavirus correct in kaart te brengen? En hoe verliep de interactie tussen de wetenschappers en de beleidsmakers? In het hoog aangeschreven journal Health Affairs blikken Europese epidemiologen en biostatistici binnen het Europese ESCAPE project, terug op de aanpak van de coronapandemie in West-Europa. “Hiermee zetten we een eerste grote stap naar een Europees plan voor toekomstige uitbraken”, zeggen prof. dr. Niel Hens (UHasselt/UAntwerpen, BE) en prof. dr. Mark Jit (LSHTM, UK).

In een mum van tijd had het coronavirus de hele wereld in bedwang. Overheden in alle landen namen maatregelen om het virus tegen te houden en epidemiologen en biostatistici sloegen de handen ineen om de verspreiding van dit virus beter te begrijpen. Op basis van de beschikbare data werkten zij modellen uit om de verspreiding van het coronavirus in kaart te brengen en beleidsadviezen te geven vanuit wetenschappelijke evidentie. In een uitgebreide publicatie in het toonaangevende journal Health Affairs kijken Europese epidemiologen en biostatistici nu terug naar de gelijkenissen en de verschillen van de gebruikte modellen in verschillende West-Europese landen, maar ook hoe de interactie met het beleid verliep. 

“Met deze publicatie kijken we terug naar een turbulente periode, waarin velen dag en nacht werkten in de strijd tegen het coronavirus. Het is een eerste reflectie op wat goed ging, welke lessen we hebben geleerd en waar we nu mee aan de slag moeten gaan om beter voorbereid te zijn mocht een nieuwe pandemie zich voordoen”, zegt prof. dr. Niel Hens.

Gelijkenissen en verschillen in aanpak

In het heetst van de strijd grijp je naar wat je eerst voor handen hebt, en dat was zeker het geval tijdens de coronapandemie. Op vele vlakken nam ieder land de pandemie anders aan. Dat had onder andere te maken met de beschikbaarheid en de kwaliteit van de data die er was en welke expertise er voor handen was, waardoor er verschillende strategieën gebruikt zijn. In de paper wordt er op deze strategieën en de gebruikte modellen teruggekeken om zo te leren uit wat er goed is gegaan en lessen te trekken.

Naast de nood aan een betere en snelle data-uitwisseling, cruciaal om de verspreiding van een virus juist in kaart te brengen, staan de onderzoekers in de paper stil bij de interactie tussen wetenschap en het beleid. Die interactie verliep in elk land anders. Terwijl in sommige landen wetenschappers al vaak in contact kwamen met beleidsmakers, was dat in andere landen helemaal niet het geval. “Om wetenschappelijke inzichten snel en efficiënt aan beleidsvragen en -implementaties te koppelen, is er een goede samenwerking tussen academici en beleidsmakers nodig. Taalverwarring, gebrek aan kennis van elkaars expertise en bevoegdheden moeten we vermijden want dat zorgt voor vertraging”, zegt prof. dr. Mark Jit. 

Binnen ESCAPE worden hiervoor richtlijnen uitgewerkt, zodat enerzijds beleidsmakers beter bewust zijn van wat de modellen aangeven en waar de grenzen liggen. Anderzijds om de inzichten vanuit de modellen ook op een gepaste manier te brengen zodat ze precies aangeven wat overheden nodig hebben om te kunnen komen tot gepaste maatregelen.

groepsfoto Escape-project

Meer training

De onderzoekers binnen het ESCAPE project pleiten er in de paper ook voor dat alle betrokken partijen meer trainingen moeten krijgen in gebieden die buiten hun traditionele vaardigheden vallen, om zo actief en op voorhand te werken aan een ‘zelfde taal’ waardoor iedereen elkaar echt begrijpt als de nood het hoogst is. “Denk hierbij bijvoorbeeld aan omgaan met media, zodat zij het wetenschappelijke bewijs achter een beleidsbeslissing aan het publiek kunnen helpen duiden. Deze voorbereidingen zouden idealiter moeten beginnen voordat een pandemie uitbreekt. Om hiertoe te komen moeten dan wel de traditionele beloningsstructuren in de academische wereld worden hervormd, zodat er meer erkenning komt voor die bijdrage aan beleidsvorming en communicatie naar het grote publiek”, besluiten de onderzoekers. 

De integrale publicatie in Health Affairs is hier terug te vinden

Escape is een onderzoeksproject met een totaalbudget van 3.2 miljoen euro verdeeld over 8 partners uit 7 landen: UAntwerpen, INSERM (Frankrijk), INSA (Portugal), RIVM (Nederland), ISI foundation (Italië), LSHTM (Verenigd Koninkrijk), UBern (Zwitserland) en UHasselt, de coördinator van het project dat grotendeels financiering krijgt van de Europese Commissie.

Bron: UHasselt & UAntwerpen

Redactie Medicalfacts/ Janine Budding

Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg 2.0 en het sociaal domein zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden.

Ik studeerde fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Daarnaast ben ik geregistreerd Onafhankelijk cliëntondersteuner en mantelzorgmakelaar. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de zorg, het sociaal domein en medische-, farmaceutische industrie, nationaal en internationaal. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. En van de zorgwetten waaruit de zorg wordt geregeld en gefinancierd. Ik ga jaarlijks naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties. Momenteel ben doe ik een Master toegepaste psychologie.

De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.

Recente artikelen