LHOV stuurt brief naar Eerste Kamer

0
287

Middels een open brief aan de Eerste Kamer , in kopie aan de Tweede Kamer-commissie Volksgezondheid, geeft de Landelijke Huisartsen Opleiders Vereniging (LHOV) uiting van haar bezorgdheid omtrent het perspectief van huisartsenzorg onder de zorgverzekeringswet , zoals die nu is geformuleerd.Aan de griffie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal,
Commissie volksgezondheid, welzijn en sport
Postbus 20017
2500 EA DEN HAAG
Betreft: open brief kwaliteitsverlies in de zorg
Utrecht, 21 Mei 2005.

L.S.,

De Nederlandse Huisartsopleiders, verenigd in de LHOV vormen al sinds jaar en dag een gedreven onderdeel van de beroepsgroep met als belangrijkste doel: het in stand houden en verbeteren van huisartsenzorg door het bieden van een goede praktijkopleiding.
Met de komende veranderingen in de richting van vraagsturing zal ook de huisartsgeneeskunde veranderen. De LHOV heeft daar oog voor, en ziet de positie van de huisarts als toenemend cruciaal in de toene mende complexiteit van de zorg, inclusief haar verzekerings-vraagstukken rond risicosolidariteit en gebruik van individueel zorgbudget, zoals nu actueel wordt door een recente de RVZ-rapportage, en het VVD-voorstel hoe hier mee om te gaan. Meer dan ooit zal de zorgvrager een gids en vertrouwenspersoon nodig hebben om op het juiste moment gebruik te kunnen maken van de juiste zorg. Naast het opleiden in het behandelarsenaal van de huisarts, is één van de kernonderwerpen van
huisartsopleiders het opleiden in met name vraagverheldering voor de patiënt. Dit is de basis voor eventueel volgend medisch handelen, waarbij de spilfunctie van de huisarts tot zijn recht komt..
De LHOV is van mening, dat de zorgvrager zonder bovengenoemde functies slechter af is bij het verkrijgen van de juiste zorg op het juiste moment. Immers: zonder heldere zorgvraag is efficiënte zorg niet uitvoerbaar. Huisartsen zijn goed in het sturen van de zorgvraag dankzij de persoonlijke, integrale en continue betrokkenheid, die de nodige achtergrondkennis levert, en die alleen mogelijk is bij inschrijving op naam (ION), ondersteund door het centrale patiëntendossier, en door inzet van ondersteunend personeel onder eigen regie. Vrije toegang tot zorg zonder vraagverheldering en zonder gids leidt onzes inziens tot ondoelmatig gebruik van dure zorg.
Voor de LHOV is vooral de vraag: Waarop zal de huisartsopleider zich richten?
Praktijkvoering uitgaande van bestaande en steeds evoluerende huisartsenzorg (met regie op
1 Houdbare solidariteit in de gezondheidszorg, 28 april 2005.
2 Briefnr. 29483, 28 April 2005
3 Vraagverheldering: voor wie moet er wat gebeuren en hoe kunnen we dat binnen de (bestaande)
randvoorwaarden realiseren? basis van professionele kennis), of praktijkvoering binnen een zorgsysteem, waarin de verzekeraar regisseert? De meeste aanstaande huisartsen nemen het perspectief wat hun opleiders hen voorhouden, zeer ter harte.
De huidige ontwikkelingen geven reden tot verontrusting. De toekomstige kwaliteit van zorg wordt bedreigd vanwege ondergraving van de positie van de Nederlandse huisarts in het nieuwe zorgstelsel, en vanwege onzuivere uitgangspunten en doelstellingen bij hanteren van het marktwerkingsprincipe in de zorg.
Belangrijke overwegingen:
– Functionele omschrijving (waarbij de zorgverzekeraar bepaalt, welke onderdelen buiten de huisartsenzorg zullen worden ingekocht) ondergraaft de spilfunctie van de huisarts en leidt tot versplintering van zorg. Het overzicht over de zorggeschiedenis van de patiënt verdwijnt, en zonder twijfel zal het aantal medische fouten toenemen in een situatie van gedeelde verantwoordelijkheid. Het
valt moeilijk te overzien, waar de huisarts zijn verantwoordelijkheid moet en kan nemen, als een deel van de ziekte buiten zijn/haar blikveld wordt behandeld, en er complicaties optreden. Een ander gevolg is het uitvoeren van her-diagnostiek in een andere (door de verzekeraar gekozen?) zorgomgeving (een ander ziekenhuis bijvoorbeeld), als informatie niet is te achterhalen. Veiligheidsoverwegingen
leiden dan tot doublures in onderzoek. Dit gaat onzes inziens gebeuren, ervaringen onder meer in Canada spreken voor zich.
– In samenhang met bovenstaande: De inschrijving op naam is niet duurzaam gekoppeld aan huisartsenzorg, Zonder ION kan rechtstreeks zorg worden gevraagd aan artsen, die geen huisarts zijn, zoals basisartsen en klinisch specialisten: het gevolg van functionele omschrijving van de aanspraken van verzekerden. Het patiëntendossier gaat daarmee lacunes vertonen, evenals het overzicht over diens
zorggeschiedenis. Van een zorgcontinuüm en ketenzorg kan geen sprake meer zijn.
De huisartsenzorg verliest kwaliteit, de patiënt verliest zijn gids in de zorg, opgeofferd aan andere belangen. Onze verwachting is hierbij, dat zorg zonder heldere vraagformulering, met daarop volgend de meest doelmatige zorg, op termijn zeer veel duurder zal uitvallen.
– Informatieplicht aan verzekeraars ondergraaft de vertrouwensfunctie van de huisarts; de zwijgplicht is hiermee in het geding, en daarmee een grondrecht van de Nederlandse bevolking. Ook is nog maar zeer de vraag, of artikel 16 e.v. in de Wet Bescherming Persoonsgegevens het hanteren van persoonlijke informatie ten behoeve van financiële afwikkeling terzijde mag worden gezet. Het lijkt haast ondenkbaar, dat de zwijgplicht van de arts moet wijken voor de informatieplicht aan verzekeraars. De LHOV zal de huisartsopleiders aanraden om de zwijgplicht te handhaven, zijnde een hoeksteen voor goed zorgverlenerschap. Naar de letter van de ZVW is dat ook geen onoverkomelijk bezwaar, daar ook de verzekerde zelf de betreffende informatie kan inleveren. Indien deze sommige delen van zijn/ haar
medische geschiedenis niet aan de openbaarheid van de verzekeraarwereld wil prijsgeven, kan het weigeren echter wel als gevolg hebben, dat verzekerde zelf voor de kosten opdraait. Dit is een fundamenteel ethisch dilemma, wat bij handhaven van de zwijgplicht niet aan de orde is. Verplichting tot het afgeven van medische persoonsinformatie aan de verzekeraar zal dan ook op valide
fundamentele bezwaren stuiten van zowel artsen- als de patiëntenzijde. Ons inziens is het recht op verzekerde zorg in het geding, indien het afstaan van medische persoonsinformatie een voorwaarde voor vergoeding zal zijn.
– Toekennen van verstrekkingen. Verzekerden kunnen niet gemakkelijk van verzekeraar veranderen. Hierdoor ontstaat voor de verzekeraar vrijheid, om aanspraken van verzekerden te minimaliseren zonder verlies van verzekerden.
Toelichting: de acceptatieplicht voor de verzekeraar is gedacht als instrument voor “concurrentie op kwaliteit” van de verzekeringen. Dit blijkt reeds nu in de praktijk te worden omzeild door drempels in de aanmelding op te werpen. Mogelijk is het instrument van risicoverevening niet van dien aard, dat daarmee selectie van verzekerden overbodig is voor de winst van het verzekeringsbedrijf. Verzekerden
zijn weerloos tegen deze praktijken, als ze al de moed kunnen opbrengen om een verandering van verzekeraar in gang te zetten. De indruk bestaat, dat affiniteit met de zorg voor en de noden van verzekerden niet de basis is voor het leveren van gecontracteerde zorg.
– Wat betreft regie van het zorgaanbod door verzekeraars: Bij inkoop van zorg door verzekeraars ligt de nadruk niet langer op zorginhoudelijke (regionale) motieven, maar vooral op winstoogmerk en nationale concurrentie. Zolang iedere verzekeraar een eigen regie kan en mag voeren, kan er op onderdelen geen uniform huisartsaanbod ontstaan. Huisartsen kunnen niet werken met vele regisseurs, en het beste met uitvoering onder eigen regie, waarbij de zorginhoud leidend is.
Samenvattend is de LHOV van mening, dat de huisartsenfunctie in het huidige licht een speelbal kan worden in handen van de verzekeraars, haar vertrouwensfunctie naar de bevolking kan verliezen, en haar spilfunctie in de zorg niet meer kan waarmaken. Het centrale patiëntendossier, fundament onder de Nederlandse gezondheidszorg, zal daarbij haar waarde verliezen. De nieuwe zorgverzekeringswet bevat elementen die de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg ernstige schade zullen toebrengen.
De LHOV wil zich sterk maken voor het opleiden tot huisartsen, die een breed arsenaal aan kennis en vaardigheden bieden onder eigen regie, en een spil- en gidsfunctie kunnen hanteren in de zorg. Regie buiten de beroepsgroep doet ons aarzelen of de huisarts van de toekomst voldoende stimulans zal ervaren om te voldoen aan de verwachtingen, die verzekeraars, maar ook zeker zorgvragers zullen stellen aan de huisartsfunctie.
De LHOV roept U derhalve op om de kwaliteit van de huisartsenzorg beter te waarborgen dan momenteel wordt gegarandeerd in een nieuw zorgstelsel. Huisartsenzorg is naar ons inzicht door haar vraagverheldering en brede arsenaal van kennis en vaardigheden, een garantie voor goedkope zorg op maat. Met de inschrijving op naam, zwijgplicht, en regie over de eerstelijnszorg behoudt de zorgvrager zijn/haar partner in de zorg. Het is de zorgvrager, die het meest zal lijden onder het teloorgaan van bovengenoemde verworvenheden.
Lex Linsen, voorzitter LHOV.
Ga voor de volledige tekst in PDF naar de site van de LHOV