Genetische achtergronden van oog-, haar- en huidskleuren blootgelegd

0
230

Onderzoekers uit IJsland en Nijmegen hebben in het DNA van mensen van Europese origine genvarianten gevonden, die duidelijk verband houden met oog-, haar- en huidskleur (Nature Genetics, on line, 21 oktober 2007). Dit maakt het mogelijk om, op basis van uitsluitend iemands DNA, steekhoudende uitspraken te doen over de kleur van zijn haar, huid of ogen. Bij het onderzoek zijn onder andere de gegevens van ruim 1200 Nederlanders gebruikt uit een databank, die opgezet is onder leiding van prof.dr. Bart Kiemeney, afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van het UMC St Radboud.

Blond of bruin, blauw of groen
Één van de gevonden genetische varianten komt vooral voor bij blonde mensen en bij mensen met blauwe ogen. Mensen met bruin haar en/of groene ogen hebben deze variant significant minder vaak. Een tweede variant gaat samen met sproeten, een huid die gevoelig is voor zonlicht en bruin haar. De derde genetische variatie verhoogt de kans op blond haar en verkleint de kans op bruin haar. De vierde variant verhoogt de kans op sproeten. De vijfde, op hetzelfde gen als de vierde, gaat samen met sproeten, een voor zonlicht gevoelige huid en blauwe ogen. Het onderzoek bevestigde het verband tussen twee al eerder bekende genen enerzijds en rood haar, sproeten en een zonlichtgevoelige huid anderzijds.

Dat er relatief veel genetische factoren betrokken zijn bij kleureigenschappen van het lichaam stemt overeen met de grote verschillen in huid-, haar- en oogtinten, die Europeanen te zien geven.



Deze uitkomsten kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de forensische wetenschap. Ze maken het mogelijk om op basis van DNA-materiaal, dat aangetroffen is op bijvoorbeeld een plaats delict, uitspraken te doen over haar, ogen en huid van de eventuele dader. Tot nu toe was het, als er geen match was met een DNA-databank, alleen mogelijk om iets te zeggen over geslacht en ras van de betrokkene.

De resultaten zijn een min of meer toevallig bijproduct van een omvangrijk internationaal samenwerkingsverband, Polygene genaamd, tussen onder andere enkele Europese universiteiten en het IJslandse bedrijf deCODE genetics. Het project heeft in 2005 een grote subsidie van de Europese Unie gekregen. Het hoofddoel is, om genetische determinanten van met name prostaat- en borstkanker te vinden. Hierover hebben de onderzoekers eerder dit jaar al meerdere malen in Nature Genetics gepubliceerd.