Wie is het aanspreekpunt in het ziekenhuis?

0
633

Vandaag besteed de KNMG aandacht aan de communicatie met de ziekenhuispatiënt. Vaak weet de ziekenhuispatiënt niet wie hij kan aanspreken met vragen over zijn behandeling.  Er is geen duidelijke taakverdeling voor de communicatie naar de patiënt, een conclusie die werd getrokken in een invitational meeting over het hoofdbehandelaarschap van 20 maart. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Orde, de NVZ, de NPCF, de Inspectie en de CBO-werkgroep preoperatief traject, maar ook specialisten en kwaliteitsmedewerkers uit tal van ziekenhuizen.

In 2007 vroeg de Inspectie de KNMG al om een regeling op te stellen voor de samenwerking tussen medisch specialisten en andere zorgverleners binnen ziekenhuizen. Aanleiding was een onderzoek van de Inspectie, waaruit bleek dat slechts éénderde van de ziekenhuizen over zo’n regeling beschikte. Loes Markenstein (jurist, KNMG) gaf een overzicht van de stand van zaken. Zij wees erop dat veel ziekenhuisregelingen over verantwoordelijkheidsverdeling en hoofdbehandelaarschap zich beperken tot de medisch specialist.

Vanuit de ziekenhuispraktijk deden Saskia Bierenbroodspot (Sint Lucas Andreas Ziekenhuis) en Antoinette de Vries (UMC Nijmegen) verslag over de regelingen die deze beide ziekenhuizen aan het opstellen zijn over verantwoordelijkheidsverdeling en hoofdbehandelaarschap. In beide gevallen blijken er knelpunten te zijn, betreffende de overdracht, de continuïteit van zorg en verschil van interpretatie van begrippen. De Inspectie gaf te kennen de centrale normen die werden besproken tijdens de bijeenkoms te willen gaan gebruiken als toetsingsinstrument. Instellingen zullen dan inzichtelijk moeten kunnen maken op welke wijze zij aan de centrale normen invulling hebben gegeven.

De samenvatting

Verantwoordelijkheidsverdeling binnen ziekenhuizen: centrale normen

1.   Voor de patiënt is duidelijk wie van de betrokken hulpverleners als aanspreekpunt fungeert voor vragen over de zorgverlening en de behandeling.

2.   Duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de monitoring van het gehele zorgtraject rondom de patiënt.

3.  Betrokken hulpverleners voorzien in dekkende afspraken over de samenwerking en de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij de zorgverlening aan de patiënt.

4.  De voor goede hulpverlening noodzakelijke gegevens zijn voor betrokken hulpverleners beschikbaar en toegankelijk. 

5.  Bij toenemende complexiteit in de zorgverlening en samenwerking vindt verfijning van afspraken plaats die gebaseerd wordt op risicoanalyses.

Op basis van de discussie op 20 maart jl. zal de KNMG een definitieve versie van deze centrale normen opstellen, en elke norm van een korte toelichting voorzien.