Stabilisatie SOA lijkt door te zetten

0
199

condoom.jpgHet aantal mensen dat zich vorig jaar liet testen op een soa bij een van de soa-centra nam met 13% toe ten opzichte van 2006 tot ruim 78.000. Ruim 14% van de bezoekers waren mannen die seks hadden met mannen, en 40% van de bezoekers was jonger dan 25 jaar. Het percentage bezoekers dat (naast de standaard testen op chlamydia, gonorroe en syfilis) ook op hiv werd getest nam toe tot 86% (2006: 72%).

Chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv
Vergelijkbaar met 2006, werden bij 21% van de mannen die seks hebben met mannen (MSM) en bij 11% van de heteroseksuele mensen één of meer soa vastgesteld. Het absolute aantal opgespoorde gevallen van chlamydia, gonorroe en hiv steeg opnieuw. Het percentage mensen dat positief getest werd op gonorroe en hiv daalde licht; het percentage positief bleef bij chlamydia gelijk. Het aantal MSM met infectieuze syfilis blijft hoog. Er is wel een licht dalende trend zichtbaar in zowel absolute aantallen als in het percentage positieve testen.

Heteroseksuelen
Bij heteroseksuelen blijft chlamydia de meest gevonden soa: bij 10% van zowel de mannen als vrouwen (2006: 11%). Daarnaast werd bij ruim 1% gonorroe (2006: 2%), bij 0,2% syfilis en bij 0,1% hiv vastgesteld. Het percentage positieve soa-testen was hoger onder heteroseksuelen met een niet-Nederlandse etniciteit (14%) dan onder de heteroseksuelen met een Nederlandse etniciteit (10%).

MSM
Bij MSM werd chlamydia, vergelijkbaar met 2006, bij ongeveer 10% van de geteste personen vastgesteld, voor gonorroe was dit 9% (2006: 10%). Daarnaast werd bij ruim 4% syfilis (2006: 5%) gediagnosticeerd en bij 3% hiv. Het percentage positieve soa-testen was aanzienlijk hoger onder de hiv positieve MSM (39%) dan onder de totale groep MSM (21%).

Het RIVM geeft jaarlijks in april een tussenrapportage over de voorlopige soa cijfers van het voorafgegane jaar. Later dit jaar verschijnt een definitief overzicht van 2007.