Religie belemmert solidariteit bij orgaandonatie

De wetgeving op orgaandonatie maakt van elke Belg in een donor. Toch vragen artsen altijd de toestemming van de familie voordat ze de organen van een overleden patiënt wegnemen.
Nu blijkt dat gemiddeld één op de acht patiënten (11 à 15 procent) op de wachtlijsten voor orgaandonatie van allochtone oorsprong zijn. Het aantal allochtonen dat echter na overlijden organen wegschenkt, bedraagt maximaal 1 procent. Religieuze redenen en een gebrek aan integratie liggen hieraan ten grondslag, zo schrijft de Huisarts.

Elke stigmatisering is echter uit den boze, benadrukken alle gesprekspartners van de Huisarts. 'De allochtoon' bestaat al evenmin als 'de Belg'. Een verband tussen donatie en de mate van integratie van een geloofsgemeenschap is alleszins duidelijk. Het percentage a-priori weigeringen in sterk besloten gemeenschappen zoals bijvoorbeeld sommige joodse gemeenschappen ligt veel hoger dan bij de islamitische gemeenschap. Het valt alleen minder op omdat ze zich vooraf registreren als weigering tot orgaandonatie. In totaal zijn er momenteel 190.000 geregistreerde weigeringen. Bij islamieten is er niet zozeer een weigering in de databank vooraf maar dikwijls, niet altijd, weigering tot orgaandonatie wanneer het probleem zich stelt.

De ervaring leert dat er bij islamieten, joden, hindoes en sommige andere geloofsgemeenschappen een duidelijke discrepantie bestaat tussen het (beperktere) aantal donoren en het aantal mensen op de wachtlijst voor een orgaan.

Toch gaan in principe alle godsdiensten akkoord met orgaandonatie. Maar men moet ook de praktijk in rekening brengen, de manier waarop mensen begraven wensen te worden. In de Joodse gemeenschap dient dat bijvoorbeeld binnen 24 uur te gebeuren, mensen worden op een speciale steen gewassen enzovoorts. Soms komt dat in conflict met orgaandonatie.

"Het beste kunnen we investeren in campagnes via scholen. 17- en 18-jarigen zijn immers de donoren van morgen. Dat lijkt me veel doeltreffender dan het uiteenrafelen van de hele bevolking in afzonderlijke doelgroepen", zegt transplantcoördinator Frank Van Gelder.

Een van de projecten die de groep Belgische orgaancoördinatoren in overweging neemt, is het solidariteitsprincipe in levende lijve duidelijk te maken. Bijvoorbeeld door een allochtone getransplanteerde patiënt voor gezonde allochtonen zijn verhaal te laten vertellen. "We hebben dat idee al vaker naar voor gebracht, maar tot nog toe is het nog niet vertaald in concrete plannen", zegt hij.