Hoge Raad beveelt opschorting gevangenisstraf van Lucia de B

0
127

De Hoge Raad heeft op 24 juni 2008 beslist dat, hangende de behandeling van het herzieningsverzoek van 17 juni jl., de tenuitvoerlegging van de aan Lucia de B. opgelegde straf wordt opgeschort.

Den Haag, 24 juni 2008
mw. mr. E. Hartogs, griffier
tel 070-3611236

Citaten uit het herzieningsverzoek aan de Hoge Raad

Mr G. Knigge, AG, aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
[Rechter J.W. Fokkens – lees ook zijn Persbericht]
LJN: BD4153, Hoge Raad, CPG 08/01492 H

Alle teksten op deze webpagina zijn letterlijk geciteerd uit het rapport van Mr G. Knigge.

Samenvatting

Vordering tot herziening veroordeling Lucia de B en tot opschorting van de tenuitvoerlegging. Het nieuwe deskundigenoordeel is hoofdzakelijk gebaseerd op de stukken uit het dossier waarover het Hof ook beschikte. De AG betoogt dat het deskundigenoordeel kan worden aangemerkt als een omstandigheid van feitelijke aard*, die het ernstige vermoeden wekt dat het Hof, als het daarmee bekend was geweest, mevr. De B. zou hebben vrijgesproken van de moord met digoxine. De vordering heeft vanwege de samenhang van het bewijs betrekking op alle levensdelicten waarvoor De B. is veroordeeld. Veroordeling voor een aantal vermogensdelicten en valsheidsdelicten blijft in stand.

Inleiding

Het Hof achtte zeven moorden en drie pogingen tot moord wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde haar ook ter zake van kort gezegd diefstal, valsheid in geschift, medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, het onder ede een valse verklaring afleggen en verduistering, meermalen gepleegd. Bij het op het door de veroordeelde ingestelde cassatieberoep gewezen arrest van 14 maart 2006 vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, maar alleen ten aanzien van de beslissingen aangaande de strafbaarheid van de veroordeelde en de sanctieoplegging. De Hoge Raad verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Hierdoor ging het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage wat de bewezenverklaring betreft in kracht van gewijsde. Vervolgens werd de veroordeelde op 13 juli 2006 door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Tegen dit arrest werd geen cassatie ingesteld.

Algehele conclusie

Mijn conclusie is dat de vordering zich niet dient te beperken tot de moord op de baby X. (feit* 1), maar zich tevens dient uit te strekken tot negen andere levensdelicten (de feiten* 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 13 en 16, telkens primair). Buiten de vordering blijven derhalve de vermogensdelicten (de feiten*en de valsheidsdelicten (de feiten* 23 primair, 24 en 25). 22 en 26, telkens primair)

De vermogensdelicten en de valsheidsdelicten waarvoor mevr. De B. is veroordeeld, worden door het novum niet geraakt. De bewezenverklaringen berusten hier op geen enkele wijze op het oordeel waartoe het Hof met betrekking tot het overlijden van het kindje X. kwam.

Wel zal de Hoge Raad in dat geval de gehele zaak (dus met inbegrip van de veroordelingen die buiten de vordering vallen) op voet van art. 467 lid 1 jo. art. 461 lid 1 Sv verwijzen naar een gerechtshof dat nog niet over de zaak heeft geoordeeld. Indien dat gerechtshof zou vrijspreken van één of meer van de feiten* waarover het opnieuw moest oordelen, dient het ten aanzien van de andere feiten (waaronder de feiten* waartoe de herzieningsvordering zich niet uitstrekte) de straf te bepalen (art. 476 lid 2 Sv). Dat betekent dat het gerechtshof moet beoordelen welke straf passend is voor de feiten* waartoe de vordering zich niet uitstrekt.