Intensieve hartfalenpolikliniek vermindert sterfte

0
234

Een polikliniek speciaal voor patienten met hartfalen vermindert het aantal opnamen voor hartfalen en het aantal sterfgevallen. Dat concludeert arts Pieta Bruggink van het Deventer Ziekenhuis, zij pomoveert aan het UMC Utrecht. De resultaten veranderen de sandaardaanpak van de aandoening.

 

Bruggink volgde 240 patienten met matig tot ernstig hartfalen gedurende een jaar. De helft ontving standaardzorg, de andere helft kreeg daarnaast via een speciale hartfalen­polikliniek begeleiding van een verpleegkundige en een gespecialiseerde arts/cardioloog. Na een jaar waren in de extra begeleide groep elf opnamen voor hartfalen en twaalf patienten overleden. In de controlegroep waren 24 opnamen voor hartfalen en 23 patienten overleden.

Intensieve begeleiding door een hartfalenpolikliniek leidt tot minder overlijden en/of minder opnamen voor hartfalen. Tevens verbetert het de kwaliteit van functioneren en leven tegen minder kosten. Dat concludeert Pieta Bruggink-André de la Porte in haar proefschrift.

 

Zij presenteert de resultaten van het Deventer-Alkmaar Hartfalen Project (DEAL-HF-studie). Daarin zijn 240 patienten met matig tot ernstig hartfalen gevolgd. De ene helft kreeg de gebruikelijke zorg van de cardioloog. De andere helft ontving gedurende het jaar van de studie tevens extra begeleiding op een hartfalenpolikliniek, geleid door een verpleegkundige en een arts. Deze begeleiding omvatte uitgebreide uitleg over hartfalen, leefregels, symptomen van verergering van hartfalen en tevens optimalisering van hartfalenmedicijnen volgens internationale richtlijnen.

De extra en intensieve begeleiding wierp haar vruchten af. Het aantal mensen dat overleed en/of het aantal ziekenhuisopnamen voor hartfalen was lager in de hartfalenpoli-groep vergeleken met de groep die de gebruikelijke zorg kreeg (23 versus 47).


Hartfalenpolikliniek
De resultaten betekenen dat een hartfalenpolikliniek onder begeleiding van een arts en een verpleegkundige ook in Nederland de zorg voor patienten met matig tot ernstig hartfalen verbetert. Voor landen met niet zo’n goede eerstelijnszorg was het nut van zo’n poli al bewezen. Het onderzoek van Bruggink bewijst het ook voor Europese landen met een relatief sterke eerstelijnszorg zoals Nederland. De nieuwste richtlijn van de European Society of Cardiology raadt het instellen van deze multidisciplinaire hartfalenpoliklinieken aan. Waarschijnlijk wordt de aanbeveling ook opgenomen in de nieuwe Nederlandse richtlijn die in de loop van dit jaar verschijnt.


Advies
Via de polikliniek geeft een speciale verpleegkundige advies over hartfalen, leefregels, fysieke oefeningen, symptomen van verergering, en zelf-zorg. De arts/cardioloog controleert de lichamelijke conditie, zoals de hart- en nierfunctie, en optimaliseert de medicatie volgens de internationale richtlijnen. Gedurende het jaar worden de patienten telefonisch benaderd en komen ze negen keer langs op de polikliniek.

Pieta Bruggink: “Patienten krijgen uitgebreide voorlichting over hartfalen, het belang van leefregels en therapie, en de beperkingen die de ziekte met zich meebrengt. De polikliniek helpt ook bij de acceptatie van de ziekte. Bovendien wordt intensief gecontroleerd hoe het met hen gaat en wordt er zo mogelijk bijgestuurd.” Pieta Bruggink promoveert op 16 januari aan het UMC Utrecht.


Datum en tijd: 16-1-2009 10:30 Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht. Promovendus: Pieta Bruggink-André de la Porte Faculteit: Faculteit Geneeskunde Proefschrift: Effects of heart failure management programmes Promotor 1: Prof.dr. A.W. Hoes Promotor 2: Prof.dr. D.J. van Veldhuisen

Bron: UMC UTRECHT