Inspanningsfysioloog Maria Hopman doet onderzoek naar vochthuishouding vierdaagselopers

0
343

onderzoek_maria_hopmanDe in 2006 gelopen 90ste Vierdaagse werd op de tweede dag afgelast. Vele lopers werden onwel en er vielen twee doden te betreuren. Deze gebeurtenissen vormen ook weer in 2009 de aanleiding een gedegen onderzoek te starten naar de inspanningsfysiologische aspecten en gezondheidsrisico’s die het lopen van een Vierdaagse met zich meebrengt. Om een goede risico-inschatting te maken voor het lopen onder verschillende weersomstandigheden zijn meetgegevens verzameld over twee belangrijke risicogebieden tijdens langdurige inspanning. Deze risicogebieden zijn temperatuurregulatie en vochthuishouding. Prof.dr. Maria Hopman van de afdeling Fysiologie van het UMC St Radboud te Nijmegen heeft dit onderzoek samen met haar team uitgewerkt. Honderd deelnemers aan de Vierdaagse gaan onderweg daarom met een toilet op zak. Inspanningsfysioloog Maria Hopman geeft de wandelaars het draagbare toilet mee om onderzoek te kunnen doen naar hun vochthuishouding. Het draagbare toilet bestaat uit een zak met daarin korrels die de urine opnemen. Het toilet is er in een uitvoering voor vrouwen en een uitvoering voor mannen. Door de zak na afloop van de wandeling te wegen, weet Hopman hoeveel vocht de wandelaars via die weg zijn kwijtgeraakt. Daaruit valt volgens haar ook af te leiden hoeveel vocht de proefpersonen hebben verloren door te zweten.

Het onderzoek volgt op een eerder onderzoek naar het vochtgebruik onder wandelaars. Daaruit bleek dat sommigen heel veel drinken en anderen aanzienlijk minder. Het draagbare toilet kan ook een uitkomst zijn voor de vele klachten over sanitaire voorzieningen langs de marsroute. Het tekort aan toiletten is de voornaamste klacht van veel wandelaars. Volgens marsleider Johan Willemstein kreeg de organisatie dit jaar verzoeken voor nog meer onderzoeken. Toch wil Willemstein de wandelaars niet te veel belasten. „We willen ze niet onderzoeksmoe maken.”

Wetenswaardigheden

  • Vierdaagselopers trainen gemiddeld rond de 400 km voor het lopen van de Vierdaagse, waarbij de 30 km lopers dat het beste doen
  • Vierdaagselopers zijn niet vrij van pathologie, blijkt uit een belaste medische voorgeschiedenis en medicijngebruik bij een groot aantal lopers
  • Vierdaagselopers zijn ook buiten de Vierdaagse actief: maar liefst 92% voldoet aan de norm gezond bewegen
  • Het energieverbruik tijdens de Vierdaagse ligt hoger dan de energie-intake door voedsel en drank
  • Tijdens een wandeldag zet een wandelaar zo’n 55.000 stappen, 10 keer meer dan tijdens een normale dag. De intensiteit van het wandelen is voor de 50 km loper het hoogst
  • De tweede wandeldag wordt als zwaarste dag ervaren
  • De alcoholinname ligt gemiddeld tussen de 28-50 gram dat overeenkomt met 2-4 alcoholische consumpties
  • Een Vierdaagsedag wandelen bij een maximum buitentemperatuur van 27ºC en een maximum WBGT van 25.4ºC leidt niet tot oververhitting, alhoewel bij alle lopers een stijging van de lichaamstemperatuur is te zien die niet boven de 39ºC uikomt
  • Vochtinname is zeer individueel bepaald, veel meer nog dan voor dit onderzoek werd verondersteld. Daarmee zijn algemene adviezen over het gemiddeld aantal liters te drinken vocht per uur of per dag niet te geven. Wel kan een range of een minimum hoeveelheid te drinken vocht worden aangegeven, afhankelijk van de weersomstandigheden
  • Verandering in het lichaamsgewicht is een uitstekend middel om de vochtbalans te volgen. Dit kan de individuele loper thuis doen door een week voor de Vierdaagse dagelijks het gewicht te meten en tijdens de Vierdaagse voort te zetten op eenzelfde moment van de dag. Aankomen in gewicht betekent dat er teveel gedronken is en meer dan 0,5 kg afvallen dat er die dag te weinig gedronken is