Broddelen is veelvoorkomende maar niet altijd herkende stoornis

0
3054

vergrootglas‘Plisie, ‘misterie van fnansje’, ‘mispreesdent’, ‘koonke fmilie’. Onduidelijk uitgesproken woorden, die meestal wel begrepen worden maar de luisteraandacht snel doen verslappen. Iemand die zo spreekt broddelt. Yvonne van Zaalen – op ‘t Hof schreef haar proefschrift over deze stoornis waaraan veel mensen lijden zonder dat ze zich ervan bewust zijn.Broddelen komt vaak voor, maar de meeste mensen die het doen weten het niet omdat ze het fenomeen broddelen niet kennen. Ze merken wel dat anderen hen slecht verstaan, maar zijn zich er niet van bewust dat dit een stoornis is waar therapie voor bestaat. Hoewel broddelen vaak gelijkenis vertoont met stotteren is het een andere stoornis die ook een andere therapie vereist.

Bij personen die broddelen verloopt de taalproductie niet automatisch. Wie broddelt is slecht verstaanbaar, spreekt snel en binnensmonds en weet zijn toehoorders niet te boeien. BroddelenYvonne van Zaalen - op 't Hof is dan ook vaak een belemmering in de mondelinge communicatie. Een opvallend symptoom is het slordig uitspreken van lettergrepen, zoals in ‘koonke fmilie’. Andere broddelsymptomen zijn: veel stopwoordjes, slechte zinsbouw, onnatuurlijke adempauzes, zacht en monotoon spreken, moeilijk op woorden kunnen komen.

Wat is Broddelen ?
Broddelen is een vorm van onduidelijk spreken en is meestal gebaseerd op een zwak taalgevoel. De volgende symptomen kunnen bij broddelen voorkomen:

  • hoge spreeksnelheid
  • slechte verstaanbaarheid
  • moeite met het uitspreken van meerlettergrepige woorden
  • concentratieproblemen
  • chaotisch vertellen door ongeorganiseerde zinsbouw en verteltrant
  • snelle herhalingen van woorden en woorddelen in het spreekritme
  • niet bewust van het onduidelijke spreken
  • geen spreekangst.

Overige kenmerken van een broddelaar:

  • snel regels kwijt, zonder opzet
  • extern gericht, erg sociaal, doet liever iets voor een ander dan dat hij eigen taken afmaakt
  • overziet snel chaotische situaties en kan goed anderen aan het werk zetten, maar is enorm chaotisch bij het uitvoeren van eigen opdrachten
  • maakt eigen opdrachten bijna nooit af, omdat hij bijvoorbeeld in gedachten al klaar is, terwijl hij praktisch nog niet eens op de helft is.

Van broddelen spreek je pas als de spraak/taalontwikkeling is afgerond, dus na het zesde jaar.

Hoe komt het?
Aan broddelen ligt een centrale taalonevenwichtigheid ten grondslag. Daarnaast speelt aanleg voor broddelen een rol (Weiss). Deels is de oorzaak nog onbekend.

Wanneer de broddelaar zich gaat schamen voor zijn broddelen en er spanningen bij komen, kan er stotteren bij komen.

Wat is nou het verschil tussen broddelen en stotteren?
Ondankt dat een broddelaar en stotteraar allebei veel herhalingen, en versprekingen maken, zijn er toch veel verschillen:

Een broddelaar is zich niet bewust van zijn stoornis, en stotteraar daarentegen wel! Omdat een stotteraar zich bewust is van zijn stotteren gaat hij hier tegen ‘vechten’ of proberen te vermijden. Hierdoor hebben de herhalingen en verlengingen bij een stotteraar veel meer spanning.
Wanneer een stotteraar een woord aan ziet komen waarop hij gaat stotteren, gaat hij dit woord vermijden. Een broddelaar broddelt echt op willekeurige momenten. Hij/zij broddelt ook altijd, op ontspannen momenten zelfs nog meer. Wanneer een stotteraar stottert is echt afhankelijk van de situatie.

typen broddelen
dysritmisch: moeilijkheden met het beheersen van het spreektempo. Er wordt snel, overijld gesproken met herhalingen en verlengingen. Het praten gaat zo snel dat de spieren in de mond van de broddelaar en de luisteraar het niet meer bij kunnen houden.

dysfatisch: de broddelaar heeft moeite met de taal en gramm. regels. Het resultaat is een verwarde zinsbouw en woordwisselingen.

dysartrisch: de broddelaar vindt het moeilijk om spraakklanken van elkaar te onderscheiden of goed uit te spreken. Je hoort dus een moeilijk verstaanbare uitspraak

17-11-2009, 10:30 uur , Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht.
Yvonne van Zaalen – op ‘t Hof, Geesteswetenschappen
Proefschrift: Cluttering Identified
Promotor 1: Prof. dr. P.H. Dejonckere
Promotor 2: Prof. dr. F.N.K. Wijnen

Bron: UU