Pauze alleen is niet genoeg tegen RSI

0
208

computer&mouseOnderzoek: Even stoppen met computeren is niet genoeg om RSI te voorkomen
Mensen die willen voorkomen dat ze RSI krijgen moeten iets heel anders doen dan telkens even kort stoppen met het werken aan hun computer. In plaats daarvan zouden ze een activiteit moeten ondernemen die sterk afwijkt, bijvoorbeeld sporten tijdens de lunchpauze. Dit concludeert bewegingswetenschapper Janneke Richter in haar proefschrift, waarop zij is gepromoveerd aan het Erasmus MC.

In de literatuur wordt computerwerk onveranderlijk als een grote risicofactor gezien voor het optreden van klachten aan arm, nek en/of schouder (KANS), vroeger ook bekend als RSI. Met speciale registratiesoftware zag Richter, werkzaam bij de afdeling Neurowetenschappen van het Erasmus MC, nauwelijks verschil in spieractiviteit bij mensen wanneer zij hun computer gebruiken (muis en toetsenbord) of wanneer zij korte tijd niet aan hun computer werken maar wel aan hun bureau. Deze spieractiviteit zegt wat over het risico op het ontstaan van KANS. Janneke Richter: “Het bestuderen van computergebruik is dus niet voldoende om het ontstaan van KANS te verklaren. Het lijkt erop dat ander bureauwerk ook risicofactoren bevat voor het ontstaan van KANS.”

In haar onderzoek blijken mensen van nature al veel spontane pauzes te nemen in het werken aan hun computer. Denk bijvoorbeeld aan het halen van een kopje koffie, een kort gesprek met een collega, een telefoongesprek of papierwerk. Regelmatig wordt pauzesoftware ingezet om mensen te dwingen korte pauzes te nemen in hun computerwerk. Richter vond echter dat deze software het werk-pauzepatroon niet noemenswaardig verandert, aangezien men spontaan al regelmatig kort stopt met het werken aan de computer.

Richter vindt het opvallend dat de normale afwisseling tussen computergebruik en bureauwerk niet genoeg variatie blijkt toe te voegen aan de werkdag. Richter: “Wellicht zijn dus extremere maatregelen nodig om meer variatie in de werkdag te introduceren, zoals sporten op het werk.”