Baby van lager opgeleide heeft moeilijker temperament

huilende babyOnderzoeker: ‘Vroeg ingrijpen voorkomt gedragsproblemen op latere leeftijd’
Baby’s uit gezinnen met een laag inkomen en een lage opleiding hebben een moeilijker temperament dan baby’s van hoogopgeleide ouders. Het verschil is zes maanden na de geboorte al zichtbaar, blijkt uit promotieonderzoek van Pauline Jansen van het Erasmus MC. Een moeilijk temperament kan een voorspeller zijn voor latere gedragsproblemen. De promovenda houdt daarom een pleidooi voor vroegtijdige opsporing en aanpak.

Baby’s met een moeilijker temperament krijgen stressverschijnselen bij normale dagelijkse handelingen. Ze huilen bijvoorbeeld hard bij het in bad gaan, aankleden en het verwisselen van luiers. Ook vallen ze lastiger in slaap, zijn ze sneller afgeleid en reageren ze heftiger op veranderingen. ‘’Hoewel alle baby’s daar wel eens last van hebben, hebben kinderen met een moeilijker temperament deze problemen in veel ergere mate’’, zegt Jansen.

Dat baby’s uit gezinnen met een lagere sociaal economische positie een moeilijker temperament hebben, blijkt verschillende oorzaken te hebben. Zo hebben de ouders of verzorgers vaker last van stress en heeft de moeder vaker psychische problemen. Daarnaast zijn het vaker gezinnen met een alleenstaande moeder.

De promovenda hoopt dat haar proefschrift een bijdrage levert aan het verminderen van gedragsproblemen. ‘’We weten dat kinderen met een lastiger temperament later vaker gedragsproblemen krijgen. Ze hebben vaker last van angststoornissen, ADHD en krijgen vaker problemen op school. Ze vinden moeilijk hun draai in de maatschappij. Nu uit mijn onderzoek blijkt dat een lastiger temperament al bij zes maanden oude baby’s te zien is, zouden pogingen om gedragsproblemen aan te pakken dus al vroeg in het leven kunnen starten.’’

Jansen heeft ook onderzocht wat de invloed is van sociale ongelijkheid op de zwangerschap. Ze toont onder andere aan dat vrouwen met een lagere opleiding een groter risico lopen op een vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo roken deze zwangeren vaker en hebben ze meer last van stress. Wat werk betreft ziet Jansen de sociale ongelijkheid in zwangerschapsuitkomsten niet terug: vrouwen zonder een betaalde baan hebben een net zo groot  risico op zwangerschapscomplicaties als vrouwen met betaald werk. Wel blijkt dat vrouwen die fulltime werken tijdens de zwangerschap kleinere baby’s krijgen dan vrouwen die parttime werken. “Wellicht komt dit doordat fulltime werkende vrouwen lichamelijk vermoeider zijn en psychisch meer stress ervaren. Maar er is meer onderzoek nodig om uit te zoeken of dit inderdaad de reden is”, aldus Jansen.

De promovendus heeft gebruik gemaakt van gegevens uit de Generation R studie. Dat is het onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jongvolwassenheid gevolgd.