Onthoud de zwangere geen doelmatige zorg

0
351

Het is een wonder. Bij een stuitligging kan het ongeboren kind gedraaid worden met een oude Chinese acupunctuurmethode. Het moxakruid wordt op afstand van de kleine teen van de zwangere verbrand. Je vraagt je af hoe ze erop zijn gekomen.

Op grond van 9 buitenlandse studies concludeert een epidemiologe aan de Erasmus Universiteit dat moxa het aantal stuitliggingen in week 36 van de zwangerschap met negenendertig procent vermindert. De behandeling zit de reguliere behandeling – van draaiing van het kind met de hand – niet in de weg, omdat die later moet in de zwangerschap.

Op basis van dit onderzoek wordt moxabehandeling in het buitenland vergoed. In Nederland wordt het niet vergoed. Het kan 700 stuitbevallingen per jaar voorkomen, en alleen aan keizersneden een half miljoen euro besparen aan zorgkosten. Dit ondanks de kosten van ECHO’s en acupunctuur. Bovendien heeft het voordelen bij volgende zwangerschappen.

Momenteel worden ECHO’s in de laatste maand van de zwangerschap niet worden vergoed, waardoor verloskundigen de helft van de stuitliggingen missen. In de praktijk is dit ondoelmatig want het eindigt vaak in een spoedkeizersnede.

Beter is om met een ECHO rond de 33ste week van de zwangerschap vast te stellen hoe de ongeboren kinderen ervoor liggen. Bij een stuitligging kan dan moxa therapie ingezet worden.

De Nederlandse overheid rekent acupunctuur niet tot het basispakket, waardoor een onbekend aantal vrouwen moxakruiden via postorderbedrijven betrekken en ongecontroleerd toepassen. Dit maakt de zorg onveilig, omdat het niet altijd raadzaam is het ongeboren kind te keren. De moederkoek kan in de weg zitten.

De overheid heeft de uitgaven aan kwaliteitontwikkeling van de verloskundige zorg gestopt in 2004. In plaats daarvan is in 2006 een prestatiecontract gekomen van Zorgverzekeraars Nederland. De verloskundigen krijgen 1 miljoen gulden voor kwaliteitontwikkeling als zij 400 stuitbevallingen per jaar minder doorsturen, waarmee 7 miljoen euro op de kosten aan keizersneden wordt bespaard.

Verloskundigen willen helemaal geen stuitbevallingen doen. Maar als zij de stuitligging missen en die bevalling toch moeten doen raakt 1,29% van de kinderen ernstig beschadigd of sterft. Als deze stuitliggingen met een ECHO waren ontdekt en door een gynaecoloog waren afgehandeld is dit 0,16%.

Het huidige vergoedingensysteem van de overheid ondersteunt doelmatige zorg niet in dit veld. Veilige zorg kan alleen ontstaan als de middelen voor diagnostiek en behandeling beschikbaar komen en betrouwbare informatie over de resultaten van behandelingen en behandelaars beschikbaar komt.

Dit artikel is ook verschenen in het FD

Vorig artikelMeer ruimte voor nierpatiënten in Sint Lucas Andreas Ziekenhuis door nachtdialyse
Volgend artikelMinister Klink wil opheldering over ‘postcodegeneeskunde’ AZM
Wim Huppes kreeg in april 2008 te horen dat hij prostaatkanker had in een vergevorderd stadium. Zijn prostaat werd operatief verwijderd, en wat hem betrof stopte de reguliere behandeling daar. Met zijn kennis van de geneeskunde, hij werkte tot 1989 als internist in een ziekenhuis, ging Huppes experimenteren met medicijnen. Na twee experimenten met andere middelen probeerde hij dichloorazijn. Huppes kwam niet zelf op het idee om het middel te proberen. ‘Twee neven raadden het me aan, onafhankelijk van elkaar. De een leidt een medisch laboratorium, de ander is een alternatieve arts.’ Huppes kocht het middel bij een chemische groothandel. Huppes mocht daar grondstoffen kopen omdat hij eerder als onderzoeker in een biotechnologisch laboratorium werkte. Belangrijker is dat hij nog leeft. Waar met reguliere bestraling en chemotherapie de dood volgens hem misschien enkele maanden zou zijn tegengehouden, is hij inmiddels ruim een jaar na de diagnose kanker nog steeds in leven en weer aan het werk. Zijn ziekte bleek, ironisch genoeg, een voorbeeld te zijn van wat er mis is in de reguliere zorg – waarover hij voor hij kanker bleek te hebben een boek aan het schrijven was. We zijn de klos verscheen in april. In het boek stelt Huppes dat in het huidige zorgstelsel de ontwikkeling van nieuwe behandelingen niet goed mogelijk is omdat het stelsel te bureaucratisch is en verstrikt in een ‘doolhof van regels’. Volgens Huppes, kennismedewerker bij het College voor Zorgverzekeringen, is het gevolg dat de zorg geen innovatieve sector is en dat dus iedereen een standaardbehandeling krijgt. Die is voor zo’n 85 procent van de zieken niet optimaal. Sterker nog: ‘Artsen werken volgens richtlijnen en schrijven patiënten behandelingen voor die zij vaak niet op zichzelf zouden toepassen.’ Bij mannen met uitgezaaide prostaatkanker wordt het bekken bestraald, ook als hun levensverwachting nihil is. ‘De patiënten hebben daardoor 13 procent minder kans op pijn in het bekken maar moeten er wel vaak voor naar het ziekenhuis en ervaren vervelende bijwerkingen, zoals pijn en bloed bij de ontlasting en tijdens het plassen. Bovendien staat de uitkomst vast: mensen gaan hoe dan ook dood.’ Huppes stelt voor om ook alternatieve methoden te testen in de kennisbanken. ‘Als mensen positieve effecten melden van behandelingen, kunnen deze wat mij betreft worden toegepast. Volgens mij kan dit eenvoudig omdat de door mij voorgestelde kennisbanken gaan monitoren en rapporteren wat het effect, de veiligheid en het nut is van de zorg.’ Huppes schijft ook voor het Financieel Dagblad