Eén op de drie jongeren heeft een risicogen voor emotioneel eten

Radboud Universiteit Nijmegen:
Kinderen met dopaminetekort en manipulatieve ouders eten hun problemen weg

Eén op de drie jongeren heeft een risicogen voor emotioneel eten. Het gaat om een variant van het dopaminegen DRD2. Jongeren met dat risicogen die ouders hebben die hen op een manipulatieve manier controleren en chanteren, zijn eerder geneigd om hun problemen weg te eten en emotionele eters te worden. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Tatjana van Strien, drs. Carmen van der Zwaluw en prof.dr. Rutger Engels van het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen. De resultaten worden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Appetite van april 2010, maar zijn nu al online beschikbaar.

Eén op de tien kinderen voelt zich psychologisch onder druk gezet. Ongeveer 12 procent van de kinderen in dit onderzoek gaf aan dat manipulatieve psychologische controle door een of beide ouders vaak of zeer vaak voorkomt. Als dat samengaat met een dopaminetekort, dan hebben deze jongeren een groot risico om emotioneel te gaan eten. Ruim een derde van de jongeren uit deze groep had het risicogen voor dopaminetekort.

Landelijk gezien gaat het om zo’n 40.000 kinderen in de leeftijd van 11-15 jaar die beide kenmerken vertonen en dus risico lopen op emotioneel eten en overgewicht. Maar het zijn er meer, want dit is maar een risicofactor.

Emotioneel eten ontstaat pas in de pubertijd
Kinderen tot twaalf jaar eten vaak juist niet als ze zich rot voelen. Jonge kinderen vertonen nog een ânormaleâ reactie op stress, namelijk niet eten. Bij veel volwassenen is dat net andersom: zij gaan juist wel eten bij negatieve emoties.

Van Strien: ‘Er werd altijd al gedacht dat emotioneel eten van kinderen te maken kan hebben met de opvoedingsstijl van de moeder. Door teveel voor kinderen te beslissen of door ze te negeren worden kinderen onzeker. Daarop doorgaand kozen wij in het onderzoek voor een opvoedingsstijl die kinderen op een autoritaire manipulatieve manier controleert en chanteert, kinderen als het ware gevoelsblind maakt. Kinderen weten dan niet meer wat ze voelen en gaan fysiologische reacties bij emoties met gevoelens van honger verwarren. Wij vinden dezelfde effecten ook voor de vader en dat is nieuw! ‘

Tatjana van Strien is klinisch psycholoog en universitair hoofddocent bij het Instituut voor Gender Studies en het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen.