Kwart hartpatiënten geen baat bij preventief geneesmiddel

Wellicht 10 miljoen euro besparing in zorg mogelijk door effectiever gebruik van ACE-remmer perindopril
Een kwart van patienten met hart- en vaatziekten die perindopril gebruiken ter preventie van een hartinfarct, beroerte of overlijden, blijkt daar geen enkele baat bij te hebben. Met behulp van genetisch onderzoek kan vooraf bekeken worden of een patient wel of niet op dit geneesmiddel zal reageren. Patienten die er niet op reageren, zouden dit medicijn niet voorgeschreven moeten krijgen. Dit bespaart flinke kosten in de zorg en behoedt deze patienten voor onnodige bijwerkingen. Dit concludeert Jasper Brugts in zijn proefschrift waarvoor hij onderzoek deed bij het Erasmus MC.

Brugts laat met zijn onderzoek voor het eerst zien dat het mogelijk is vooraf te bepalen welke patienten met hart- en vaatziekten als gevolg van aderverkalking goed reageren op het geneesmiddel perindopril, een zogenoemde ACE-remmer die een hartinfarct of beroerte helpt voorkómen, en welke daar niet op reageren. Dit gebeurt aan de hand van een zogenaamd genetisch profiel dat in dit geval is gebaseerd op een combinatie van drie specifieke genetische kenmerken. Bij een kwart van de patienten met deze genetische kenmerken blijkt het geneesmiddel geen enkel behandeleffect te hebben. Dezelfde combinatie leidt bij driekwart van de patienten juist tot een beter behandeleffect dan gemiddeld in het onderzoek werd waargenomen. Deze ontdekking staat in direct contrast met de huidige richtlijn dat het medicijn aan iedere patient zou moeten worden voorgeschreven.

Brugts: ‘Deze resultaten laten zien dat we vanaf nu vooraf kunnen bepalen of een patient wel of niet reageert op de ACE-remmer perindopril. Patienten die niet op het medicijn reageren, moeten het dan ook niet voorgeschreven krijgen. Met deze selectie voorkom je dat patienten onnodig worden blootgesteld aan de bijwerkingen van een medicijn. Bovendien spaart het selectief voorschrijven kosten in de zorg. Enerzijds omdat er minder patienten behandeld zullen worden, immers patienten van wie je vooraf weet dat ze geen baat hebben bij het middel krijgen het middel niet voorgeschreven. Anderzijds omdat er geen extra kosten optreden als gevolg van eventuele bijwerkingen van het medicijn bij mensen die het middel eigenlijk niet hadden hoeven gebruiken.’

Wereldwijd worden miljoenen patienten met ACE-remmers behandeld vanwege een te hoge bloeddruk, hartfalen, of om het ontstaan van een hartinfarct of sterfte als gevolg van hart- en vaatziekten te voorkomen. Brugts verwacht dat voor al deze patienten geldt dat een kwart ervan geen baat heeft bij het middel als gevolg van hun genetisch profiel. Daarnaast vermoedt hij dat ditzelfde effect ook zal gelden voor andere ACE-remmers dan perindopril. Volgens cijfers van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) maakten in 2008 in totaal ruim 203.000 patienten in Nederland gebruik van de ACE-remmer perindopril. De totale kosten van het middel bedroegen in dat jaar ruim 23 miljoen euro. Inmiddels is de prijs belangrijk verlaagd doordat het middel niet meer onder een patent valt en het goedkoper op de markt wordt gebracht. Wanneer een kwart van de patienten deze medicijnen niet meer zouden gebruiken, zou dat de gezondheidszorg naar verwachting zo’n 10 miljoen euro kunnen besparen. Als inderdaad hetzelfde effect geldt voor de andere ACE-remmers, zou deze besparing nog vele malen hoger kunnen zijn.

Jasper Brugts promoveerde cum laude op zijn onderzoek.